Status

Een attractie met inhoud

Vandaag op excursie naar ’t Ravelijn, een reguliere middelbare school waar ze nu een aantal jaar werken met Online Leren. Een school die jaren van voorbereiding hebben omgezet in actie, omgezet in een online omgeving en waarbinnen leerkrachten hun eigen onderwijs vormgeven.

Voor de ICT-puristen: het platform waar ze mee werken heet Volution en won recentelijk een innovatieprijs.

Eén van de zogeheten ‘bewakers’ van de leerlijnen vertelt dat zij een jaar of acht geleden zijn gestart met het uitwerken van het idee. Persoonlijke leerlijnen en leerdoelen. Jaren later werd VO-lution als middel geïntroduceerd. Het draait nu een jaar of drie en na de eerste hobbels komt de school, waar ook alle ruimtes en klassen zijn vormgegeven op het concept, in ‘rustiger’ vaarwater.

Rustiger bewust tussen aanhalingstekens omdat het grote borgen het afgelopen jaar is ingezet. Jaren hebben leerkrachten hun lesstof ontwikkeld, met en enkelen zelfs los van de reguliere methoden. Kerndoelen en eindtermen als uitgangspunt. Iets met visie.

Wat ik doe is luisteren, soms een vraag en vooral glunderen. Ik geniet van de passie waarmee iedereen binnen de school vertelt over het gehele proces. Geniet van de weg naar dat wat het nu is. Met hun woorden, uitleg en enthousiasme laten ze puzzelstukjes op hun plek vallen. Ik denk terug aan onze visie een jaar eerder ingezet. Een korte recapitulatie van de visie van ’t Ravelijn:

Groepen van 60 leerlingen, verdeeld in drie groepen met drie leerkrachten en een legertje aan assistenten. Ook het gebouw is hier op ingericht: een aantal lokale en grote gemeenschappelijke ruimtes waar leerlingen kunnen samenwerken.

Lesblokken van 90 minuten waarin leerlingen werken aan hun (huis)werk. Blokken van 90 minuten zorgen voor rust, verdieping en ruimte om samen te werken. Overzichtelijk ook, een aantal vakken op een dag.

Na een korte off- en/of online instructie aan de slag met taakbrieven. Taakbrieven die een tijdspad van een week (soms langer) omvatten. Ze zijn terug te vinden op het online platform. En wanneer ze zijn afgerond worden de taken geëvalueerd en gereflecteerd.

Ik denk terug aan het projectmatig werken waar Florus en ik een jaar eerder mee gestart waren. Er werd ingezoomd en meer verdiepend gewerkt. Leren leren. Dat gaat makkelijker wanneer je in blokken werkt. Of de ‘streaming’ zoals als dit binnen onze school werd genoemd: werken met vakleerkrachten (of leerkrachten verantwoordelijk voor een vak in ons geval) om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen.

Verder zie ik op ’t Ravelijn twee didactische leerlijnbewakers die als proceseigenaren de visie van de school en de kwaliteit van de leerlijnen, -doelen en werktaken waarborgen. We hebben vorig jaar een aanzet gemaakt ons onderwijs richting deze vorm van werken te bouwen. Het is noodzakelijk om vanuit gedeelde visie het onderwijs vorm te geven samen met iedereen binnen school. Ik mis dit nu.

Ook is een platform waar alles samen komt van belang! Op deze school is gekozen voor Office365, een platform dat gratis wordt aangeboden. Een slimme zet van Microsoft. Tegelijkertijd is er de ruimte voor Volution om samen met de school de bouwen aan een werkbare vorm: voor de leerling, school, de leerkracht én ouders! Door zelf te gaan flippen borg ik mijn instructies alvast. Niets innovatiefs aan flippen, wel als mogelijke brug naar Gepersonaliseerd Leren.

En dan, niet onbelangrijk: een nieuw schoolpand, gebouwd vanuit de visie van de school. Ik denk aan Hellerup, uit Denemarken. Daar heb ik mogen ervaren hoe mooi leren kan zijn. Hoe motivatie, enthousiasme en de wil om te leren als een stroom door de school heen flowt.

