Aside

Ondernemend onderwijs

Op een maandagochtend buiten de deur. De gemeente Breda nodigde Jong Ondernemen en Stichting Buitenkans uit om leerkrachten en leidinggevende uit verschillende onderwijsorganisaties te inspireren. Om samen inzicht te vergaren waar ‘we’ als onderwijs staan, welke visie mijn stichting heeft op het gebied van ondernemen, waar de school staat en hoe ik me als leerkracht verhoud in dit geheel.

Het is een feit dat onze maatschappij een bijzondere transitie doormaakt. Zo bijzonder dat verschillende iconen roepen dat het onderwijs van nu belangrijke te leren vaardigheden lijkt te missen. Vaardigheden die onze kinderen nodig hebben om in de toekomst hun future jobs te kunnen uitvoeren. Ze worden 21th Century Skills genoemd, of ook wel Basic Skills. Vandaag gaat het over ondernemerschapskills binnen het onderwijs. Het wordt een dag vol vragen.

De eerste gaat over wat en hoe we de leerlingen leren en opleiden voor de toekomst. Over wat daar voor nodig is. Een tweede gaat over competenties. Want als ondernemerschapskills nodig zijn bij kinderen en jongeren, welke competenties vraagt dit dan van hun leermeesters en dus mij als leerkracht?

We zijn los en direct wordt mijn doel helder: inspiratie opdoen en weten waar ik ‘sta’ voor wat betreft ondernemen in het onderwijs.

Sinds het begin van dit jaar (en eigenlijk al een jaar eerder) ben ik samen met een groep onderwijzigers gestart met het vormgeven van een particuliere school: de Dutch Innovation School, kortweg de DIS. Een persoonlijk ontwikkelingstraject waarbinnen onze gezamenlijke visie samen komt bij het woord ‘interconnectiveness’. Door zo volledig mogelijk verbonden te zijn met jezelf en je omgeving als geheel kun je contact maken met dat wat je drijft.

Iets eerder dan de start van de DIS ging ik op avontuur met collega Florus. Samen schreven we een ‘nieuw’ concept om ons onderwijs vorm te geven. Ondernemen binnen een bestaand systeem, vanuit cross-over visies zoals Big Picture, Essential School, Montessori, Covey en TheoryU.

Ondernemendheid genoeg zou je denken.

Maar hoe ziet nu een ondernemende school eruit? Als groep zijn we het er over eens dat je hele leven voor één baas werken van 9u-17u voor velen niet meer van deze tijd is. Onderzoek blijkt zelfs uit te wijzen (bron niet paraat, sorry) dat velen in een leven 10 verschillende banen hebben. Hoe leidt een school op voor multipotentialite-skills?

Volgens mij start een ondernemende school bij een duidelijke visie en missie. Om vervolgens ruimte te bieden voor ondernemerschap van leerkrachten. Als docent ben je leermeester en voorleef je dus ‘the why‘ en hoe je kinderen de wereld in wil zetten. Je bent een inspiratiebron voor je leerlingen. En het is ook belangrijk dat het onderwijs inspeelt op ‘de branche’. En ergens klinkt dit laatste punt nog wat vaag. Want hoe kun je voorlopen op wat nog gaat komen? Hoe pas je een school aan op wat nodig is?

De school uit! Een verbinding creëren met het bedrijfsleven, waardoor talenten van leerlingen zichtbaar worden, worden ontdekt, versterkt en leerlingen leren in welke context zij het best kunnen werken. Interconnected dus!

Wat het vraagt van ondernemende leerkrachten? Buiten de kaders denken! Een beroep doen op je lef. De moed om los van teams het onontgonnen gebied buiten de status quo te ontdekken. Practice what you preach, zoals hierboven al kort is aangestipt. Zelf dus ondernemend zijn, de kracht van de twijfel aanspreken en flexibel handelen. Creativiteit aanspreken met een ‘alles is mogelijk’-mentaliteit. Fouten durven maken: trail and error, starten, op je bek gaan en doorontwikkelen. Van leerlingen en studenten actieve producenten ‘maken’, met duidelijke doelen. Buiten het ‘doe maar normaal’ durven denken, voorbij het omdenken. Andersomdenken! Werken met en in projecten. Samen met oud-leerlingen/-studenten die verbonden worden aan de opleiding binnen school.

Ik geloof in de ondernemende leerkracht die zijn eigen opleiding creëert. Leermeesters die over 5 jaar zelf worden gekozen door de leerling van dan. Mijn kinderen nu. En dan zomaar wat vragen die bij me opkomen:

Hoe ziet mijn student er over 5 jaar uit?
Wat verwacht hij/zij van mij als leerkracht?
Hoe dacht ik in 2010 hoe de leerling/student nu zou leren?
Hoe ziet mijn school eruit?Hoe ziet onderwijs er over vijf jaar uit?
Wat moet een docent over 5 jaar kunnen en kennen?

