Een nieuwe start

Wat een dag! Alsof de intentie van een dag eerder direct is ingezet. In de ochtend heerst er een zeer fijne en positieve sfeer in de groep. Iedereen werkt op zijn/haar eigen tempo aan verschillende taken. Gevoel van autonomie versterkt het gevoel van competentie zichtbaar. Mooi om te zien hoe leerlingen hun eigen verantwoordelijkheid pakken maar ook – of juist daardoor – ‘spontaan’ anderen gaan helpen.

Wanneer ik de angst over ‘verantwoordelijkheid aan leerlingen geven’ aanboor gaat deze zeer regelmatig over in een ‘ja maar wat als…’. Vandaag opnieuw de bevestiging: als ik zelf volledig beschikbaar ben in de groep zijn zij dat voor hun eigen proces en zelfs voor die van anderen.

Mijn gat in zelfvertrouwen lijkt gedicht. Het is voelbaar, zeker in vergelijking met eerder deze we(e)k(en). Er lijkt iets wezenlijk te zijn veranderd…

Niet iedereen heeft aan het einde van de dag alle geplande taken af. Werktempo en -houding zijn verschillend, juist in deze groep. Een groep met in potentie leerlingen die veel meer kunnen dan het niveau waarin ze zijn ingedeeld. Maar ook leerlingen die jarenlang gevaren hebben op gedrag en niet geleerd is wat hun talenten zijn, niet geleerd is hoe moeilijkheden te overwinnen, niet geleerd hun eigen toekomst te creëren. Ik mag dit proces ontsluieren. Ik maak bespreekbaar hoe hard er is gewerkt, wat ik zie gebeuren en geef het woord aan de leerlingen als ik hen vraag wat er nodig is om moeilijkheden te overwinnen. Er wordt hulp aangeboden, verschillende leerstijlen en -strategieën vliegen door het lokaal. Ik geniet. De veiligheid is terug!

En in deze veilige setting wordt geleerd dat ‘werk af’ een proces is, dat niet iedereen hetzelfde proces doorloopt en vooral ‘dat het volwassen is’ om hulp mag vragen. Sterker, dat door te vragen het proces en gevoel van competentie wordt versterkt!

De werkflow wordt in de middag voortgezet. Gevolgd door een leuke CKV les waar de leerlingen aan een nieuwe opdracht starten. En zelfs zij die mij bezig houdt laat vol trots haar tekening zien. Ik denk terug aan de tweede tekenles waarbij alles van tafel ging en een ‘ik kan niet tekenen’ er achteraan gegooid werd. Gegroeid is ook zij. Ze vertelt vandaag haar doel: “ik wil zo snel mogelijk naar het regulier onderwijs. Ik vind het hier maar niets. Oh, en als ik achttien ben wil ik naar LA! Dan ga ik daar wonen.”

Dromen. Groot dromen. Ik luister, bevraag haar en geniet van haar verlangen. Ik geniet nog meer van de rust en veiligheid waarin zij zichzelf ontwikkelt. Een weer maakt het me bewust dat ontwikkeling alle tijd en ruimte nodig heeft om zichtbaar te worden. En dat mij enkel ‘beschikbaar zijn’ te doen staat. Ik kan mijn best doen, aan leerlingen trekken om hun werk af te maken en ze waarderen met alleen een cijfer maar wanneer lesstof niet gemaakt wordt kunnen dat signalen zijn. Signalen waarin ik de lesstof anders aan te bieden heb, hen producent leren maken van hun eigen leerproces. Of waarop ik lesstof afstem op het proces waar zij zichzelf bevinden.

Deze week zouden presentaties gehouden worden. Niemand is zeker genoeg of klaar om hun presentatie voor de klas te houden. Tja, in gesprek en samen een nieuwe afspraak maken.

En, omdat er ruimte ontstaat: het laatste uur ‘the Yellow River‘. Een praktische oefening waarin duidelijk en zichtbaar wordt hoe moeilijk samenwerken eigenlijk is. Een prachtige oefening voor mij om leerlingen te observeren, als individu en als groep.

Een frisse neus.
Een nieuwe start.