Vandaag brengt mij weer een stuk dichter bij mijn droom: goed onderwijs waar iedere leerling gezien en gehoord wordt. Waar het vertrouwen op dat ieder kind wil ontwikkelen aan de wieg staat voor waarde(n)vol en gedragen onderwijs. Samen de school vormgeven, met leerlingen, ouders en leerkrachten. Leerkrachten die hun innerlijke passie weer laten ontvlammen. Leerkrachten die iedere dag vanuit een positieve balans werken en leerlingen weten te raken. Leerkrachten die onderwijs dragen, uitdragen en vanuit rolwisseling de leerling meenemen in hun eigen unieke (leer)proces.

Time for action, who’s in?

Advertenties

Een nieuwe start

Wat een dag! Alsof de intentie van een dag eerder direct is ingezet. In de ochtend heerst er een zeer fijne en positieve sfeer in de groep. Iedereen werkt op zijn/haar eigen tempo aan verschillende taken. Gevoel van autonomie versterkt het gevoel van competentie zichtbaar. Mooi om te zien hoe leerlingen hun eigen verantwoordelijkheid pakken maar ook – of juist daardoor – ‘spontaan’ anderen gaan helpen.

Wanneer ik de angst over ‘verantwoordelijkheid aan leerlingen geven’ aanboor gaat deze zeer regelmatig over in een ‘ja maar wat als…’. Vandaag opnieuw de bevestiging: als ik zelf volledig beschikbaar ben in de groep zijn zij dat voor hun eigen proces en zelfs voor die van anderen.

Mijn gat in zelfvertrouwen lijkt gedicht. Het is voelbaar, zeker in vergelijking met eerder deze we(e)k(en). Er lijkt iets wezenlijk te zijn veranderd…

Niet iedereen heeft aan het einde van de dag alle geplande taken af. Werktempo en -houding zijn verschillend, juist in deze groep. Een groep met in potentie leerlingen die veel meer kunnen dan het niveau waarin ze zijn ingedeeld. Maar ook leerlingen die jarenlang gevaren hebben op gedrag en niet geleerd is wat hun talenten zijn, niet geleerd is hoe moeilijkheden te overwinnen, niet geleerd hun eigen toekomst te creëren. Ik mag dit proces ontsluieren. Ik maak bespreekbaar hoe hard er is gewerkt, wat ik zie gebeuren en geef het woord aan de leerlingen als ik hen vraag wat er nodig is om moeilijkheden te overwinnen. Er wordt hulp aangeboden, verschillende leerstijlen en -strategieën vliegen door het lokaal. Ik geniet. De veiligheid is terug!

En in deze veilige setting wordt geleerd dat ‘werk af’ een proces is, dat niet iedereen hetzelfde proces doorloopt en vooral ‘dat het volwassen is’ om hulp mag vragen. Sterker, dat door te vragen het proces en gevoel van competentie wordt versterkt!

De werkflow wordt in de middag voortgezet. Gevolgd door een leuke CKV les waar de leerlingen aan een nieuwe opdracht starten. En zelfs zij die mij bezig houdt laat vol trots haar tekening zien. Ik denk terug aan de tweede tekenles waarbij alles van tafel ging en een ‘ik kan niet tekenen’ er achteraan gegooid werd. Gegroeid is ook zij. Ze vertelt vandaag haar doel: “ik wil zo snel mogelijk naar het regulier onderwijs. Ik vind het hier maar niets. Oh, en als ik achttien ben wil ik naar LA! Dan ga ik daar wonen.”

Dromen. Groot dromen. Ik luister, bevraag haar en geniet van haar verlangen. Ik geniet nog meer van de rust en veiligheid waarin zij zichzelf ontwikkelt. Een weer maakt het me bewust dat ontwikkeling alle tijd en ruimte nodig heeft om zichtbaar te worden. En dat mij enkel ‘beschikbaar zijn’ te doen staat. Ik kan mijn best doen, aan leerlingen trekken om hun werk af te maken en ze waarderen met alleen een cijfer maar wanneer lesstof niet gemaakt wordt kunnen dat signalen zijn. Signalen waarin ik de lesstof anders aan te bieden heb, hen producent leren maken van hun eigen leerproces. Of waarop ik lesstof afstem op het proces waar zij zichzelf bevinden.

Deze week zouden presentaties gehouden worden. Niemand is zeker genoeg of klaar om hun presentatie voor de klas te houden. Tja, in gesprek en samen een nieuwe afspraak maken.

En, omdat er ruimte ontstaat: het laatste uur ‘the Yellow River‘. Een praktische oefening waarin duidelijk en zichtbaar wordt hoe moeilijk samenwerken eigenlijk is. Een prachtige oefening voor mij om leerlingen te observeren, als individu en als groep.

