Aside

Ouder en het niet weten

Vandaag twee oudergesprekken. Naar school gekomen om hierbij aanwezig te zijn. Twee leerlingen die moeilijk te motiveren zijn: de een door problemen met zijn prikkelverwerking, de ander laat zich ogenschijnlijk met de richting van de wind meevoeren.

“Iedere dag is het overleven. Mijn kind is zelfbepalend, overziet het grotere geheel niet en laat zich door niemand de wet voorschrijven”.

Duidelijke taal! Ik merk dat ik de onzekerheid van deze ouder voel en deel. Ook ik weet niet goed wat te doen. En dat is nieuw voor mij. Ja, redenen genoeg te bedenken:

  • ik werk nog maar twee dagen,
  • mijn visie op onderwijs van/met deze doelgroep is op een aantal fundamentele punten verandert,
  • onderwijs afgestemd op de leerlingen vraagt het faciliteren van zaken,
  • aanvliegroutes en leerkrachtstijlen tussen mij en mijn duo-collega tekenen zich af,
  • de dagen in de week zijn essentieel: vrijdag is een wezenlijk andere dag dan dinsdag en misschien is het beter om maandag &dinsdag te werken,
  • en ouderbetrokkenheid/-participatie verandert van op ‘één lijn zitten’ naar ‘wij weten het ook niet meer’.

Wanneer het welbevinden van de een sterk wordt bepaald door sensorische waarnemingen is het lastig om gefocust te blijven. Als daarbij ook nog eens een mate van voorspelbaarheid gewenst is zijn er genoeg moeilijkheden te overwinnen. Een aantal weken terug had de zus van de een het eerste uur vrij. Ze was nog niet weg. Dit was onverwachts en hierdoor liep gehele dag liep ‘in de soep’.

‘Iedere dag is het overleven’ is wat mij bezig houdt. Ik luister, merk wat het met me doet en ik word me er opnieuw bewust welke coping strategieën worden ingezet. Dit is precies wat ik voel! De ander overleeft. Maar ook ik overleef: iedere lesdag ga ik naar school en ben ik bang voor de dag. Niet weten wat de dag mij en vooral de individuen in groep gaat brengen. De wispelturigheid van gedrag, gevoed door externe factoren, maakt mijn onderwijspraktijk rauw. En soms zijn er ook dagen waarop ik mijzelf afvraag hoe ik die dag overleef.

Mijn verwonderen is dan weg. Ik stap in strategieën die niet congruent zijn met mijn visie op onderwijs. Ik leg net als hen de focus op wat niet werkt. Niet werkt voor mij. En hierdoor word ik onzeker. Weet ik soms niet wat te doen. Hun gedrag en hulpvraag resoneert hun en mijn proces.

Het eerste oudergesprek zit erop. Verder dan het delen van moeilijkheden waar ouders en ik tegenaan lopen en vragen rondom wat te doen komt het niet. Een aantal schouders de lucht in volgt. Hoe graag ik ook wil, wanneer het kind niet wil is het aan mij de taak deze ‘wil’ te ontsluieren. Mij lukt het niet. Ook mijn collega ziet meerdere momenten waarop het deze leerling niet lukt. Niets anders dan het omhelzen van de feiten moet en vertrouwen en perspectief doen groeien.

Uiteindelijk wordt er niets concreet afgesproken. Ja, dat we de tijd dat de leerling niets doet noteren. Voor de leerplicht!? Alsof een leerplicht hier iets mee doet? Alsof het de leerling gaat motiveren wel iets te doen?

Op mijn weg terug naar huis reflecteer ik de ochtend. De gesprekken, maar vooral dat waar ik tegenaan loop. Twee dagen in de groep. Het lijkt in deze tak van sport haast onmogelijk. Althans mij en op dit moment. Misschien moet ik groeien in mijn rol? Is dit waar iedere parttimer tegenaan loopt? Ik leg me niet neer bij de rol van ‘invaller’! Ik ben een volwaardig docent, ken mijn kwaliteiten, mijn talenten en wil van waarde zijn. En in die twee dagen moet het mogelijk zijn een ‘de wil’ te ontsluieren. Ik schuur aan de grenzen van mijn kunnen en denk terug aan mijn pedagogisch statement: iedereen is welkom, wordt gehoord, wordt gezien en iedereen ontwikkelt.

