Zielloos

“Kankuhleier!”

Moeder ziet met lede ogen toe hoe haar zoon ziedend de klas uit stormt. De deur, die al bijna niet meer in zijn voegen hangt, wordt met brute kracht dichtgesmeten. Hij ijsbeert wat op de gang om vervolgens terug te keren in de klas. Achterin en geflankeerd door twee schotten gaat hij op de tafel die daar staat zitten. Hij lijkt uitgeput. Als moeder wat tegen hem wil zeggen volgt een schreeuwend: “praat niet tegen mij of ik sla met die bezem je kankuhhoofd door midden!”

Al twee uur is hij niet meer aanwezig in de groep. Hij heeft zelf de keus gemaakt om uit de klas te lopen en buiten wat te voetballen en te kletsen met een medeleerling. Ruimte is wat hij nodig heeft, zover is duidelijk. Frisse lucht.

Net voordat hij twee uur geleden de klas uitliep heeft hij een klein half uur rondjes gelopen door de groep. Elke vraag beantwoordde hij met dat hij zich druk voelde. Doorvragen had totaal geen zin. Hij blokkeerde zichtbaar, leek geen taal te hebben voor wat hij ervoer. Het bereiken van hem bereiken was een grotere uitdaging dan het beklimmen van de hoogste berg. In zijn ogen zag ik hem niet meer. Zielloos keek hij me wat aan. Zijn grens gaf hij duidelijk aan.

“Houd je bek mongool!”

Stil, waarnemen en beschikbaar zijn was wat mij te doen stond. Gelijktijdig speelt de gehele dag zich in mijn hoofd af. Hij kwam wat onrustig binnen. De aanvang van de dag is vervolgens rustig maar als de les begint volgt een ‘doordeinstructieheenroepenenvragen’-actie. Is het een roep om duidelijkheid? Is er thuis of voor school iets gebeurd dat zijn mindset heeft doen vastzetten?

Dat hij aandacht wil is duidelijk, ik geef het hem en kan de instructie redelijk vervolgen. Na de instructie besluit en vraagt hij om samen te werken. Een positieve werksfeer volgt waarbij ze elkaar en ook mij vragen stellen. Richting de afronding van de les voel ik hem wat onrustiger worden. Hij lijkt het einde aan te voelen, niet te weten wat er komt en eigenlijk te willen weten wat te doen. Smartrekenen is de laatste opdracht.

“Maar dat ga ik niet doen!”

Weerstand.

De vraag of hij het vak überhaupt wel eens gedaan heeft deel ik met hem. Nee. Dat biedt mogelijkheden! Met een kom op-beweging leid ik hem en naast mij ploft hij neer. In plaats van de kruk die ik voor hem klaar zette, pakt hij zijn eigen stoel. Het zijn de details die het hardst communiceren. Hij wil regie blijven houden.

Ik pak de laptop en open samen met hem het onlineprogramma. Na een basisuitleg gaat hij aan de slag. Door steeds minder fouten te maken deelt hij zijn ontwikkeling trots met mij. Zichtbaar groeit hij. Een brede glimlach prijkt op zijn gezicht. Hij kan de les positief afsluiten. Winst.

Na de pauze begint het ijsberen in de klas. De onrust is ontketend. Ook buiten het lokaal is er geen gesprek meer met hem mogelijk. Wat is er in de pauze, of zelfs voor school, gebeurd? Ik besluit zijn moeder te bellen. Ze herkent zijn gedrag, houding en zielloze blik. Samen besluiten we dat hij wordt opgehaald. Hoe graag hij ook op school wil blijven, rijp lijkt hij vandaag niet. Aan de telefoon legt moeder uit dat haar zoon zich had verheugd op de eerste twee uur. Hij dacht verzorging te hebben maar moeder legde hem op weg naar school uit dat hij dat pas in de middag zouden hebben. Daar, vóór school in de auto, blokkeerde hij. Het kan een mogelijke verklaring voor zijn onrust zijn.

Een klein half uur later loopt zijn moeder de klas binnen. Voor hem ogenschijnlijk onverwachts. Maar hij wil blijven, weet alleen niet hoe. De onrust groeit. Hij kijkt verschrikt op, kijkt mij woedend aan en snelt de klas uit.