Een frisse neus.
Een nieuwe start.

Aside

Ouder en het niet weten

Vandaag twee oudergesprekken. Naar school gekomen om hierbij aanwezig te zijn. Twee leerlingen die moeilijk te motiveren zijn: de een door problemen met zijn prikkelverwerking, de ander laat zich ogenschijnlijk met de richting van de wind meevoeren.

“Iedere dag is het overleven. Mijn kind is zelfbepalend, overziet het grotere geheel niet en laat zich door niemand de wet voorschrijven”.

Duidelijke taal! Ik merk dat ik de onzekerheid van deze ouder voel en deel. Ook ik weet niet goed wat te doen. En dat is nieuw voor mij. Ja, redenen genoeg te bedenken:

  • ik werk nog maar twee dagen,
  • mijn visie op onderwijs van/met deze doelgroep is op een aantal fundamentele punten verandert,
  • onderwijs afgestemd op de leerlingen vraagt het faciliteren van zaken,
  • aanvliegroutes en leerkrachtstijlen tussen mij en mijn duo-collega tekenen zich af,
  • de dagen in de week zijn essentieel: vrijdag is een wezenlijk andere dag dan dinsdag en misschien is het beter om maandag &dinsdag te werken,
  • en ouderbetrokkenheid/-participatie verandert van op ‘één lijn zitten’ naar ‘wij weten het ook niet meer’.

Wanneer het welbevinden van de een sterk wordt bepaald door sensorische waarnemingen is het lastig om gefocust te blijven. Als daarbij ook nog eens een mate van voorspelbaarheid gewenst is zijn er genoeg moeilijkheden te overwinnen. Een aantal weken terug had de zus van de een het eerste uur vrij. Ze was nog niet weg. Dit was onverwachts en hierdoor liep gehele dag liep ‘in de soep’.

‘Iedere dag is het overleven’ is wat mij bezig houdt. Ik luister, merk wat het met me doet en ik word me er opnieuw bewust welke coping strategieën worden ingezet. Dit is precies wat ik voel! De ander overleeft. Maar ook ik overleef: iedere lesdag ga ik naar school en ben ik bang voor de dag. Niet weten wat de dag mij en vooral de individuen in groep gaat brengen. De wispelturigheid van gedrag, gevoed door externe factoren, maakt mijn onderwijspraktijk rauw. En soms zijn er ook dagen waarop ik mijzelf afvraag hoe ik die dag overleef.

Mijn verwonderen is dan weg. Ik stap in strategieën die niet congruent zijn met mijn visie op onderwijs. Ik leg net als hen de focus op wat niet werkt. Niet werkt voor mij. En hierdoor word ik onzeker. Weet ik soms niet wat te doen. Hun gedrag en hulpvraag resoneert hun en mijn proces.

Het eerste oudergesprek zit erop. Verder dan het delen van moeilijkheden waar ouders en ik tegenaan lopen en vragen rondom wat te doen komt het niet. Een aantal schouders de lucht in volgt. Hoe graag ik ook wil, wanneer het kind niet wil is het aan mij de taak deze ‘wil’ te ontsluieren. Mij lukt het niet. Ook mijn collega ziet meerdere momenten waarop het deze leerling niet lukt. Niets anders dan het omhelzen van de feiten moet en vertrouwen en perspectief doen groeien.

Uiteindelijk wordt er niets concreet afgesproken. Ja, dat we de tijd dat de leerling niets doet noteren. Voor de leerplicht!? Alsof een leerplicht hier iets mee doet? Alsof het de leerling gaat motiveren wel iets te doen?

Op mijn weg terug naar huis reflecteer ik de ochtend. De gesprekken, maar vooral dat waar ik tegenaan loop. Twee dagen in de groep. Het lijkt in deze tak van sport haast onmogelijk. Althans mij en op dit moment. Misschien moet ik groeien in mijn rol? Is dit waar iedere parttimer tegenaan loopt? Ik leg me niet neer bij de rol van ‘invaller’! Ik ben een volwaardig docent, ken mijn kwaliteiten, mijn talenten en wil van waarde zijn. En in die twee dagen moet het mogelijk zijn een ‘de wil’ te ontsluieren. Ik schuur aan de grenzen van mijn kunnen en denk terug aan mijn pedagogisch statement: iedereen is welkom, wordt gehoord, wordt gezien en iedereen ontwikkelt.