Advertenties
Aside

Ouder en het niet weten

Vandaag twee oudergesprekken. Naar school gekomen om hierbij aanwezig te zijn. Twee leerlingen die moeilijk te motiveren zijn: de een door problemen met zijn prikkelverwerking, de ander laat zich ogenschijnlijk met de richting van de wind meevoeren.

“Iedere dag is het overleven. Mijn kind is zelfbepalend, overziet het grotere geheel niet en laat zich door niemand de wet voorschrijven”.

Duidelijke taal! Ik merk dat ik de onzekerheid van deze ouder voel en deel. Ook ik weet niet goed wat te doen. En dat is nieuw voor mij. Ja, redenen genoeg te bedenken:

  • ik werk nog maar twee dagen,
  • mijn visie op onderwijs van/met deze doelgroep is op een aantal fundamentele punten verandert,
  • onderwijs afgestemd op de leerlingen vraagt het faciliteren van zaken,
  • aanvliegroutes en leerkrachtstijlen tussen mij en mijn duo-collega tekenen zich af,
  • de dagen in de week zijn essentieel: vrijdag is een wezenlijk andere dag dan dinsdag en misschien is het beter om maandag &dinsdag te werken,
  • en ouderbetrokkenheid/-participatie verandert van op ‘één lijn zitten’ naar ‘wij weten het ook niet meer’.

Wanneer het welbevinden van de een sterk wordt bepaald door sensorische waarnemingen is het lastig om gefocust te blijven. Als daarbij ook nog eens een mate van voorspelbaarheid gewenst is zijn er genoeg moeilijkheden te overwinnen. Een aantal weken terug had de zus van de een het eerste uur vrij. Ze was nog niet weg. Dit was onverwachts en hierdoor liep gehele dag liep ‘in de soep’.

‘Iedere dag is het overleven’ is wat mij bezig houdt. Ik luister, merk wat het met me doet en ik word me er opnieuw bewust welke coping strategieën worden ingezet. Dit is precies wat ik voel! De ander overleeft. Maar ook ik overleef: iedere lesdag ga ik naar school en ben ik bang voor de dag. Niet weten wat de dag mij en vooral de individuen in groep gaat brengen. De wispelturigheid van gedrag, gevoed door externe factoren, maakt mijn onderwijspraktijk rauw. En soms zijn er ook dagen waarop ik mijzelf afvraag hoe ik die dag overleef.

Mijn verwonderen is dan weg. Ik stap in strategieën die niet congruent zijn met mijn visie op onderwijs. Ik leg net als hen de focus op wat niet werkt. Niet werkt voor mij. En hierdoor word ik onzeker. Weet ik soms niet wat te doen. Hun gedrag en hulpvraag resoneert hun en mijn proces.

Het eerste oudergesprek zit erop. Verder dan het delen van moeilijkheden waar ouders en ik tegenaan lopen en vragen rondom wat te doen komt het niet. Een aantal schouders de lucht in volgt. Hoe graag ik ook wil, wanneer het kind niet wil is het aan mij de taak deze ‘wil’ te ontsluieren. Mij lukt het niet. Ook mijn collega ziet meerdere momenten waarop het deze leerling niet lukt. Niets anders dan het omhelzen van de feiten moet en vertrouwen en perspectief doen groeien.

Uiteindelijk wordt er niets concreet afgesproken. Ja, dat we de tijd dat de leerling niets doet noteren. Voor de leerplicht!? Alsof een leerplicht hier iets mee doet? Alsof het de leerling gaat motiveren wel iets te doen?

Op mijn weg terug naar huis reflecteer ik de ochtend. De gesprekken, maar vooral dat waar ik tegenaan loop. Twee dagen in de groep. Het lijkt in deze tak van sport haast onmogelijk. Althans mij en op dit moment. Misschien moet ik groeien in mijn rol? Is dit waar iedere parttimer tegenaan loopt? Ik leg me niet neer bij de rol van ‘invaller’! Ik ben een volwaardig docent, ken mijn kwaliteiten, mijn talenten en wil van waarde zijn. En in die twee dagen moet het mogelijk zijn een ‘de wil’ te ontsluieren. Ik schuur aan de grenzen van mijn kunnen en denk terug aan mijn pedagogisch statement: iedereen is welkom, wordt gehoord, wordt gezien en iedereen ontwikkelt.