“Kankuhleier!”

Advertenties
Aside

Pieken

Het is ergens wel een openbaring die ik vandaag had. Het moment dat ik me opnieuw bewust werd van het feit dat er pieken zijn in een schooljaar. Er wordt om mij heen al veel over gesproken. Ik word er zelfs wel eens wat onrustig van. Dan denk ik dat ik achter loop of mijn klassenmanagement niet op orde heb. Ik heb vaker gedacht: ‘waar maakt iedereen zich zo druk om’, en ook die vraag maakt dan weer onrustig.

En ook vandaag doe ik weer mee. De stress binnen de school is zo voelbaar: het meten aan elkaar groeit en daarmee transformeert mijn onrust in onzekerheid. Cito, methode gebonden toetsen, de voortgangsrapportages, sociaal-emotionele ontwikkelingen, alles in kaart brengen en zo gaat het maar door.

Er wordt veel over gesproken, vooral dus rondom rapportbesprekingen, ouderavonden of kerndocumentbesprekingen. Op een bepaald moment koos ik er voor om in mijn vrije tijd er voor mijn gezin te zijn en voor mijn eigen balans te gaan te kiezen. Mijn documenten waren niet af. Er werd gewaarschuwd, alsof het de normaalste zaak van de wereld zou zijn. Betaald kreeg ik voor deze opdracht, zo luidde uiteindelijk de boodschap. En deze boodschap was een openbaring. Bewust worden van het feit dat ik mee deed aan dat waar ik ver vandaan wilde blijven. Ik begreep ergens niet zo goed dat ik mezelf erin had laten slepen. En ook weer wel, met de stroom mee is een periode wel fijn en lijkt alles makkelijker te gaan.

Ik ben het beu om mee te doen in het elkaar bevragen of alles al af is. Meedoen om mezelf te legitimeren, ik ben er klaar mee. En het is nog eens een valse tegenstrijd ook, want ik ben alleen verantwoordelijk voor mezelf en voor de taak die ik mee krijg. Het is mijn verantwoordelijkheid deze taak in een schooljaar te volbrengen. Word ik als leerkracht niet vertrouwd, dan spelen er andere zaken die geheel buiten mijn cirkel van betrokkenheid liggen.

In het onderwijs ben ik nooit klaar. Er is na school altijd wel wat te doen, er komt van alles op mij af: vragen van ouders, werkgroepen of verslaglegging van situaties die zich de dag eerder hebben voorgedaan. Dat maakt onderwijs juist zo leuk, spannend en aantrekkelijk: de dynamische werkelijkheid die er voor zorgt dat geen dag hetzelfde is!

Vandaag merkte ik weer dat ik overdag geen moment heb gehad om even bij te komen. Constant pieken, alert en scherp zijn. Vanaf acht uur ’s ochtends vol aan de bak. De waan van de dag volgen. En, als het werk op school niet af komt is er nog een avond!? Ik maakte een keuze.

Oefenen in eigenaarschap: mezelf juist niet meer mee laten slepen door de waan van de dag en de verwachtingen die me overspoelden, maar leren surfen op de golven. Tegen de stroom in oefenen om dicht bij mezelf te blijven. Bij wie ik ben, wat ik kan en dicht bij mijn visie op onderwijs. Focus blijven houden op werkvreugde in plaats van stress!

De pieken loslaten, accepteren dat ik niet meer kan doen dan wat ik doe, mijn zaag scherp houden en het mogelijk oordeel in mijn richting horen als signaal van de ander. Dat ook de ander een verlangen heeft. Ook zij oefenen om zich vrij voelen. Ook zij zoekend naar een juiste balans tussen de pieken.

Quote

Gegrepen door niets en veel dingen doen

Een nieuwe week, de laatste voor de vakantie. Na de vakantie ga ik starten met Online Leren, het flippen van wiskunde-instructies. In principe staat alles klaar. In Office Mix zijn de films gemaakt, getransfereerd naar Youtube, een online platform staat klaar: Edmodo, en een aantal online (game)apps zijn getest. Niets om mij zorgen over te maken dus.