Er is door mijn twee werkdagen wellicht (en blijkbaar) meer tijd en ruimte nodig om ‘de wil’ bij een aantal leerlingen te ontdekken. De relatie als vehicle. Vorming van ‘wie ben ik’ en ‘hoe verhoud ik me tot anderen’ heeft nu voorrang. En die ruimte kan ik ze geven, maar ik heb alleen niet het gevoel dat deze ruimte schoolbreed wordt gedragen. En precies daar zit mijn weerstand. Weerstand omdat ik niet weet dat het enkel míjn wens en verlangen is. Of moet ik dit maar loslaten? Accepteren als weten dat ik het soms ook niet weet. Voelen dat in het niet weten mijn weten schuilt.

Wat ik nodig heb? Backup. Althans, ik noem het backup: ruimte om te bouwen met leerlingen. Te bouwen aan de relatie met en tussen leerlingen. Ruimte om in de klas van mijn collega mee te kijken. Want als ik niet de ruimte pak kan ontkoppeling een valkuil zijn. Raak ik mijn kwetsbaarheid kwijt. Mijn verwonderen. En juist nu, in deze situatie is het mezelf kwetsbaar opstellen wat mij doet reflecteren op wat ik doe. Mijn aanpak evalueren of ik congruent vanuit mijn onderwijs-pedagogische visie handel.li

Tijd om dit open te gooien en te delen! Van overleven naar LEFen. Zo verschillend zijn mijn leerlingen en ik nog niet…

Aside

De spiegel en kwetsbaarheid

In de ochtend een gesprek met een collega. Openhartig. Ik hoor dat mijn visie, mijn groei en ingezette acties een onzekerheid voedt. Ik heb het vaker gehoord. Ik deel mijn idee dat deze onzekerheid enkel projectie is. Dat ik een veilige spiegel mag zijn om te zien waar deze collega nu zelf doorheen gaat. Het overwinnen van onzekerheden en staan voor diens eigen visie. Een verlangen.

Ergens maakt het delen van deze onzekerheid mij weer onzeker. Het schuurt aan oude pijn. Ik voel mezelf ergens wegglijden, de pijn die mijn onzekerheid zo lang heeft gevoed. Doe ik iets niet goed dan? Dat. Tegelijkertijd ben ik me in het moment er bewust van dat ik mezelf voel wegglijden. Dat beseffende kan ik dus ook een andere keus maken. Nu.

Ik twijfel en besluit even stil te zijn. Om te voelen of dat wat gezegd wil worden ook daadwerkelijk gezegd ‘moet’ worden. Ik overdenk mijn gedachten en alles wat ik zou willen zeggen. Alles dat gezegd wil worden voelt als een ladder om uit de kuil te kruipen. Ik kies ervoor om even niets te zeggen. De woorden dragen uiteindelijk niet bij aan de openhartigheid van dat waar mijn collega mee worstelt. Ik neem perspectief, herken het gevoel en hoef er niet in mee te gaan. Bevrijdend. En het is deze vrijheid waarin ik haar kan ontmoeten.

Mijn valkuil in het nemen van perspectief is het vereenzelvigen. Afstemmen heeft voor mij het gevaar in zich mee te gaan in de energie van de ander. Ik neem dan over, ga dan ‘zorgen voor’ in plaats van ‘ondersteunen’. Natuurlijk is het goed dat ik ook een bepaalde zorg voel, dat ik resoneer op de energie van de ander en/of kan invoelen. Mijn grootste uitdaging is vanuit stilte mijn intentie weg te zetten en het vertrouwen haar werk te laten doen. En vooral: niet te snel willen gaan!

Deze collega worstelt, worstelt met zichzelf en worstelt met het ‘verhouden van zichzelf tot de ander’. Hoe ik me verhoud tot mijn collega start bij hoe dicht ik bij mezelf kan blijven. Ik luister, volg de worsteling en vanuit een veilige kwetsbaarheid ontstaan de antwoorden voor mijn collega als vanzelf. De spiegel doet ons samen groeien, verder brengen en er ontstaat een nieuwe werkelijkheid: we delen beiden waar we mee bezig zijn en wat ons verlangen is. Vanuit een gedeelde visie zetten we nieuwe intenties de wereld in.