Er is door mijn twee werkdagen wellicht (en blijkbaar) meer tijd en ruimte nodig om ‘de wil’ bij een aantal leerlingen te ontdekken. De relatie als vehicle. Vorming van ‘wie ben ik’ en ‘hoe verhoud ik me tot anderen’ heeft nu voorrang. En die ruimte kan ik ze geven, maar ik heb alleen niet het gevoel dat deze ruimte schoolbreed wordt gedragen. En precies daar zit mijn weerstand. Weerstand omdat ik niet weet dat het enkel míjn wens en verlangen is. Of moet ik dit maar loslaten? Accepteren als weten dat ik het soms ook niet weet. Voelen dat in het niet weten mijn weten schuilt.

Wat ik nodig heb? Backup. Althans, ik noem het backup: ruimte om te bouwen met leerlingen. Te bouwen aan de relatie met en tussen leerlingen. Ruimte om in de klas van mijn collega mee te kijken. Want als ik niet de ruimte pak kan ontkoppeling een valkuil zijn. Raak ik mijn kwetsbaarheid kwijt. Mijn verwonderen. En juist nu, in deze situatie is het mezelf kwetsbaar opstellen wat mij doet reflecteren op wat ik doe. Mijn aanpak evalueren of ik congruent vanuit mijn onderwijs-pedagogische visie handel.li

Tijd om dit open te gooien en te delen! Van overleven naar LEFen. Zo verschillend zijn mijn leerlingen en ik nog niet…

Aside

De spiegel en kwetsbaarheid

In de ochtend een gesprek met een collega. Openhartig. Ik hoor dat mijn visie, mijn groei en ingezette acties een onzekerheid voedt. Ik heb het vaker gehoord. Ik deel mijn idee dat deze onzekerheid enkel projectie is. Dat ik een veilige spiegel mag zijn om te zien waar deze collega nu zelf doorheen gaat. Het overwinnen van onzekerheden en staan voor diens eigen visie. Een verlangen.

Ergens maakt het delen van deze onzekerheid mij weer onzeker. Het schuurt aan oude pijn. Ik voel mezelf ergens wegglijden, de pijn die mijn onzekerheid zo lang heeft gevoed. Doe ik iets niet goed dan? Dat. Tegelijkertijd ben ik me in het moment er bewust van dat ik mezelf voel wegglijden. Dat beseffende kan ik dus ook een andere keus maken. Nu.

Ik twijfel en besluit even stil te zijn. Om te voelen of dat wat gezegd wil worden ook daadwerkelijk gezegd ‘moet’ worden. Ik overdenk mijn gedachten en alles wat ik zou willen zeggen. Alles dat gezegd wil worden voelt als een ladder om uit de kuil te kruipen. Ik kies ervoor om even niets te zeggen. De woorden dragen uiteindelijk niet bij aan de openhartigheid van dat waar mijn collega mee worstelt. Ik neem perspectief, herken het gevoel en hoef er niet in mee te gaan. Bevrijdend. En het is deze vrijheid waarin ik haar kan ontmoeten.

Mijn valkuil in het nemen van perspectief is het vereenzelvigen. Afstemmen heeft voor mij het gevaar in zich mee te gaan in de energie van de ander. Ik neem dan over, ga dan ‘zorgen voor’ in plaats van ‘ondersteunen’. Natuurlijk is het goed dat ik ook een bepaalde zorg voel, dat ik resoneer op de energie van de ander en/of kan invoelen. Mijn grootste uitdaging is vanuit stilte mijn intentie weg te zetten en het vertrouwen haar werk te laten doen. En vooral: niet te snel willen gaan!

Deze collega worstelt, worstelt met zichzelf en worstelt met het ‘verhouden van zichzelf tot de ander’. Hoe ik me verhoud tot mijn collega start bij hoe dicht ik bij mezelf kan blijven. Ik luister, volg de worsteling en vanuit een veilige kwetsbaarheid ontstaan de antwoorden voor mijn collega als vanzelf. De spiegel doet ons samen groeien, verder brengen en er ontstaat een nieuwe werkelijkheid: we delen beiden waar we mee bezig zijn en wat ons verlangen is. Vanuit een gedeelde visie zetten we nieuwe intenties de wereld in.