Vandaag het doel om de puntjes op de i te zetten. Maar net als met zoveel persoonlijke doelen, ik heb niet alles doelen gehaald! Sterker, er bekruipt mij eerder een gevoel van ‘niets gedaan’ als ik in de trein op weg naar zit.

De gehele dag ben ik aan het werk geweest. Ik heb veel kunnen bijwerken want na de organisatie van een studiedag is juist die nazorg zo belangrijk! Dat zaken blijven leven. En, wanneer opbrengsten niet geborgd worden en/of een plek krijgen kan de open mindset die deze studiedag absoluut aanwezig was vervliegen. Wellicht een angst, tegelijkertijd is het een gegeven als de waan van de dag gevolgd wordt. De vele positieve verhalen zijn terug te lezen in de verslaglegging en pitches van de verschillende groepen.

Tussen de bedrijven door krijg ik van een collega een link doorgestuurd. Een TED-talk van Emilie Wapnick, Why some of us don’t have one true calling. Wat een confronterende talk! Wat een herkenning: “Where you learned the assign the meaning of wrong or abnormal to doing many things?” De cultuur, vervolgt Emilie. Als school hebben we een cultuur waarin we leerlingen laten leren op één niveau. Er wordt gevraagd aan leerlingen wat ze later willen worden en is dat ‘te hoog gegrepen’ (redenerend vanuit niveaugroepen) dan wordt vriendelijk verzocht binnen het pallet van de kleuren op school een mogelijkheid te kiezen.

Binnen onze school zijn er vier richtingen: landbouw (dat een enkeling kiest), economie (waarbij de insteek journalistiek en handel is), techniek (veredelde handvaardigheid) en zorg en welzijn (vooral consumptief). Maar binnen deze sectoren zijn keuzemogelijkheden zeer beperkt. Ben ik te negatief en chargeer ik? Ja! Bewust, om een brug te bouwen tussen de situatie nu en de gewenste situatie. WANT: wat wordt er nu daadwerkelijk gedaan met de wensen en antwoorden op de vraag wat een leerling wil worden? Durven we ieder jaar onze school opnieuw uit te vinden? En wat betekent dat voor mij  als leerkracht, maar ook voor het beleid, de visie van de school en bovenal voor het leerproces en de stem van de leerling?

Ik word gegrepen door haar talk. Emilie vervolgt dat de ‘wat wil je worden’-vraag kinderen inspireert om te dromen over wat ze zouden kunnen worden, het inspireert ze niet wat ze allemaal kunnen worden. Mensen kijken je inderdaad raar aan als je 20 verschillende, soms uiteenlopende dingen zou willen doen. Je moet kiezen!? “But what if you’re someone who is not wired this way? … You might feel you don’t have a purpose. And you might feel that there is something wrong with you.” En wat doen we met kinderen waar mee wat wrong is? Precies, welkom @hetVSO.

Ik word gegrepen door herkenning en de voorbeelden die zij in haar talk geeft. Ik word gegrepen doordat mijn ‘niets gedaan’-gevoel voortkomt uit veel willen doen. Vandaag tekent het ‘multi’ zich af. Ik ben met van alles en nog wat bezig. Verschillende talenten worden gebundeld en ik voel de lijnen bij elkaar komen: vandaag ben ik leraar, inspirator, online marketeer, verbinder en ICT-er.

Feitelijk weet ik dat het gevoel van ‘niets gedaan’ nergens op gebaseerd is. Ja, op een verwachting waarvan ik denk dat een ander die voor of over mij heeft. Maar ook het gevoel van moeten voldoen aan een plaatje: wat is dat dan? Zeker als iedereen een andere perceptie en waarheidsbeleving heeft. Ik mag mijn eigen koers varen, krijg de vrijheid, ruimte, materieel én het vertrouwen om te experimenteren en bouwen aan Online Leren. Verschillende interesses en creatieve bezigheden vallen samen.

“Embrace your inner wiring, whatever that may be.”

En wat is er voor nodig om onze leerlingen hun inner wiring te laten omhelzen?