Eén van die intenties is het verder brengen van de waarden binnen Flipping The Classroom. Sinds ik het leren rondom wiskunde heb omgedraaid is er een openheid in de groep ontstaan. Kan mijn focus naast de stof worden gericht op de relatie met de leerling. Is er bij de leerlingen het besef dat er ruimte is voor vragen. Draagt individuele aandacht bij aan het versterken van de basisveiligheid. En precies dat willen mijn collega en ik verder brengen, binnen school en binnen de stichting.

Wordt vervolgd.
Vast.
Ooit.

Aside

Ondernemend onderwijs

Op een maandagochtend buiten de deur. De gemeente Breda nodigde Jong Ondernemen en Stichting Buitenkans uit om leerkrachten en leidinggevende uit verschillende onderwijsorganisaties te inspireren. Om samen inzicht te vergaren waar ‘we’ als onderwijs staan, welke visie mijn stichting heeft op het gebied van ondernemen, waar de school staat en hoe ik me als leerkracht verhoud in dit geheel.

Het is een feit dat onze maatschappij een bijzondere transitie doormaakt. Zo bijzonder dat verschillende iconen roepen dat het onderwijs van nu belangrijke te leren vaardigheden lijkt te missen. Vaardigheden die onze kinderen nodig hebben om in de toekomst hun future jobs te kunnen uitvoeren. Ze worden 21th Century Skills genoemd, of ook wel Basic Skills. Vandaag gaat het over ondernemerschapskills binnen het onderwijs. Het wordt een dag vol vragen.

De eerste gaat over wat en hoe we de leerlingen leren en opleiden voor de toekomst. Over wat daar voor nodig is. Een tweede gaat over competenties. Want als ondernemerschapskills nodig zijn bij kinderen en jongeren, welke competenties vraagt dit dan van hun leermeesters en dus mij als leerkracht?

We zijn los en direct wordt mijn doel helder: inspiratie opdoen en weten waar ik ‘sta’ voor wat betreft ondernemen in het onderwijs.

Sinds het begin van dit jaar (en eigenlijk al een jaar eerder) ben ik samen met een groep onderwijzigers gestart met het vormgeven van een particuliere school: de Dutch Innovation School, kortweg de DIS. Een persoonlijk ontwikkelingstraject waarbinnen onze gezamenlijke visie samen komt bij het woord ‘interconnectiveness’. Door zo volledig mogelijk verbonden te zijn met jezelf en je omgeving als geheel kun je contact maken met dat wat je drijft.

Iets eerder dan de start van de DIS ging ik op avontuur met collega Florus. Samen schreven we een ‘nieuw’ concept om ons onderwijs vorm te geven. Ondernemen binnen een bestaand systeem, vanuit cross-over visies zoals Big Picture, Essential School, Montessori, Covey en TheoryU.

Ondernemendheid genoeg zou je denken.

Maar hoe ziet nu een ondernemende school eruit? Als groep zijn we het er over eens dat je hele leven voor één baas werken van 9u-17u voor velen niet meer van deze tijd is. Onderzoek blijkt zelfs uit te wijzen (bron niet paraat, sorry) dat velen in een leven 10 verschillende banen hebben. Hoe leidt een school op voor multipotentialite-skills?

Volgens mij start een ondernemende school bij een duidelijke visie en missie. Om vervolgens ruimte te bieden voor ondernemerschap van leerkrachten. Als docent ben je leermeester en voorleef je dus ‘the why‘ en hoe je kinderen de wereld in wil zetten. Je bent een inspiratiebron voor je leerlingen. En het is ook belangrijk dat het onderwijs inspeelt op ‘de branche’. En ergens klinkt dit laatste punt nog wat vaag. Want hoe kun je voorlopen op wat nog gaat komen? Hoe pas je een school aan op wat nodig is?

De school uit! Een verbinding creëren met het bedrijfsleven, waardoor talenten van leerlingen zichtbaar worden, worden ontdekt, versterkt en leerlingen leren in welke context zij het best kunnen werken. Interconnected dus!

Wat het vraagt van ondernemende leerkrachten? Buiten de kaders denken! Een beroep doen op je lef. De moed om los van teams het onontgonnen gebied buiten de status quo te ontdekken. Practice what you preach, zoals hierboven al kort is aangestipt. Zelf dus ondernemend zijn, de kracht van de twijfel aanspreken en flexibel handelen. Creativiteit aanspreken met een ‘alles is mogelijk’-mentaliteit. Fouten durven maken: trail and error, starten, op je bek gaan en doorontwikkelen. Van leerlingen en studenten actieve producenten ‘maken’, met duidelijke doelen. Buiten het ‘doe maar normaal’ durven denken, voorbij het omdenken. Andersomdenken! Werken met en in projecten. Samen met oud-leerlingen/-studenten die verbonden worden aan de opleiding binnen school.