Eén van die intenties is het verder brengen van de waarden binnen Flipping The Classroom. Sinds ik het leren rondom wiskunde heb omgedraaid is er een openheid in de groep ontstaan. Kan mijn focus naast de stof worden gericht op de relatie met de leerling. Is er bij de leerlingen het besef dat er ruimte is voor vragen. Draagt individuele aandacht bij aan het versterken van de basisveiligheid. En precies dat willen mijn collega en ik verder brengen, binnen school en binnen de stichting.

Wordt vervolgd.
Vast.
Ooit.

Aside

Ondernemend onderwijs

Op een maandagochtend buiten de deur. De gemeente Breda nodigde Jong Ondernemen en Stichting Buitenkans uit om leerkrachten en leidinggevende uit verschillende onderwijsorganisaties te inspireren. Om samen inzicht te vergaren waar ‘we’ als onderwijs staan, welke visie mijn stichting heeft op het gebied van ondernemen, waar de school staat en hoe ik me als leerkracht verhoud in dit geheel.

Het is een feit dat onze maatschappij een bijzondere transitie doormaakt. Zo bijzonder dat verschillende iconen roepen dat het onderwijs van nu belangrijke te leren vaardigheden lijkt te missen. Vaardigheden die onze kinderen nodig hebben om in de toekomst hun future jobs te kunnen uitvoeren. Ze worden 21th Century Skills genoemd, of ook wel Basic Skills. Vandaag gaat het over ondernemerschapskills binnen het onderwijs. Het wordt een dag vol vragen.

De eerste gaat over wat en hoe we de leerlingen leren en opleiden voor de toekomst. Over wat daar voor nodig is. Een tweede gaat over competenties. Want als ondernemerschapskills nodig zijn bij kinderen en jongeren, welke competenties vraagt dit dan van hun leermeesters en dus mij als leerkracht?

We zijn los en direct wordt mijn doel helder: inspiratie opdoen en weten waar ik ‘sta’ voor wat betreft ondernemen in het onderwijs.

Sinds het begin van dit jaar (en eigenlijk al een jaar eerder) ben ik samen met een groep onderwijzigers gestart met het vormgeven van een particuliere school: de Dutch Innovation School, kortweg de DIS. Een persoonlijk ontwikkelingstraject waarbinnen onze gezamenlijke visie samen komt bij het woord ‘interconnectiveness’. Door zo volledig mogelijk verbonden te zijn met jezelf en je omgeving als geheel kun je contact maken met dat wat je drijft.

Iets eerder dan de start van de DIS ging ik op avontuur met collega Florus. Samen schreven we een ‘nieuw’ concept om ons onderwijs vorm te geven. Ondernemen binnen een bestaand systeem, vanuit cross-over visies zoals Big Picture, Essential School, Montessori, Covey en TheoryU.

Ondernemendheid genoeg zou je denken.

Maar hoe ziet nu een ondernemende school eruit? Als groep zijn we het er over eens dat je hele leven voor één baas werken van 9u-17u voor velen niet meer van deze tijd is. Onderzoek blijkt zelfs uit te wijzen (bron niet paraat, sorry) dat velen in een leven 10 verschillende banen hebben. Hoe leidt een school op voor multipotentialite-skills?

Volgens mij start een ondernemende school bij een duidelijke visie en missie. Om vervolgens ruimte te bieden voor ondernemerschap van leerkrachten. Als docent ben je leermeester en voorleef je dus ‘the why‘ en hoe je kinderen de wereld in wil zetten. Je bent een inspiratiebron voor je leerlingen. En het is ook belangrijk dat het onderwijs inspeelt op ‘de branche’. En ergens klinkt dit laatste punt nog wat vaag. Want hoe kun je voorlopen op wat nog gaat komen? Hoe pas je een school aan op wat nodig is?

De school uit! Een verbinding creëren met het bedrijfsleven, waardoor talenten van leerlingen zichtbaar worden, worden ontdekt, versterkt en leerlingen leren in welke context zij het best kunnen werken. Interconnected dus!