Er is door mijn twee werkdagen wellicht (en blijkbaar) meer tijd en ruimte nodig om ‘de wil’ bij een aantal leerlingen te ontdekken. De relatie als vehicle. Vorming van ‘wie ben ik’ en ‘hoe verhoud ik me tot anderen’ heeft nu voorrang. En die ruimte kan ik ze geven, maar ik heb alleen niet het gevoel dat deze ruimte schoolbreed wordt gedragen. En precies daar zit mijn weerstand. Weerstand omdat ik niet weet dat het enkel míjn wens en verlangen is. Of moet ik dit maar loslaten? Accepteren als weten dat ik het soms ook niet weet. Voelen dat in het niet weten mijn weten schuilt.

Wat ik nodig heb? Backup. Althans, ik noem het backup: ruimte om te bouwen met leerlingen. Te bouwen aan de relatie met en tussen leerlingen. Ruimte om in de klas van mijn collega mee te kijken. Want als ik niet de ruimte pak kan ontkoppeling een valkuil zijn. Raak ik mijn kwetsbaarheid kwijt. Mijn verwonderen. En juist nu, in deze situatie is het mezelf kwetsbaar opstellen wat mij doet reflecteren op wat ik doe. Mijn aanpak evalueren of ik congruent vanuit mijn onderwijs-pedagogische visie handel.li

Tijd om dit open te gooien en te delen! Van overleven naar LEFen. Zo verschillend zijn mijn leerlingen en ik nog niet…

Onhandig

De gehele dag is het onrustig in de school. Al vanaf het eerste lesuur zie je leerlingen in de gang. Lopen, schreeuwen, elkaar uitdagen, op weg naar een escapeklas*, tussendoor een leerling naar de wc. De leerlingen in de groep hebben er zichtbaar last van. Ze proberen zich afzijdig te houden. Oordopjes in, muziek hard aan en maar proberen zich te concentreren op hun lestaak.

De eerste drie lesuren voorbij zijn en ik ben trots op hen. Een enkeling kwam niet of moeilijk tot werken, het overgrote deel heeft hun werk zo goed als af. Hard en ‘ontspannen’ gewerkt.

Nu het vierde lesuur en in alles voel je hem onrustig worden. De ochtend lijkt haar tol te eisen. Logisch ergens: wanneer je sensorisch geen spiegel hebt om alles buiten je te filteren of zelfs af te sluiten, is het heel lastig om alle ‘prikkels’ buiten te houden. Zelf heeft hij geen idee wat te doen. Vaak pas een dag later komt er bewustwording, bewust dat grenzen zijn overgegaan. Na een zelf gekozen bezoek aan de escapeklas komt hij drukker terug dan hij verwachtte. Een signaal.

Hij stapt op, loopt een paar keer naar buiten en belandt uiteindelijk in de achtervang. Hij weet dat zijn acties niet handig zijn, geen mogelijkheid anders te doen. De achtervang, dat lijkt de plek voor hem. Voor nu dan, om rustig het gesprek aan te gaan. Tot de pauze blijft hij daar zitten, omdat naar eigen zeggen een terugkeer naar de klas niet lukt. Het is de onrust die hem overneemt. Na de pauze heeft hij de intentie om het volgende vak weer mee doen. Zo belooft hij. Aansluiten en een nieuwe kans inzetten.

Een week eerder heb ik de ruimte genomen om met hem een lange wandeling te maken. Om dieper in te gaan op waar hij op stuk loopt. Naast oude pijn, angst en recente situaties is het vertrouwen in de ander geslonken tot onder nul. Ik weet hem ergens te ontdooien. Zeker als we op de terugweg naar de hoofdlocatie lopen en een opdracht meenemen.

Zijn belofte maakt hij waar. Tijdens de les treft hij de eerste voorbereidingen voor de uiteindelijke opdracht van een week eerder. Hij gaat tijdens de les verzorging aan de slag.Na de les verzorging heeft niet alleen hij een escape nodig maar alle leerlingen. Onmogelijk, dus ik kies praktisch aan de slag te gaan in plaats van de boeken in. Ik besluit de praktische opdracht te introduceren om individuele talenten te ‘scouten’: het voorbereiden van een pitch a.d.h.v. een zelfontworpen reclameposter. We gaan de school uit! Inspiratie opdoen in de stad. In gesprek met ondernemers.