Aside

Huilen en stand your ground

Wat heb ik er een aantal klote dagen op zitten!

Woensdag, gisteren, bij de Dutch Innovation School een fantastische dag. Zo’n contrast met een dag eerder. En juist door deze tegenstrijd een emotionele breakdown… Wat heb ik die dag veel gehuild. Het startte bij het zien een korte film over een school die ik een zeer warm hart toedraag, de Ontdekkingsreis. Van de toenmalige directrice maar bovenal vriendin Jetske van der Greef kreeg ik deze week de link doorgestuurd. Deze dag de ruimte om er eens voor te gaan zitten. Behoefte en nood die elkaar ontmoette. Direct, tijdens de eerste woorden van Lies (6 jaar), rolden de tranen over mijn wangen. Zo puur, zo eerlijk, zo zuiver.

“Thuis voelde ik me wel blij, maar niet op school. Mamma en pappa vonden dat best wel gek. Eigenlijk was ik altijd heel vrolijk geweest, maar niet op school. Maar wel op deze school. Ik voel me hier gewoon heel veilig.”

Veilig, dat is wat ik mijzelf ook wil voelen. Het is weg. Voor even dan. Want ik weet dat ik weer ga opstaan, als ik al überhaupt gevallen ben. Maar zo voelt het nu. Voor even dan.

Als we in de loop van de woensdag met de studenten ‘The Butterfly Circus’ kijken, breek ik opnieuw. Gedurende de gehele film moest ik soms even wegkijken om maar niet ik tranen uit te barsten. Inhouden. Controle. Maar op het moment dat aan het einde van de film een gehandicapte jongen de limbless man omarmt, raak ik de controle over mijn emotie kwijt. Het is de situatie, de context van het verhaal en de combinatie met mijn verlangen: mogen zijn wie je bent.

Mogen zijn wie je bent, met alles wat je bezit. Genoeg, zelfs zonder ledematen. En wat nu als je mag zijn wie je bent in een omgeving waar je jezelf veilig voelt? Dat die omgeving onderwijs heet en je mag oefenen om te zijn in wie je wordt. En dat onderwijs draag ik een warm hart toe! De warme tranen die over mijn wang rollen en op tafel hun plek vinden, spiegelen nogmaals mijn verlangen. Zijn wie ik ben, wil zijn of juist niet wil zijn.

Ik wilde niet uitsluiten en zorgen dat iedereen zich veilig voelde.

IMG-20151015-WA0002Vandaag deel ik mijn proces met Jetske en haar man Jan. We zijn voor even samen. Zij luisteren en wanneer mijn verhaal rond is vertelt Jan over zijn laatste ervaring in Afrika. Jan vertelde over zijn bijzondere ontmoeting met een olifant, die voor even Jan leek aan te vallen. Jan leerde op en in dat moment kennis te maken met het fenomeen ‘stand your ground’. Hij maakte mij onderdeel van zijn verhaal. Hij nam mij mee en gaf mij als intentie het fenomeen mee voor tijdens het gesprek morgen.

Want morgen ga ik over mijn proces van de afgelopen weken in gesprek met mijn leidinggevende. Ik heb aan de bel getrokken en ik ga mijn inzichten delen. Het voelt als met de billen bloot. Kwetsbaar. Spannend. Een spanning die gisteren uit mijn traanbuis rolde, vandaag opgestaan, kop op en stand my ground! Grond, die voor mij ondanks (oude) pijn, spanning, schaamte en alle adrenaline die ik kan voelen, altijd aanwezig is. Dat ik mezelf mag uitspreken, zelfs al is het alleen mijn intentie. Mogen zijn wie ik ben als intentie, uitspreken zonder woorden.

Dankbaar en gesterkt neem ik afscheid van twee bijzonder mooie mensen. Terug in de trein naar Tilburg laat ik alles indalen en maak ik contact met waar ik goed in ben:het zien van het potentieel van kinderen en dit potentieel of deze gave (soms ogenschijnlijk ‘onorthodox’) ontsluieren. Het opnieuw ontvlammen van waar leerlingen echt goed in zijn. En dan het onvoorwaardelijk vertrouwen haar werk laten doen. Samen het proces aangaan. Samen.