Wat het vraagt van ondernemende leerkrachten? Buiten de kaders denken! Een beroep doen op je lef. De moed om los van teams het onontgonnen gebied buiten de status quo te ontdekken. Practice what you preach, zoals hierboven al kort is aangestipt. Zelf dus ondernemend zijn, de kracht van de twijfel aanspreken en flexibel handelen. Creativiteit aanspreken met een ‘alles is mogelijk’-mentaliteit. Fouten durven maken: trail and error, starten, op je bek gaan en doorontwikkelen. Van leerlingen en studenten actieve producenten ‘maken’, met duidelijke doelen. Buiten het ‘doe maar normaal’ durven denken, voorbij het omdenken. Andersomdenken! Werken met en in projecten. Samen met oud-leerlingen/-studenten die verbonden worden aan de opleiding binnen school.

Ik geloof in de ondernemende leerkracht die zijn eigen opleiding creëert. Leermeesters die over 5 jaar zelf worden gekozen door de leerling van dan. Mijn kinderen nu. En dan zomaar wat vragen die bij me opkomen:

Hoe ziet mijn student er over 5 jaar uit?
Wat verwacht hij/zij van mij als leerkracht?
Hoe dacht ik in 2010 hoe de leerling/student nu zou leren?
Hoe ziet mijn school eruit?Hoe ziet onderwijs er over vijf jaar uit?
Wat moet een docent over 5 jaar kunnen en kennen?

Een eerste brainstorm levert ogenschijnlijk holle begrippen op. Maar voor mij wordt het echter steeds duidelijker waar mijn innerlijk kompas mij naartoe leidt. Wanneer ondernemen, onderzoeken, presenteren en communiceren belangrijke pijlers is het belangrijk om als school:

  • perspectief te bieden vanuit een concrete context,
  • het vormen van en de vorming van de leerling als de essentie te zien en er naar te handelen, zowel voor wat betreft gedrag als ook samenwerking en sociale interactie,
  • iedereen contact te leren maken met hun eigen verantwoordelijkheid voor het leren binnen ieders individuele proces, de ontwikkelmotor van iedere lerende blijven voeden,
  • de multifunctionaliteit en potentieel van leerlingen te ontsluieren en hen leren hoe zij met hun potentieel van waarde kunnen zijn.

En ik? Mijn taak wordt het om vanuit een coachende rol leerlingen ervaringsgericht te laten leren en ontdekken. Het vraagt kwetsbaarheid en onvoorwaardelijk vertrouwen in het proces dat ik aanga met mezelf, de leerlingen en diens ouders. Leerlingen leren wat eigenaarschap is. En tegelijkertijd gebruik maken van de netwerksamenleving waarin we leven. Het leren van leraren waarvan je wil leren. Apprenticeship. Als leerkracht zichtbaar zijn en bewust zijn van waar mijn kracht en mogelijkheden liggen. En ‘weten’ wat ik nog te leren heb.

Als laatste krijgen we een tool mee: het Effectuation Canvas. Het doet me denken aan het Business Model Canvas You waar we gebruik van maken bij de DIS. Mijn verlangen is om deze vorm op te pakken en ook binnen ons team dit model te brengen. Wellicht een hele onderneming. We zullen zien…

Aside

Pieken

Het is ergens wel een openbaring die ik vandaag had. Het moment dat ik me opnieuw bewust werd van het feit dat er pieken zijn in een schooljaar. Er wordt om mij heen al veel over gesproken. Ik word er zelfs wel eens wat onrustig van. Dan denk ik dat ik achter loop of mijn klassenmanagement niet op orde heb. Ik heb vaker gedacht: ‘waar maakt iedereen zich zo druk om’, en ook die vraag maakt dan weer onrustig.

En ook vandaag doe ik weer mee. De stress binnen de school is zo voelbaar: het meten aan elkaar groeit en daarmee transformeert mijn onrust in onzekerheid. Cito, methode gebonden toetsen, de voortgangsrapportages, sociaal-emotionele ontwikkelingen, alles in kaart brengen en zo gaat het maar door.

Er wordt veel over gesproken, vooral dus rondom rapportbesprekingen, ouderavonden of kerndocumentbesprekingen. Op een bepaald moment koos ik er voor om in mijn vrije tijd er voor mijn gezin te zijn en voor mijn eigen balans te gaan te kiezen. Mijn documenten waren niet af. Er werd gewaarschuwd, alsof het de normaalste zaak van de wereld zou zijn. Betaald kreeg ik voor deze opdracht, zo luidde uiteindelijk de boodschap. En deze boodschap was een openbaring. Bewust worden van het feit dat ik mee deed aan dat waar ik ver vandaan wilde blijven. Ik begreep ergens niet zo goed dat ik mezelf erin had laten slepen. En ook weer wel, met de stroom mee is een periode wel fijn en lijkt alles makkelijker te gaan.