Als we het park inlopen loopt hij samen met een medeleerling terug naar school. Daar waar hij de gehele dag aangaf niet op school te willen zijn, wil hij nu terug. Hij heeft het doel gemist. Onduidelijkheid. Door een gebrek aan gevoel van veiligheid niet de mogelijkheid om een vraag te stellen. Ontkoppeld met zichzelf en daarmee met de groep. Hij maakt een keus, neemt regie maar vergeet de verantwoordelijkheid.

Terug op school vergroot hij samen met zijn klasgenoot de onrust. Het dak op, schreeuwend door de gang en scheldend naar collega’s. Ik word gebeld en de twijfel slaat toe!? De spagaat compleet. Aan de ene kant de onrust, aan de andere kant leerlingen die zichzelf en hun angst ontstijgen.

Op school in de middag en de leerlingen naar huis volgt er een groot overleg. De onrust als centraal thema. Hij is onderdeel van dat thema. Er valt een oordeel, gevolgd door een externe time-out. Het wringt, zeker omdat het een uiting van onmacht is. Niet weten wat te doen, ‘kiezen’ voor wat niet handig is. Oefenen om bij zichzelf te blijven.

Ergens weet ik dat hij morgen toch niet op school zal zijn geweest. Een dag als deze kost hem een dag om alle indrukken te verwerken. Nu mag hij ‘geoorloofd’ een dag thuis zijn. Alles een plek geven en tegelijkertijd in alle rust werken aan wat morgen op het programma staat. In zijn eigen tempo, op zijn eigen manier. Zo wordt onhandig handig.

 

*Een escapeklas is de klas van een collega waar een leerling wanneer het ‘even niet lukt’ in diens eigen klas, zelf gekozen of op advies van de leerkracht naar toe kan. Daar kan de leerling zijn werk afmaken of op eigen wijze tot ‘rust’ komen.

Waar ik tegenaanloop is dat deze escapeklas te veel het doel heeft om het kind te normaliseren: daar waar ingegaan wordt op wat er nu mis gaat, gaat het er eigenlijk om hoe de prikkelverwerking anders verloopt en wat het kind nodig heeft zich prettig te voelen. Mijn inziens wordt aan deze essentie voorbij gegaan. De waan van de dag of de ruimte die je als leerkracht voelt als belangrijkste variabelen. Ruimte voor het gesprek om deze essentie te achterhalen.

Aside

De spiegel en kwetsbaarheid

In de ochtend een gesprek met een collega. Openhartig. Ik hoor dat mijn visie, mijn groei en ingezette acties een onzekerheid voedt. Ik heb het vaker gehoord. Ik deel mijn idee dat deze onzekerheid enkel projectie is. Dat ik een veilige spiegel mag zijn om te zien waar deze collega nu zelf doorheen gaat. Het overwinnen van onzekerheden en staan voor diens eigen visie. Een verlangen.

Ergens maakt het delen van deze onzekerheid mij weer onzeker. Het schuurt aan oude pijn. Ik voel mezelf ergens wegglijden, de pijn die mijn onzekerheid zo lang heeft gevoed. Doe ik iets niet goed dan? Dat. Tegelijkertijd ben ik me in het moment er bewust van dat ik mezelf voel wegglijden. Dat beseffende kan ik dus ook een andere keus maken. Nu.

Ik twijfel en besluit even stil te zijn. Om te voelen of dat wat gezegd wil worden ook daadwerkelijk gezegd ‘moet’ worden. Ik overdenk mijn gedachten en alles wat ik zou willen zeggen. Alles dat gezegd wil worden voelt als een ladder om uit de kuil te kruipen. Ik kies ervoor om even niets te zeggen. De woorden dragen uiteindelijk niet bij aan de openhartigheid van dat waar mijn collega mee worstelt. Ik neem perspectief, herken het gevoel en hoef er niet in mee te gaan. Bevrijdend. En het is deze vrijheid waarin ik haar kan ontmoeten.

Mijn valkuil in het nemen van perspectief is het vereenzelvigen. Afstemmen heeft voor mij het gevaar in zich mee te gaan in de energie van de ander. Ik neem dan over, ga dan ‘zorgen voor’ in plaats van ‘ondersteunen’. Natuurlijk is het goed dat ik ook een bepaalde zorg voel, dat ik resoneer op de energie van de ander en/of kan invoelen. Mijn grootste uitdaging is vanuit stilte mijn intentie weg te zetten en het vertrouwen haar werk te laten doen. En vooral: niet te snel willen gaan!