Wat het gesprek morgen gaat brengen weet ik niet. Voorheen maakte ik me dagen druk. En ja, ook de afgelopen dagen hebben mijn gedachten niet stil gestaan. Bang om niet gehoord en begrepen te worden. Maar nu, op dit moment in de trein, weet ik terug te keren naar mijn innerlijk kompas, mijn voelen en innerlijk weten.

Stand your ground.
Het voelt goed!
Op naar morgen.

 

De ontdekkingsreis.

The Butterfly Circus

Aside

De grenzen van veiligheid

Nog nooit eerder in een groep meegemaakt, maar onveilig is wat ik me vandaag voel. De meeste leerlingen zijn gestart met hun werk als hij wat om zich heen kijkt, mij bewust lijkt aan te kijken, opstaat en naar een medeleerling loopt. Ik zie hem wat fluisteren en ik denk dat het over zijn werk gaat. Als ik hem tussendoor, net iets te hard, hoor mompelen weet ik dat mijn denken het verkeerd had. “Weet je wat mijn moeder van meneer Ronald vindt?” Zijn antwoord laat ik van me afglijden en vraag hem zijn collega met rust te laten. Ik voeg er aan toe zelf terug te keren naar zijn eigen plek.

Hij kijkt me wat listig aan, alsof hij wat van plan is. Dat blijkt ook als hij zijn telefoon uit zijn broek graait en hem aan zijn medeleerling geeft. Hij probeert hem aan te zetten om mij te filmen. De medeleerling lijkt in eerste instantie mee te werken en lacht wat, maar op het moment dat hij doorheeft dat het bevel gemeend wordt haakt hij af. En precies dit moment is wat mijn onveiligheid ontsluierde! Mijn roze bril voor wat betreft in- en uitsluiten wordt afgeslagen. Ik voel me gekwetst. Mijn onvoorwaardelijk vertrouwen in ieder mens lijkt een deuk op te lopen.

Niet dat ik iets te verbergen heb. Sterker nog, mijn instructie of uitleg filmen voor zichzelf zou ik zelfs toejuichen. De onveiligheid openbaarde zich in het feit dat de jongen mijn openheid en vertrouwen gebruikte om zijn eigen grenzen te verruimen. Hij koos er bewust voor mijn gezag te ondermijnen. Om mij wellicht onderuit te halen. Het vond al weken plaats. Ik negeerde zijn vaak negatieve inslag, ging in op zijn positieve handelingen of zijn gedrag. Maar nu, vandaag, in deze situatie, voelde ik mijn onmacht en onveiligheid zo duidelijk.

Maar lag het wel aan dit kind?
Wat wil de situatie mij duidelijk maken?
Twijfels.
En veel vragen.

Een jaar eerder had hij al bij mij, ons: Florus en mij, in de klas gezeten. En omdat er nog een aantal leerlingen van vorig jaar nu in de groep zitten, deel ik tijdens de pauze mijn gevoel van onmacht en twijfel met een klasgenoot. Deze haalt met één antwoord alle ruis en enige twijfel bij me weg.

“Meneer, de anderen zullen echt niet zeggen dat ze het oneens zijn met hem, want dan worden zij zelf gepest!”
Maar hoe weet jij dat zo zeker?
“Omdat ik dat zie. En voel, meneer!”

Het besef dat het dus niet alleen mijn onveiligheid is, groeit met rasse schreden. Dit gevoel en inzicht, dat wat zijn klasgenoot ook aangeeft te voelen, is wat ik probeerde uit te sluiten. Het raakt me en maakt me klein. Ik wilde er blind voor zijn, dus ergens kon ik het zien aankomen. En misschien ‘wist’ ik het ergens al. Want als ik alle feiten en gebeurtenissen op een rij zet, weet ik dat ik niet de juiste persoon ben deze jongen verder te helpen.

En dit wetende is precies wat voor mij uitsluiten is. Althans, dat is wat ik denk.