Ik geloof in de ondernemende leerkracht die zijn eigen opleiding creëert. Leermeesters die over 5 jaar zelf worden gekozen door de leerling van dan. Mijn kinderen nu. En dan zomaar wat vragen die bij me opkomen:

Hoe ziet mijn student er over 5 jaar uit?
Wat verwacht hij/zij van mij als leerkracht?
Hoe dacht ik in 2010 hoe de leerling/student nu zou leren?
Hoe ziet mijn school eruit?Hoe ziet onderwijs er over vijf jaar uit?
Wat moet een docent over 5 jaar kunnen en kennen?

Een eerste brainstorm levert ogenschijnlijk holle begrippen op. Maar voor mij wordt het echter steeds duidelijker waar mijn innerlijk kompas mij naartoe leidt. Wanneer ondernemen, onderzoeken, presenteren en communiceren belangrijke pijlers is het belangrijk om als school:

  • perspectief te bieden vanuit een concrete context,
  • het vormen van en de vorming van de leerling als de essentie te zien en er naar te handelen, zowel voor wat betreft gedrag als ook samenwerking en sociale interactie,
  • iedereen contact te leren maken met hun eigen verantwoordelijkheid voor het leren binnen ieders individuele proces, de ontwikkelmotor van iedere lerende blijven voeden,
  • de multifunctionaliteit en potentieel van leerlingen te ontsluieren en hen leren hoe zij met hun potentieel van waarde kunnen zijn.

En ik? Mijn taak wordt het om vanuit een coachende rol leerlingen ervaringsgericht te laten leren en ontdekken. Het vraagt kwetsbaarheid en onvoorwaardelijk vertrouwen in het proces dat ik aanga met mezelf, de leerlingen en diens ouders. Leerlingen leren wat eigenaarschap is. En tegelijkertijd gebruik maken van de netwerksamenleving waarin we leven. Het leren van leraren waarvan je wil leren. Apprenticeship. Als leerkracht zichtbaar zijn en bewust zijn van waar mijn kracht en mogelijkheden liggen. En ‘weten’ wat ik nog te leren heb.

Als laatste krijgen we een tool mee: het Effectuation Canvas. Het doet me denken aan het Business Model Canvas You waar we gebruik van maken bij de DIS. Mijn verlangen is om deze vorm op te pakken en ook binnen ons team dit model te brengen. Wellicht een hele onderneming. We zullen zien…

Fouten

Na de middagpauze lopen een aantal leerlingen onrustig het lokaal binnen. Dat wat buiten is gebeurd versterkt de frustratie, verhoogde staat van arousal van één van hen. Frustratie dat wordt gebotvierd op hem.

Hem, een jongen die het heel lastig vindt om een relatie aan te gaan. Al vroeg in zijn jeugd geen thuis. Geen contact met familie. Een tante ziet hij eens per jaar, omdat anderen dat nodig vinden. Vele pleeggezinnen en woongroepen heeft hij al gezien en beleefd. Een basisveiligheid mist hij, loyaliteit naar ouders lijkt verdampt. Loyaliteit naar iedereen overigens. Vertrouwen trouwens ook, en dan vooral in zichzelf. Recentelijk kwam daar ook nog eens landelijke media overheen.

En dan zit hij op een school. Zelf geen inspraak, moeite met leren omdat hij anders leert, hij heeft meer tijd nodig en alle moeite om zijn gedachten te blijven ordenen. Maar bovenal, voor wie of wat leert hij? Ja, voor zichzelf. Maar wie is dat?

Ook zit hij in een klas waar anderen moeite hebben niet ontkoppeld te raken van zichzelf. Anderen die ook, maar op en vanuit totaal verschillende invalshoeken, moeite hebben te leren en met sociale omgang. En nu dus weer hij tegen hem.

Het resulteert in schreeuwen door de klas, versterkt door anderen die zichzelf en hun emoties moeilijk kunnen reguleren. Moeite met het in goede banen leiden van hun ‘woede’. ‘Hem’ is enkel een makkelijk ‘slachtoffer’ om alles wie hij is. Hij is gelukkig al zo ver dat hij de schreeuwers negeert.