Deze collega worstelt, worstelt met zichzelf en worstelt met het ‘verhouden van zichzelf tot de ander’. Hoe ik me verhoud tot mijn collega start bij hoe dicht ik bij mezelf kan blijven. Ik luister, volg de worsteling en vanuit een veilige kwetsbaarheid ontstaan de antwoorden voor mijn collega als vanzelf. De spiegel doet ons samen groeien, verder brengen en er ontstaat een nieuwe werkelijkheid: we delen beiden waar we mee bezig zijn en wat ons verlangen is. Vanuit een gedeelde visie zetten we nieuwe intenties de wereld in.

Eén van die intenties is het verder brengen van de waarden binnen Flipping The Classroom. Sinds ik het leren rondom wiskunde heb omgedraaid is er een openheid in de groep ontstaan. Kan mijn focus naast de stof worden gericht op de relatie met de leerling. Is er bij de leerlingen het besef dat er ruimte is voor vragen. Draagt individuele aandacht bij aan het versterken van de basisveiligheid. En precies dat willen mijn collega en ik verder brengen, binnen school en binnen de stichting.

Wordt vervolgd.
Vast.
Ooit.

De wandeling

Als hij in de ochtend binnen komt en op zijn plek gaat zitten kijkt hij naar het bord. Iedere dag doet hij dit. Zijn eigen routine: binnen komen, zijn oortjes oprollen, jas uit, zitten en het rooster van de dag bekijken. Vandaag is hij het bekijken van het rooster voor.

“Ik heb geen zin in verzorging!”

Aan zijn toon hoor ik dat het totaal geen zin heeft om hier op in te gaan. Hij heeft zijn keuze al gemaakt. Met een glimlach en een knipoog ontvang ik zijn opmerking en gebaar hem even in stilte iets voor zichzelf te doen. Dit om niet zijn eigen onrust verder te doen laten groeien. Ook hij ontvangt.

Wanneer in de middag het blokuur verzorging is aangebroken en de vakdocent de leerlingen meeneemt blijft hij zitten. De docent had ik al ingelicht en zodoende vervolgt hij zijn les. Hij kijkt me wat vragend aan. Zijn blik verandert in verwondering als ik mijn jas pak en deze aan doe.

“Kom, doe je jas aan. We gaan even een stuk lopen.”

Hij staat op, pakt zijn jas en loopt achter mij aan. Een verandering als deze leek hij eerder niet te kunnen handelen. Vandaag is anders. Eerder zette hij de intentie om niet naar verzorging te gaan. Ik kan dan op mijn kop gaan staan, maar het niet in beweging krijgen van hem is zowel een talent als valkuil. Vastberaden is hij! Een kwaliteit, alleen in het onderwijs vaak onbegrepen.

Buiten lopen we van het schoolplein af en richting het park. Naast wat algemene en persoonlijke vragen snijd ik voorzichtig het vak verzorging aan. En belangrijker, zijn drijfveren om niet naar verzorging te willen. In eerste instantie lijkt het erop dat het om het vak gaat. Maar na doorvragen komt naar boven dat het de docent is wat hem weerhoudt.

Een week eerder is hij gefixeerd. Door een woede-uitbarsting onbeweeglijk vastgezet. En de vakdocent is het die met zijn handen van hem af had moeten blijven. Ik voel zijn woede opnieuw opkomen. Ik vraag door, maar dan naar de aanleiding. Zijn woede zakt en maakt plaats voor onbegrip

.“Ja, ik moest van de meneer naar huis, omdat ik niets wilde doen. En omdat ik druk was. Oké, dat is prima, dus ik ben gegaan. Komt de meneer achter mij aan en zegt hij dat ik terug moet komen. Daar begrijp ik dan niets van. Waarom stuurt hij me weg en haalt me dan weer terug? … Ik ga op mijn plek zitten, maar ik ben dan nog niet direct rustig. Hij gaf me gewoon geen kans. De eerste keer dat ik wat zei moest ik weer vertrekken. Dat deed ik niet. Eerst moest ik weg, dan weer terug en nu weer weg. En toen belde hij de ‘vakdocent’. Hij pakte mij vast en toen werd ik boos!”