Ik ben het beu om mee te doen in het elkaar bevragen of alles al af is. Meedoen om mezelf te legitimeren, ik ben er klaar mee. En het is nog eens een valse tegenstrijd ook, want ik ben alleen verantwoordelijk voor mezelf en voor de taak die ik mee krijg. Het is mijn verantwoordelijkheid deze taak in een schooljaar te volbrengen. Word ik als leerkracht niet vertrouwd, dan spelen er andere zaken die geheel buiten mijn cirkel van betrokkenheid liggen.

In het onderwijs ben ik nooit klaar. Er is na school altijd wel wat te doen, er komt van alles op mij af: vragen van ouders, werkgroepen of verslaglegging van situaties die zich de dag eerder hebben voorgedaan. Dat maakt onderwijs juist zo leuk, spannend en aantrekkelijk: de dynamische werkelijkheid die er voor zorgt dat geen dag hetzelfde is!

Vandaag merkte ik weer dat ik overdag geen moment heb gehad om even bij te komen. Constant pieken, alert en scherp zijn. Vanaf acht uur ’s ochtends vol aan de bak. De waan van de dag volgen. En, als het werk op school niet af komt is er nog een avond!? Ik maakte een keuze.

Oefenen in eigenaarschap: mezelf juist niet meer mee laten slepen door de waan van de dag en de verwachtingen die me overspoelden, maar leren surfen op de golven. Tegen de stroom in oefenen om dicht bij mezelf te blijven. Bij wie ik ben, wat ik kan en dicht bij mijn visie op onderwijs. Focus blijven houden op werkvreugde in plaats van stress!

De pieken loslaten, accepteren dat ik niet meer kan doen dan wat ik doe, mijn zaag scherp houden en het mogelijk oordeel in mijn richting horen als signaal van de ander. Dat ook de ander een verlangen heeft. Ook zij oefenen om zich vrij voelen. Ook zij zoekend naar een juiste balans tussen de pieken.

Aside

Huilen en stand your ground

Wat heb ik er een aantal klote dagen op zitten!

Woensdag, gisteren, bij de Dutch Innovation School een fantastische dag. Zo’n contrast met een dag eerder. En juist door deze tegenstrijd een emotionele breakdown… Wat heb ik die dag veel gehuild. Het startte bij het zien een korte film over een school die ik een zeer warm hart toedraag, de Ontdekkingsreis. Van de toenmalige directrice maar bovenal vriendin Jetske van der Greef kreeg ik deze week de link doorgestuurd. Deze dag de ruimte om er eens voor te gaan zitten. Behoefte en nood die elkaar ontmoette. Direct, tijdens de eerste woorden van Lies (6 jaar), rolden de tranen over mijn wangen. Zo puur, zo eerlijk, zo zuiver.

“Thuis voelde ik me wel blij, maar niet op school. Mamma en pappa vonden dat best wel gek. Eigenlijk was ik altijd heel vrolijk geweest, maar niet op school. Maar wel op deze school. Ik voel me hier gewoon heel veilig.”

Veilig, dat is wat ik mijzelf ook wil voelen. Het is weg. Voor even dan. Want ik weet dat ik weer ga opstaan, als ik al überhaupt gevallen ben. Maar zo voelt het nu. Voor even dan.

Als we in de loop van de woensdag met de studenten ‘The Butterfly Circus’ kijken, breek ik opnieuw. Gedurende de gehele film moest ik soms even wegkijken om maar niet ik tranen uit te barsten. Inhouden. Controle. Maar op het moment dat aan het einde van de film een gehandicapte jongen de limbless man omarmt, raak ik de controle over mijn emotie kwijt. Het is de situatie, de context van het verhaal en de combinatie met mijn verlangen: mogen zijn wie je bent.

Mogen zijn wie je bent, met alles wat je bezit. Genoeg, zelfs zonder ledematen. En wat nu als je mag zijn wie je bent in een omgeving waar je jezelf veilig voelt? Dat die omgeving onderwijs heet en je mag oefenen om te zijn in wie je wordt. En dat onderwijs draag ik een warm hart toe! De warme tranen die over mijn wang rollen en op tafel hun plek vinden, spiegelen nogmaals mijn verlangen. Zijn wie ik ben, wil zijn of juist niet wil zijn.