Het leidt nu alleen tot extra woede.

Een van de schreeuwers is de bron van de onrust. Als ik me tot deze schreeuwer richt voel ik eigenlijk direct dat enig gesprek lastig gaat worden. Het coachen in het leren maken van positieve keuzes en het reflecteren in het omgaan met ‘de zelf’ lijkt onmogelijk. Als een tijdbom die intern niet weet hoe lang de tijd nog tikt.

De schreeuwer loopt naar hem toe. Hij had net een koek in zijn mond gestopt, vergeten te eten in de pauze was het argument. Tegelijkertijd leek hij het tikken van de bom ook te voelen. Wanneer de schreeuwer boven hem staat te schreeuwen dat hij na de pauze niet meer mag eten, klinkt er een: “oké!” Met een lach lijkt hij de schreeuwer te volgen. Niets is minder waar, want een volgende hap wordt genomen. Het lont van de bom wordt aangestoken en de schreeuwer grist de koek uit diens hand. Met een zwiep beland dat wat is overgebleven van de koek op een bed van weggegooid afval. Het geluid van de rand van de vuilnisbak resoneert door het lokaal.

Ik besluit de tikkende bom tot ontploffing te brengen. Dit om de veiligheid van de schreeuwer en de groep te waarborgen. Tijd om het lont wat extra snelheid mee te geven.

“Beter blijf je van andermans spullen af. Volgens mij werkt dat voor jouw spullen ook zo!?”

Een duidelijke verwachting en een poging om de schreeuwer een laatste keer tot reflectie aan te zetten. Meestal werkt het ook om wat te zeggen, in dit geval ‘de manier waarop’, wat niet wordt verwacht. Om te verwarren. Dit keer draait hij niet bij. Het snellont stevent op mij af. Er komt iets uit met dat hij niet zo wenst aangesproken te worden. Ik hoor mezelf nog iets zeggen als iets met ‘het goede voorbeeld geven’ en voor ik het weet vlieg ik door het lokaal.

De schreeuwer schrikt van zijn actie en snelt het lokaal uit. Onderweg schopt hij nog een kastdeur en veiligheidsglas kapot. Hij weet dat hij grenzen over is gegaan. En hij weet nu ook dat het veilig genoeg is zijn eigen gevoel van onveiligheid op een andere manier te uiten. Om na zijn fouten te oefenen. Oefenen verantwoordelijkheid te dragen voor gevoelens die niet van hem zijn. Energie die buiten het lokaal mag blijven. Bemoeienis die niet enkel over regels gaan.

Klasgenoten zijn geschokt, geschrokken. Onbegrip ont-moet begrip. Er ontstaat een open gesprek: “ik begrijp hem wel ergens. Hij vindt het moeilijk om zijn eigen fouten toe te geven. Maar het toegeven van fouten is niet stom. Het gaat niet over winnen, maar dat je ‘volwassen’ om kan gaan met de situatie.”

Een wijze les. In stilte geniet ik van de intentie die deze jongen neerzet! Na zijn betoog kijkt hij me aan. Hij lijkt bevestiging te zoeken. Met een glimlach herhaal ik kort wat ik hoor: oefenen in het leren maken van fouten, het ontleren van dat alles maar goed moet zijn. Het vraagt MOED, de moed je kwetsbaar op te stellen. En soms, soms doet dat nog pijn.

F-Day, operatie flip

Vandaag moet het dan gaan gebeuren. Het opnemen van de instructievideo’s voor het eerste hoofdstuk. En alles bewerken en klaarzetten voor volgende week. De voorbereidingen zijn getroffen en NU is tijd voor actie. Het is aan mij om alles te gaan neerzetten. Ik voel een gezonde spanning. En ergens de twijfel, mijn angst voor de toekomst: wat anderen wel niet van mijn film gaan vinden. Tegelijkertijd voel ik vreugde en plezier, plezier om te gaan spelen. Plezier om dat wat ik creëer weg te zetten, te delen met leerlingen en ouders. Om feedback te krijgen. Feedback dat mij naar een nieuwe laag van mijn ontwikkeling gaat brengen. Ik heb er zin in!

Tegen de middag een afspraak met mijn bovenschoolse manager/-leidinggevende.