Dus eigenlijk was het de onduidelijkheid die voor ruis heeft gezorgd. Het is niet de vakdocent maar het niet kunnen begrijpen van het weg-terug-weg-gepingpong. Hij beaamde dit en langzaam vielen er voor hem puzzelstukjes op zijn plek. Ik vertel hem dat we nog maar een aantal weken met hem werken, hij al een leven lang met zichzelf. Het kost ons tijd hem te leren kennen en hij ons.

Terwijl we verder lopen vertelt hij over zijn verlangen. De zaak van zijn vader overnemen is duidelijk niet zijn wens, iets in de economie wel. Ook daarom vindt hij verzorging maar niets.

Een idee plopt op. Op onze terugweg lopen we naar de hoofdlocatie. Binnen zoeken we de docent economie en lopen zijn lokaal binnen. De les is daar net afgelopen en zodoende heeft de man ruimte om naar zijn verhaal te luisteren. We bedenken samen een opdracht: vanuit dat wat bij verzorging gemaakt wordt koppelen we een economie-opdracht. Een grote lach verschijnt op zijn gezicht. Perspectief.

Een wandeling. Een moment om samen elkaar te leren kennen en verlangens te horen. Een wandeling als inzet om onderwijs af te stemmen op behoeften van leerlingen. Een mooi pad tekent zich voor hem uit.

Fouten

Na de middagpauze lopen een aantal leerlingen onrustig het lokaal binnen. Dat wat buiten is gebeurd versterkt de frustratie, verhoogde staat van arousal van één van hen. Frustratie dat wordt gebotvierd op hem.

Hem, een jongen die het heel lastig vindt om een relatie aan te gaan. Al vroeg in zijn jeugd geen thuis. Geen contact met familie. Een tante ziet hij eens per jaar, omdat anderen dat nodig vinden. Vele pleeggezinnen en woongroepen heeft hij al gezien en beleefd. Een basisveiligheid mist hij, loyaliteit naar ouders lijkt verdampt. Loyaliteit naar iedereen overigens. Vertrouwen trouwens ook, en dan vooral in zichzelf. Recentelijk kwam daar ook nog eens landelijke media overheen.

En dan zit hij op een school. Zelf geen inspraak, moeite met leren omdat hij anders leert, hij heeft meer tijd nodig en alle moeite om zijn gedachten te blijven ordenen. Maar bovenal, voor wie of wat leert hij? Ja, voor zichzelf. Maar wie is dat?

Ook zit hij in een klas waar anderen moeite hebben niet ontkoppeld te raken van zichzelf. Anderen die ook, maar op en vanuit totaal verschillende invalshoeken, moeite hebben te leren en met sociale omgang. En nu dus weer hij tegen hem.

Het resulteert in schreeuwen door de klas, versterkt door anderen die zichzelf en hun emoties moeilijk kunnen reguleren. Moeite met het in goede banen leiden van hun ‘woede’. ‘Hem’ is enkel een makkelijk ‘slachtoffer’ om alles wie hij is. Hij is gelukkig al zo ver dat hij de schreeuwers negeert.

Het leidt nu alleen tot extra woede.

Een van de schreeuwers is de bron van de onrust. Als ik me tot deze schreeuwer richt voel ik eigenlijk direct dat enig gesprek lastig gaat worden. Het coachen in het leren maken van positieve keuzes en het reflecteren in het omgaan met ‘de zelf’ lijkt onmogelijk. Als een tijdbom die intern niet weet hoe lang de tijd nog tikt.

De schreeuwer loopt naar hem toe. Hij had net een koek in zijn mond gestopt, vergeten te eten in de pauze was het argument. Tegelijkertijd leek hij het tikken van de bom ook te voelen. Wanneer de schreeuwer boven hem staat te schreeuwen dat hij na de pauze niet meer mag eten, klinkt er een: “oké!” Met een lach lijkt hij de schreeuwer te volgen. Niets is minder waar, want een volgende hap wordt genomen. Het lont van de bom wordt aangestoken en de schreeuwer grist de koek uit diens hand. Met een zwiep beland dat wat is overgebleven van de koek op een bed van weggegooid afval. Het geluid van de rand van de vuilnisbak resoneert door het lokaal.