Ik wilde niet uitsluiten en zorgen dat iedereen zich veilig voelde.

IMG-20151015-WA0002Vandaag deel ik mijn proces met Jetske en haar man Jan. We zijn voor even samen. Zij luisteren en wanneer mijn verhaal rond is vertelt Jan over zijn laatste ervaring in Afrika. Jan vertelde over zijn bijzondere ontmoeting met een olifant, die voor even Jan leek aan te vallen. Jan leerde op en in dat moment kennis te maken met het fenomeen ‘stand your ground’. Hij maakte mij onderdeel van zijn verhaal. Hij nam mij mee en gaf mij als intentie het fenomeen mee voor tijdens het gesprek morgen.

Want morgen ga ik over mijn proces van de afgelopen weken in gesprek met mijn leidinggevende. Ik heb aan de bel getrokken en ik ga mijn inzichten delen. Het voelt als met de billen bloot. Kwetsbaar. Spannend. Een spanning die gisteren uit mijn traanbuis rolde, vandaag opgestaan, kop op en stand my ground! Grond, die voor mij ondanks (oude) pijn, spanning, schaamte en alle adrenaline die ik kan voelen, altijd aanwezig is. Dat ik mezelf mag uitspreken, zelfs al is het alleen mijn intentie. Mogen zijn wie ik ben als intentie, uitspreken zonder woorden.

Dankbaar en gesterkt neem ik afscheid van twee bijzonder mooie mensen. Terug in de trein naar Tilburg laat ik alles indalen en maak ik contact met waar ik goed in ben:het zien van het potentieel van kinderen en dit potentieel of deze gave (soms ogenschijnlijk ‘onorthodox’) ontsluieren. Het opnieuw ontvlammen van waar leerlingen echt goed in zijn. En dan het onvoorwaardelijk vertrouwen haar werk laten doen. Samen het proces aangaan. Samen.

Wat het gesprek morgen gaat brengen weet ik niet. Voorheen maakte ik me dagen druk. En ja, ook de afgelopen dagen hebben mijn gedachten niet stil gestaan. Bang om niet gehoord en begrepen te worden. Maar nu, op dit moment in de trein, weet ik terug te keren naar mijn innerlijk kompas, mijn voelen en innerlijk weten.

Stand your ground.
Het voelt goed!
Op naar morgen.

 

De ontdekkingsreis.

The Butterfly Circus

Aside

De grenzen van veiligheid

Nog nooit eerder in een groep meegemaakt, maar onveilig is wat ik me vandaag voel. De meeste leerlingen zijn gestart met hun werk als hij wat om zich heen kijkt, mij bewust lijkt aan te kijken, opstaat en naar een medeleerling loopt. Ik zie hem wat fluisteren en ik denk dat het over zijn werk gaat. Als ik hem tussendoor, net iets te hard, hoor mompelen weet ik dat mijn denken het verkeerd had. “Weet je wat mijn moeder van meneer Ronald vindt?” Zijn antwoord laat ik van me afglijden en vraag hem zijn collega met rust te laten. Ik voeg er aan toe zelf terug te keren naar zijn eigen plek.

Hij kijkt me wat listig aan, alsof hij wat van plan is. Dat blijkt ook als hij zijn telefoon uit zijn broek graait en hem aan zijn medeleerling geeft. Hij probeert hem aan te zetten om mij te filmen. De medeleerling lijkt in eerste instantie mee te werken en lacht wat, maar op het moment dat hij doorheeft dat het bevel gemeend wordt haakt hij af. En precies dit moment is wat mijn onveiligheid ontsluierde! Mijn roze bril voor wat betreft in- en uitsluiten wordt afgeslagen. Ik voel me gekwetst. Mijn onvoorwaardelijk vertrouwen in ieder mens lijkt een deuk op te lopen.

Niet dat ik iets te verbergen heb. Sterker nog, mijn instructie of uitleg filmen voor zichzelf zou ik zelfs toejuichen. De onveiligheid openbaarde zich in het feit dat de jongen mijn openheid en vertrouwen gebruikte om zijn eigen grenzen te verruimen. Hij koos er bewust voor mijn gezag te ondermijnen. Om mij wellicht onderuit te halen. Het vond al weken plaats. Ik negeerde zijn vaak negatieve inslag, ging in op zijn positieve handelingen of zijn gedrag. Maar nu, vandaag, in deze situatie, voelde ik mijn onmacht en onveiligheid zo duidelijk.