Er is en er gebeurt nog steeds te veel in zijn thuissituatie wat niet mijn verantwoordelijkheid is. Ja, als leerkracht ondersteun ik daar waar mogelijk en help ik in het vergaren van inzichten. Bij hem en zijn moeder deed dat proces pijn. En dat ik op momenten in mijn valkuil -zorgen voor- schoot is een feit. Dat heeft er in geresulteerd dat ik het halve thuisfront niet mee heb. Een wetenschap dat een understatement is.

En nog voordat we het schooljaar aanvingen heb ik met mijn collega gedeeld dat de relatie tussen mij en zijn moeder, en daardoor ook met hem als leerling, een grote uitdaging zou gaan worden. Dat zijn helemaal te begrijpen loyaliteit in combinatie met de ervaringen een schooljaar eerder, zouden kunnen leiden tot de climax die het nu is.

Mijn wil en vastberadenheid iedereen in te willen sluiten is ten koste gegaan van mijzelf, van hem en niet onbelangrijk, de groep. Voor het eerst in mijn carrière ervaar ik dat er grenzen zitten aan insluiten en iemand niet willen buitensluiten.

Onveiligheid, een nieuwe dimensie. Er zit een grens aan. De groep is ziek en dit inzicht maakt mij duidelijk waarom ik al twee weken aan kwakkelen ben met mijn gezondheid. Ingeluid met een lage weerstand, een hoop snot en uiteindelijk een migraineaanval. Als de bladeren van de bomen vallen kan ik deze signalen ook niet meer negeren.

Een draak van een dag

Je weet dat ze niet bestaan, draken. En toch weet iedereen hoe ze eruit zien en dat ze vuur spuwen. Zo is dat ook met gedrag. Dat wat gezegd wil worden wordt op een onhandige manier gespuwd. Het zet alles om ‘de draak’ heen in brand. Althans, als je alleen in gaat op het gedrag. Want als je weet dat het gedrag van leerlingen een functie heeft, alleen maar communicatie is en het gevoel van onmacht vibreert, dan kan het water weer stromen. Het vuur wordt gedoofd en de mens in het kind ontvlamt weer.

Gedrag is er, net als veel onmacht. De draak die de macht wil overnemen. Macht, dat niet bijdraagt aan enige motivatie of de saamhorigheid in een groep. Het is aan mij om contact te blijven houden met mijn eigen kracht. De uitdaging om mijn kracht niet weg te geven aan macht of onmacht.

10 OKT-02 Een draak van een dagDe afgelopen weken werk ik in flow. Ik voel me sterk, mag bezig zijn waarmee ik het liefst bezig ben: mijn visie op onderwijs en opvoeding concreet maken. Flippen als middel. Ik voel me op school als een vis in het water. Het stroomt. En wanneer het even niet stroomt ben ik me ervan bewust dat me slechts twee dingen te doen staan: surfen of go slow. Als een slak genieten van de kleine overwinningen van leerlingen die hun eigen spoor achterlaten. Genieten van de relatie tussen mij en leerlingen. Genieten wanneer een leerling zichzelf ont-moet. Samen als mens ont-wikkelen. Anders leren, vanuit het mogen zijn wie je bent.

En toch. Vandaag, vrijdag. Een draak van een dag! Alsof leerlingen toe zijn aan het weekend. Surfen op vuur wordt het.

Meneer, we hebben de hele week al niets gedaan! En ik ben jarig maar de meneer gaat toch wel weer werken. Let maar op. Ik heb geen zin in wiskunde en omdat we deze week vrij zijn geweest moeten we nu alles zeker weer inhalen? Ik ga vandaag echt niets doen! Toch geen gaMMa vandaag he? Ik haat dat vak. Meneer, mag ik naar huis? Meneer, kunnen we niet beginnen met het afkijken van de film van gisteren? Waarom moeten we van u altijd zoveel werken? Bij meneer M. hoefden we ook niet te werken.”