Ik besluit de tikkende bom tot ontploffing te brengen. Dit om de veiligheid van de schreeuwer en de groep te waarborgen. Tijd om het lont wat extra snelheid mee te geven.

“Beter blijf je van andermans spullen af. Volgens mij werkt dat voor jouw spullen ook zo!?”

Een duidelijke verwachting en een poging om de schreeuwer een laatste keer tot reflectie aan te zetten. Meestal werkt het ook om wat te zeggen, in dit geval ‘de manier waarop’, wat niet wordt verwacht. Om te verwarren. Dit keer draait hij niet bij. Het snellont stevent op mij af. Er komt iets uit met dat hij niet zo wenst aangesproken te worden. Ik hoor mezelf nog iets zeggen als iets met ‘het goede voorbeeld geven’ en voor ik het weet vlieg ik door het lokaal.

De schreeuwer schrikt van zijn actie en snelt het lokaal uit. Onderweg schopt hij nog een kastdeur en veiligheidsglas kapot. Hij weet dat hij grenzen over is gegaan. En hij weet nu ook dat het veilig genoeg is zijn eigen gevoel van onveiligheid op een andere manier te uiten. Om na zijn fouten te oefenen. Oefenen verantwoordelijkheid te dragen voor gevoelens die niet van hem zijn. Energie die buiten het lokaal mag blijven. Bemoeienis die niet enkel over regels gaan.

Klasgenoten zijn geschokt, geschrokken. Onbegrip ont-moet begrip. Er ontstaat een open gesprek: “ik begrijp hem wel ergens. Hij vindt het moeilijk om zijn eigen fouten toe te geven. Maar het toegeven van fouten is niet stom. Het gaat niet over winnen, maar dat je ‘volwassen’ om kan gaan met de situatie.”

Een wijze les. In stilte geniet ik van de intentie die deze jongen neerzet! Na zijn betoog kijkt hij me aan. Hij lijkt bevestiging te zoeken. Met een glimlach herhaal ik kort wat ik hoor: oefenen in het leren maken van fouten, het ontleren van dat alles maar goed moet zijn. Het vraagt MOED, de moed je kwetsbaar op te stellen. En soms, soms doet dat nog pijn.

Medicatie en een kans

Nog maar net een boterham in mijn mond of ik hoor vanuit de achtervang (time-out) een hels kabaal. Met de eerste hap nog in mijn mond snel ik naar de ruimte waar het lijkt alsof er geen tafel meer staat. Nou ja, als ik binnen kom staat de helft nog overeind. Een jongen, niet breder dan de stoel zit ziedend in elkaar gedoken.

Ik ken hem nog van een jaar eerder. Hij is blijven zitten. Toen in mindere mate schoolrijp. Zijn emotionele ontwikkeling stond voorop en samen met wat heftige situaties thuis hebben we in samenspraak met de ouders besloten dat hij het eerste jaar zou gaan overdoen. Het gaat nu eigenlijk zó goed dat ik me verbaas dat juist hij nu in de achtervang zit.

Wanneer ik mijn hand op zijn schouder laat rusten voel ik dat hij kookt. In de vrieskou zou de damp van hem afstomen. Mijn hand is welkom. Hij kent de drill, veiligheid als doel.

Het achtervangformulier is wat ik als eerste pak. Zoekend naar een pen rek ik wat tijd. Tijd voor hem om afscheid te nemen van zijn grootste woede. Aarden. Ik pak een kruk en ga naast hem zitten. Het formulier leg ik op één van de tafels die nog overeind staan. Nog geen vraag gesteld en toch steekt hij van wal.

“Ik was druk.”

Met het oordeel dat dit natuurlijk niet alleen de reden kan zijn om hem naar een achtervang te sturen of waarom hij hier zit, vraag ik door.

“Ik voelde me druk. En ik luisterde niet naar de juf.”

Ah, het niet luisteren, altijd interessant. Want, waar heeft hij naar te luisteren en waar komt dat waar hij naar dient te luisteren uit voort? En wat als je weet dat wanneer hij druk is moeilijker kan luisteren, wat verwacht je dan van hem? Om de gehele situatie helder te krijgen en het te verkleinen tot een aanleiding blijf ik vragen, scherp samenvatten om hem te laten inleven.