In het verleden hebben we regelmatig met elkaar gespard, over de visie van ons en het onderwijs. Toentertijd zag ik hem regelmatig in de functie van regiedirecteur. Het is voor mij belangrijk om als onderdeel van een organisatie naast mijn leerlingen, ouders en collega’s ook de (soms helaas nog steeds hiërarchische) lagen boven mij te verkennen en ontdekken. Dat ik ook perspectief kan nemen en ‘weet’ vanuit welke visie geacteerd wordt.

Vandaag ‘kruipt hij in de huid van’. Zijn thema en vorm, mijn huid. Ik deel met hem wat ik doe en waar ik mee bezig ben. Deel welke doelen en opbrengsten we als projectgroep hebben gesteld. Welke doelen ik aan het einde schooljaar en in de toekomst behaald zou willen hebben. Een open dialoog is wat het wordt. Hij geeft zijn reactie, feedback, maar bovenal stelt hij veel vragen. Scherpe vragen ook, waardoor ik hem mee kan nemen in proces. We verkennen en delen missies en visie. We evalueren samen het proces, mijn werkzaamheden beschouwen en deze in een groter perspectief plaatsen. Die van de schoolontwikkeling.

Ondanks dat we beide sneller zouden willen, weten we ook dat de werkelijkheid trager gaat. Dat processen binnen school, inclusief mindset, niet in tijd te pakken zijn. Over vijf jaar moet het Online en Gepersonaliseerd Leren staan. Een vehicle om aan te kunnen sluiten op de ontwikkeling van onze leerlingen, ontwikkelings- en ervaringsgericht.

Niet iedere leerling is namelijk gebaat bij alleen een klassikale instructie. Juist onze vorm van onderwijs daagt ons uit om meer op de persoon, diens cognitieve stijl en leerstijl aan te sluiten. Gepersonaliseerd leren vraagt een andere, hernieuwde kijk op leren. Het vraagt een meer geïndividualiseerde vorm van leren waarbinnen leerlingen leren verantwoordelijk te worden en te zijn over hun eigen leerproces. De rol van de leraar verschuift daarmee van alleen kennisgever naar een meer coachende en ontwerpende rol: het samen construeren en bouwen van kennis en eigen wijsheden.

Het vraagt ook een effectieve voedingsbodem. En een middel om mijn onderwijspraktijk effectiever vorm te geven is dus ‘Flipping the Classroom’. Een vorm waarbij de instructie van de leraar het huiswerk is en het (huis)werk in de klas gemaakt wordt. Niet dat het zo innovatief is, edoch vernieuwend in onze praktijk. Wil ik een leerling ook didactisch leren kennen, begrijpen, hiaten kunnen duiden en hen verder brengen naar bijvoorbeeld een examen, vraagt dit van mij mijn onderwijsomgeving opnieuw vorm te geven.

Eén van de vragen is welke moeilijkheden ik ben tegengekomen. Het doet mij doen beseffen dat mijn eigen perfectionisme wellicht de grootste is. Het denken dat een barricade opwerpt om uiteindelijk te gaan beginnen en ‘gewoon’ doen. Dat overwinnen maakt dat ik voel dat ik (werk)flow kan ervaren. Doen is bewegingen, denken doet mij stilstaan.

Een volgende vraag is hoe ik anderen meeneem in het proces van Online Leren. Deze vraag is eigenlijk heel gemakkelijk te beantwoorden: de eerder vormgegeven studiedag is daar een voorbeeld van. Een voorbeeld van practice what you preach. Zonder zelf aanwezig te zijn heb ik, samen met input van collega’s, het ochtendprogramma vormgegeven tijdens de studiedag: flipinstructies via Office Mix gemaakt en werkbladen met doelen, vragen en vorm gefaciliteerd.

Ook het delen van good practices met elkaar is een vorm om collega’s mee te nemen in elkaars proces. Zo hebben we een statische ict@hetbredero-website en een ‘gepersonaliseerd leren’-Facebookgroep. En als laatste breng ik mijn ‘Online Maandag’ door op verschillende plekken binnen de scholen. Dat levert altijd gesprekken op waarin ik voel dat ik collega’s weet te motiveren, aan te zetten tot nieuwe inzichten of enkel deel waar ik mee bezig ben, waardoor er onbewust zaadjes worden geplant. Mindset of mindshift als het centrale thema. Inspiratie als sleutel.

Wanneer het gesprek wordt afgerond ga ik direct en geïnspireerd door na het gesprek te beginnen aan de opnames. ‘Het feest’ kan beginnen. Vanaf volgende week starten met flip MY classroom!