Wanneer ik de tijd zou nemen, zou ik alleen met deze uitspraken van die leerling al een ochtend vullend programma kunnen vormgeven. Als deze vragen en opmerkingen binnen een paar minuten op je worden afgevuurd lijkt de intentie van de dag gezet. Terwijl ik naar hem luister schuif ik een krukje onder de tafel vandaan. Ik zet één voet op het krukje, mijn elleboog op mijn knie en mijn kin op mijn vuist. Ogenschijnlijk laat ik alles van me afglijden. Maar ik merk ook dat het ondermijnen iets met me doet. Ik voel zijn energie, zie leerlingen op hem heen in hun schulp kruipen en de overgebleven ruimte vult zich met vuur. Ik probeer bij mezelf te blijven. Afstemmen op wat er nu gebeurt, wat een mogelijke angst is, wat bewust ondermijnd wil worden en waar wat eigenlijk gezegd wil worden.

Is het de uitwerking van de onrust die deze week binnen school geheerst heeft? Verschillende collega’s ziek, klassen opgedeeld. Mijn leerlingen zelfs een dag vrij. Mijn aanwezigheid voelt vandaag als die van ‘de invaller’. Continuïteit lijkt te missen. Dat mijn rol dit jaar anders is, is een feit. Dat ik de klas niet met een bepaalde continuïteit kan zien is wat het nu is.

Of wordt het vuur aangewakkerd door onduidelijkheid? Zo vertelt de een dat hij met een mindset is opgestaan waarin hij nu al weet dat het een k#tdag gaat worden. Heeft die ander al laten weten dat hij jarig is en zijn vader taart komt brengen. Alleen weet hij niet hoe laat. Weer een ander, net twee weken nieuw op school, laat vandaag 180° ander gedrag zien. Als ik benoem wat ik zie, legt ze heel nonchalant de vinger op een zere plek: “… ik weet nu hoe de school hier werkt.” Vrij vertaald: ik geef mezelf over aan dat wat speciaal onderwijs heet, ken nu al de mazen in de structuur en organisatie van de school en perspectief heb ik niet!? Ze vervolgt: “…hier moet ik van jeugdzorg naartoe. Zij vinden dit de perfecte school en hier moet ik van hen mijn diploma halen.”

Als ik deze waterval van negatieve woorden over me heen laat komen denk ik aan Dan Pink. Aan zijn boek Drive, the surprising truth about what really motivates us.

Een draak van een dag? Ik denk eerder een draak van een zorgstelsel, c.q. onderwijssysteem. Of ga ik hiermee mee in de negatieve houding van de leerlingen? Leerlingen motiveren, mijn uitdaging. Een band opbouwen met ze. Leerlingen die uiteindelijk op een school zitten waarbij ze verteld wordt dat het hun laatste kans is. Voor hun gevoel overal uitgekotst. Waarbij vooral gedrukt is op wat ze niet kunnen. Met zoute vingers in wonden. Ze zijn zichzelf kwijt. Her-ijken lijkt verder weg dan ooit. Een ware reis van de held.

En ik? Ik ben onderdeel van het systeem. Mijn drive is leerlingen dragen: ondersteunen zichzelf de hervinden, talenten op te sporen, te verinnerlijken en in te zetten. Binnen twee weken doorhebben ‘hoe een school werkt’. Schrijnend voor ons als school, maar tegelijkertijd laat zij een mega-talent zien. Ze heeft nu al een goed ontwikkeld analytisch vermogen. Behoefte aan autonomie en aan autodidactisch leren. Alleen, ons onderwijssysteem loopt achter. Dat is alles.

En dat leerlingen wordt verteld dat onze school hun laatste kans is, dat is misschien wel de grootste draak! Want er zijn altijd nog gesloten scholen, institutionele of pedologische inrichtingen, dus laatste? Maar wat als we omdenken? Wat als we leerlingen perspectief bieden? Dat we als school een springplank zijn om leerlingen opnieuw de overstap te laten maken naar een reguliere setting óf een school zijn waarbij leerlingen hun eigen (multi-)talenten verder mogen ontwikkelen? Wanneer de draak plaats maakt voor de beer, ligt bruggen tussen de situatie nu en de gewenste situatie open.