“Ik werd boos.
Ik moest naar de gymzaal.
Nou ja, ik werd terug gestuurd!
Ik ben de hele dag al druk en dan ben ik storend.
De klas heeft er wel last van. Ik zag dat ze er last van hadden. Vooral G. & K.
Als ik druk ben laat ik me makkelijk mee gaan en doe ik mee.
Ik had de juf niet gehoord maar het kan dat ze me gewaarschuwd heeft.
Ik denk dat ik vanochtend geen medicatie op heb!?”

Zelf komt hij tot inzicht. Hij weet hoe het komt dat hij druk is en weet ook dat anderen er last van hebben. Het toffe aan dit soort gesprekken is dat je al soort van automatische piloot een kind weer on track helpt. Het ondersteunen in het ordenen van gedachten. Als je een kind door en door kent vergemakkelijkt dit het proces. Ik geniet van zijn eigen inzichten. Van woede is geen sprake meer, eerder schaamte. Hij ’weet’, voelt zijn geweten en denkt na over herstel.

“De volgende keer ga ik proberen gewoon te luisteren.
Misschien dat ik bij juf J. in de klas kan gaan zitten. Een escape nemen.
Ik wil proberen in de klas aan te sluiten en als het niet lukt ga ik naar meneer M.
Meneer M. omdat ik daar naartoe moet. Ik mocht niet naar de achtervang.”

Ik reken het goed, zijn biecht maar bovenal heldere reflectie. Het is fantastisch om zijn zelf herstellend vermogen in zo’n korte tijd te zien en te mogen ervaren. Wat is hij gegroeid. In mentaal opzicht dan, want qua lichaamsbouw lijkt het bijna alsof hij ergens door wordt kleingehouden.

We staan op. Op mijn voorstel om herstel in te zetten ging hij akkoord. We gaan naar de juf waar hij gaat luisteren of zijn vraag tot het weer aan mogen sluiten positief wordt beantwoord. Hij staat op en zonder dat ik iets hoef te zeggen worden tafels en stoelen recht gezet. De details verklappen dat hij weer geland is.

Als we de bocht om willen gaan loopt hij niets vermoedend tegen zijn eigen moeder aan. Met een mix van schrik en blijde verwondering kijkt hij zijn moeder aan die, een split second later, in haar zakken graait en een tussen haar vingers samengeknepen pil omhoog houdt.

“Jahaah jongen, die was je vergeten hè, vanmorgen.”

Ze legt uit dat toen ze terug kwam van haar werk zij de pil zag liggen. Direct is ze op haar fiets gesprongen en naar school gefietst. Haar ervaringen van eerder nog in gedachten.

pilVerrast neem hij de pil aan en ik heb een kort gesprek met moeder. Ook ik ben blij haar weer te zien en leg ons gesprek van net uit. Om de hoek komt ook de juf wat gehaast aangelopen. Met een korte, samengevatte versie vertel ik wat ik aantrof, het gesprek en geef ik het woord voor herstel aan hem. Met gebogen hoofd vertelt hij rustig over zijn drukte, het vergeten innemen van de medicatie en zijn wens om te herstellen.

De juf reageert resoluut. Eerder ingezette maatregelen waren niet voor niets, de gehele dag was het al een drama met hem en hij dient zijn consequentie maar te aanvaarden. Ik zie het hoofd iets verder naar beneden gaan. Het is natuurlijk zo dat de juf het gehele proces en het gesprek niet heeft meegekregen. Tegelijkertijd uit zij haar zorg: de gehele dag al onrust. Wat heeft zij nodig om te herstellen? Om weer het vertrouwen te hebben en kunnen geven? Welke schakel is hij in het geheel?

Als een professional aanvaardt hij zijn consequentie. Alleen dat al is een teken dat hij in staat zou zijn geweest om te herstellen. Want hij weet dat hij fout zat. Zijn kans op herstel wordt nu even uitgesteld. Hij weet dat hij nog genoeg kansen heeft en heeft gekregen. De kans dat hij zijn medicatie nog eens vergeet is aanwezig. Hopelijk heeft deze situatie hem bewust gemaakt dat hij ook uit zichzelf kan herstellen!