Maar lag het wel aan dit kind?
Wat wil de situatie mij duidelijk maken?
Twijfels.
En veel vragen.

Een jaar eerder had hij al bij mij, ons: Florus en mij, in de klas gezeten. En omdat er nog een aantal leerlingen van vorig jaar nu in de groep zitten, deel ik tijdens de pauze mijn gevoel van onmacht en twijfel met een klasgenoot. Deze haalt met één antwoord alle ruis en enige twijfel bij me weg.

“Meneer, de anderen zullen echt niet zeggen dat ze het oneens zijn met hem, want dan worden zij zelf gepest!”
Maar hoe weet jij dat zo zeker?
“Omdat ik dat zie. En voel, meneer!”

Het besef dat het dus niet alleen mijn onveiligheid is, groeit met rasse schreden. Dit gevoel en inzicht, dat wat zijn klasgenoot ook aangeeft te voelen, is wat ik probeerde uit te sluiten. Het raakt me en maakt me klein. Ik wilde er blind voor zijn, dus ergens kon ik het zien aankomen. En misschien ‘wist’ ik het ergens al. Want als ik alle feiten en gebeurtenissen op een rij zet, weet ik dat ik niet de juiste persoon ben deze jongen verder te helpen.

En dit wetende is precies wat voor mij uitsluiten is. Althans, dat is wat ik denk.

Er is en er gebeurt nog steeds te veel in zijn thuissituatie wat niet mijn verantwoordelijkheid is. Ja, als leerkracht ondersteun ik daar waar mogelijk en help ik in het vergaren van inzichten. Bij hem en zijn moeder deed dat proces pijn. En dat ik op momenten in mijn valkuil -zorgen voor- schoot is een feit. Dat heeft er in geresulteerd dat ik het halve thuisfront niet mee heb. Een wetenschap dat een understatement is.

En nog voordat we het schooljaar aanvingen heb ik met mijn collega gedeeld dat de relatie tussen mij en zijn moeder, en daardoor ook met hem als leerling, een grote uitdaging zou gaan worden. Dat zijn helemaal te begrijpen loyaliteit in combinatie met de ervaringen een schooljaar eerder, zouden kunnen leiden tot de climax die het nu is.

Mijn wil en vastberadenheid iedereen in te willen sluiten is ten koste gegaan van mijzelf, van hem en niet onbelangrijk, de groep. Voor het eerst in mijn carrière ervaar ik dat er grenzen zitten aan insluiten en iemand niet willen buitensluiten.

Onveiligheid, een nieuwe dimensie. Er zit een grens aan. De groep is ziek en dit inzicht maakt mij duidelijk waarom ik al twee weken aan kwakkelen ben met mijn gezondheid. Ingeluid met een lage weerstand, een hoop snot en uiteindelijk een migraineaanval. Als de bladeren van de bomen vallen kan ik deze signalen ook niet meer negeren.

Aside

Zij houdt mij bezig

Vandaag weer een onrustige dag. Het lijkt wel weer dinsdag. Oh, wacht. En ook vandaag wordt de lijn van een dag eerder doorgezet. Een zeer onrustige dag gisteren, zo luidt de boodschap. Fixeren was wat nodig was voor hem gisteren. Ergens ben ik blij dat ik er niet bij was. Ik denk aan Okke. Terwijl ik alles in detail te horen krijg, vullen mijn gedachten zich met vragen. Ik mis een aanleiding. Misschien dat ik ergens vandaag wel met hem in gesprek kan gaan.

Wanneer de leerlingen de klas binnenkomen is eigenlijk direct voelbaar dat een dag eerder er heeft ingehakt. Hij is niet aanwezig, is door zijn moeder ziek gemeld. Zou hij moeten bijkomen?

Verschillende reacties, van de door elkaar en niet uit laten pratende leerlingen, leggen een sluier van onbegrip over dat wat er nu daadwerkelijk gebeurd lijkt te zijn. Ieder een eigen beleving, ieder een eigen waarheid. Als ik ze bevraag naar de mogelijke aanleiding komt er wat lijn in het verhaal, overeenkomsten volgen. De rust, mede door bezinning en alle informatie, lijken de puzzel compleet te maken.