Aside

Hooi op een vork

Nog iets minder dan een week te gaan: de voorbereidingen voor de studiedag. Ik kan er zelf niet bij zijn omdat ik iedere woensdag en donderdag andere afspraken heb. Maar de voorbereidingen en vooral het creatieve proces wil ik me niet laten ontnemen. Althans, dat denk ik nu. Want vandaag ontving ik een bericht van mijn partner in crime binnen de werkgroep Online en Gepersonaliseerd Leren:

09 SEP-30 Hooi op een vorkHee Ronald, om ff terug te komen op jouw vraag van maandag (presentatie studiedag): ik zie daar liever toch vanaf. Niet zozeer omdat ik het niet zou willen, maar ik heb momenteel erg veel hooi op mijn vorkske.’

Op het moment dat ik thuis weg wil fietsen en twijfel of dat ik de stop- of sneltrein zou moeten nemen naar mijn volgende bestemming, wordt er voor mij gekozen. De stoptrein gaat het worden. Ik lees de woorden van mijn collega en ben blij met de heldere boodschap. Niets moeilijker voor mij om grenzen te stellen. Mijn collega doet dit nu ‘gewoon’. Inhoudelijk baal ik en voel weer een vertwijfeling. Nu over de studiedag.

Want, wanneer je anderhalve week van te voren gevraagd wordt een studiedag vorm te geven en mijn collega stopt met de voorbereidingen, moet ik het dan wel doen? Als ik stop met fietsen en even stilsta, terugdenk aan het moment dat mijn leidinggevende de vraag stelde en mijn eerste split-second antwoord invoel, voel ik een volmondige JA! Externe omstandigheden, tijdsdruk als excuses en schaamte voeden mijn onzekerheid: ‘gaat het mij wel lukken’ en ‘wat zouden anderen er van vinden’. Ze willen mij onderuit halen.

En toch ga ik het dOEN! Benieuwd wat het gaat worden. Twijfel betekent de stap nemen. In actie komen want, en dat leg ik ook mijn leerlingen uit, actie betekent in beweging zijn. Doen en accepteren waar het wel of niet loopt en waar het niet loopt: een nieuwe keuze maken.

In de trein reageer ik op het bericht van mijn collega. Uit zorg, want het lijkt me een belangrijk signaal: teveel hooi op een vork is nooit fijn. Zeker niet zo vroeg ik het jaar. De innerlijke slavendrijver kan veel stress en werkdruk veroorzaken. Herkenbaar. Ik vraag of mijn collega inzichtelijk heeft in de hoeveelheid hooi, welke verantwoordelijkheden waar horen en misschien wel het belangrijkste: wat wel en vooral wat geen energie oplevert. Een zaag scherp te houden, goed voor jezelf zorgen als thema!

Wanneer ik me realiseer dat ik volledig gekozen heb voor het vormgeven van de studiedag begint het ook direct weer te stromen. Verschillend ideeën passeren de revue. Omdenken is het bovenliggende thema. Het gebruik van de mobiele telefoon als eerste insteek. Als metafoor om welk onderwerp of mogelijk probleem bespreekbaar te maken. Het functionele waarom te achterhalen: waarom doen we de dingen die we doen?

Tegelijk wil ik voor deze studie dag een vorm kiezen die dicht bij mijn opdracht dit jaar ligt: flippen. Ik besluit een instructievideo te gaan maken, daar ik zelf niet aanwezig kan zijn. Spannend, want het gaat mijn eerste instructievideo online worden.

En mijn collega, die gaat tijdens de studiedag zijn verhaal en good practice met het team delen: een WhatsApp-groep met de leerlingen. Gaaf! In de eerste plaats omdat dit volgens mijn collega geen hooi op een vork is, er is namelijk geen voorbereiding nodig. Maar zeker ook omdat ik zelf tijdens zijn verhaal ergens zelf weerstand voelde. Van alle sociale media vind ik WhatsApp echt een uitdaging. Het is een meer ongecontroleerde omgeving. En juist daarom, met het omdenken in mijn achterhoofd, is het mooi dat mijn collega juist het enthousiasme weet over te brengen. Waarin leerlingen worden meegenomen in het on action leren mediawijs te worden en gemonitord.

Mijn collega is een speld in een hooiberg en doet fantastische dingen met zijn leerlingen. De vork wordt ingeruild voor een mes. Ik weet zeker dat het aan meerdere kanten snijdt.