De meeste leerlingen lijken het voorval een plek  te kunnen geven. Toch vinden twee dat lastiger. Zij herbeleven en lijken het ergens ook wel grappig te vinden, de gehele situatie tot aan het fixeren toe. Spottend maken ze nog wat opmerkingen door de klas. Alsof zij precies weten aan te voelen wanneer ze anderen of een situatie kunnen ondermijnen. De functie ontgaat mij deze keer, zeker omdat zij net beide een zeer positieve inbreng tijdens het gesprek hadden!? Ik besluit de uitingen te negeren.

Eén van hen is zij. Nieuw in de groep, maar het gevoel of ze al jaren op school zit. Aangepast aan hoe de school functioneert, is zij mijn spiegel voor wat we als school. Wat we als school verwachten van leerlingen en tegelijkertijd laat ze zien en merken wat zij nodig heeft. Soms juist het tegenovergestelde van wat mijn ‘gezond verstand’ denkt.

Zij houdt me bezig. Niet alleen als spiegel of hoe zij mijn visie over hoe onderwijs eruit zou kunnen zien voedt, maar vooral in haar wispelturige gedrag. Op een andere plek gaat ze niet zitten: “Met juf S heb ik deze plek besproken.” Aan het werk gaat ze niet: “Meneer M zou voor mij een rooster maken. Dat heeft hij nog steeds niet gedaan en dus ga ik niets doen.” Toch ergens anders gaan zitten, op de vensterbank tussen het raam en de tafel met computers. Met een boterham in haar hand mompelt ze: “Ik blijf hier bij het raam zitten, want dat is fijn.” En zelfs als ik met de klas in de middag naar buiten loop, lijkt ze in controle te willen zijn: “Ik loop terug naar school.” Een scherpe opmerking van de ander uit het tweetal brengt haar tot inkeer: “De hele dag doe je niets, heb je geen zin om iets te doen en nu wil je terug naar school!? Je zoekt gewoon grenzen op.”

Scherp opgemerkt, gevoed door een subtiel vleugje eigenbelang deelt hij later met mij.

Ze lijkt deze grenzen op te zoeken om begrensd te worden. Op zoek naar duidelijkheid en begrenzing om overzicht te kunnen houden? Ze laat alleen mensen toe die ze vertrouwt, logisch. Waarbij zij zich veilig voelt. Mist ze in haar basis, thuis, iemand die de veilige en vertrouwde grenzen bewaakt?

En wat is haar huidige perspectief? Ze is in een klas, VMBO 2kbl, geplaatst welke niet haar huidige niveau en leerjaar dekt. Geen ruimte in een andere klas en de mogelijkheid van ontwikkelhiaten zijn de beweegredenen voor school om de keus te maken haar in onze klas te plaatsen. In een eerder gesprek was ze al duidelijk, ze vervolgt als ik haar vraag om een doel: “Ze hebben gezegd dat ik hier op mijn examen moet doen, dus een doel stellen heeft geen zin.” Het is mij duidelijk dat ze weg wil. Hoe ga ik haar hierin ondersteunen en leren dat een doel stellen wel degelijk zin heeft? Dat eigenaarschap en eigen verantwoordelijkheid de sleutel is. Ze houdt me bezig.

En groter redenerend: hoe kunnen we als school een brug zijn? Een springplank zijn voor leerlingen. Hoe leren we kinderen de vaardigheden die nodig zijn om een eigen doelen te stellen? Kinderen ‘volwassen’ in de wereld te zetten en leren hun eigen toekomst te creëren.

Zij houdt mij bezig om ook mijn huidige onderwijsomgeving anders vorm te geven. Met de pilot hebben we een aanzet gedaan. Twee leerkrachten in een groep, een duidelijke visie en inspraak rondom een groepssamenstelling en ouderparticipatie en -betrokkenheid als belangrijke pijlers. Met flippen ben ik aan de slag. Online en Gepersonaliseerd Leren: om volledig beschikbaar te zijn voor leerlingen, om aan te sluiten op noden en behoeften van leerlingen, los van jaarklassen en het opnieuw gaan werken met vakdocenten waarbij eigen mentoren het proces, juist ook relationeel, bewaken.

Zij houdt me bezig.