Een eerste brainstorm levert ogenschijnlijk holle begrippen op. Maar voor mij wordt het echter steeds duidelijker waar mijn innerlijk kompas mij naartoe leidt. Wanneer ondernemen, onderzoeken, presenteren en communiceren belangrijke pijlers is het belangrijk om als school:

  • perspectief te bieden vanuit een concrete context,
  • het vormen van en de vorming van de leerling als de essentie te zien en er naar te handelen, zowel voor wat betreft gedrag als ook samenwerking en sociale interactie,
  • iedereen contact te leren maken met hun eigen verantwoordelijkheid voor het leren binnen ieders individuele proces, de ontwikkelmotor van iedere lerende blijven voeden,
  • de multifunctionaliteit en potentieel van leerlingen te ontsluieren en hen leren hoe zij met hun potentieel van waarde kunnen zijn.

En ik? Mijn taak wordt het om vanuit een coachende rol leerlingen ervaringsgericht te laten leren en ontdekken. Het vraagt kwetsbaarheid en onvoorwaardelijk vertrouwen in het proces dat ik aanga met mezelf, de leerlingen en diens ouders. Leerlingen leren wat eigenaarschap is. En tegelijkertijd gebruik maken van de netwerksamenleving waarin we leven. Het leren van leraren waarvan je wil leren. Apprenticeship. Als leerkracht zichtbaar zijn en bewust zijn van waar mijn kracht en mogelijkheden liggen. En ‘weten’ wat ik nog te leren heb.

Als laatste krijgen we een tool mee: het Effectuation Canvas. Het doet me denken aan het Business Model Canvas You waar we gebruik van maken bij de DIS. Mijn verlangen is om deze vorm op te pakken en ook binnen ons team dit model te brengen. Wellicht een hele onderneming. We zullen zien…

Advertenties
Status

Invalflipper

Nog voordat de wekker gaat heb ik de eerste WhatsApp al binnen. Een zieke is de boodschap. Ik zie de bui alweer hangen, invallen!? Tegelijk de twijfel: is het aan mij om de klas over te nemen? Wat maakt toch dat een school waar een hoog ziekteverzuim heerst geen duurzame oplossing heeft? Of, zelf preventiever, geen oplossingen vindt in de aanleiding? Mensen worden niet voor niets ziek…

In september ben ik al eens een middag ingevallen. Toen ervoer ik duidelijk dat het invallen een beroep doet op mijn energielevel. Ik noemde dit de  vaak onbewuste ‘energierekening’. Wanneer ik als leerkracht wordt ‘verzwaard’ met invallen en daarmee extra taken krijg is het ergens leuk om te doen, maar tegelijkertijd blijven er zaken liggen. Ook als een klas wordt opgedeeld, en deze keus wordt vaak gemaakt, dan kost mij dat als leerkracht extra energie, alertheid, extra werk en overdracht. Op een ambulante dag, zoals vandaag, haalt mij het invallen ook uit mijn werkflow. Mijn gehele planning wordt naar voren geschoven. En we lopen al achter.

Een week eerder werd ik benaderd door één van leidinggevenden. Ik heb aanstaande woensdag in de ochtend een studiedag vorm te geven. Ook een extra taak, toch ligt het dicht bij mijn uiteindelijk doel. Als mijn leidinggevende belt vertel ik haar over mijn twijfel en tegelijkertijd maak ik haar er attent op dat de invulling van het programma voor woensdag op het programma staat.

Later wordt er teruggebeld. Er wordt een invaller gevonden. Opgelucht stap ik onder de douche en laat alle vragen en twijfels los. Ideeën en mogelijkheden vullen mijn gedachten. Met veel zin om invulling te geven aan de studiedag vertrek ik naar school.

Het uitgangspunt van de studiedag is omdenken en als metafoor wordt het gebruik (lees ook: inzet) van mobiele telefoons en sociale media gebruikt. Binnen de school heerst hier een grote verdeeldheid over. Dit werd duidelijk zichtbaar tijdens een studiedag een jaar eerder. Marcel Kesselring kwam een presentatie geven over sociale media in het onderwijs. Tijdens ‘het sociale media elftal’, waar de dialoog werd aangegaan over verschillende stellingen, kwam een grote verscheidenheid aan oordelen, argumenten en overtuigingen naar voren.

De grote diversiteit in aanpak werd niet alleen binnen de drie locaties van de school zichtbaar, ook binnen één locatie worden verschillen duidelijk. Op de ene locatie worden telefoons door de leerlingen bijgehouden, op een andere locatie worden de telefoons ingeleverd en in de kluis gestopt en weer een andere locatie worstelt nog.

Voor mij is het eigenlijk heel simpel: een smartphone is niet meer weg te denken uit onze samenleving en zo ook niet uit ons onderwijs. Beter gaan we smart om met de inzet: leren we leerlingen om te gaan met impulsen (prikkels) en maken we gebruik van hun motivatie om de mogelijkheden het leren te vergemakkelijken samen te verkennen. En is een leerling in mijn klas nog steeds afgeleid door zijn/haar telefoon, dan heeft hij het nodig zich even af te zonderen óf mijn les is te saai.

Een workshop vormgeven is geen probleem, alleen ben ik er zelf niet. Een studieochtend vormgeven op een dag dat ik er niet ben, spannend. Want hoe zullen mijn collega’s het ontvangen en beleven? Zouden de boodschap en het doel begrijpelijk overkomen? En is dat wat ik heb vormgegeven sterk genoeg om een ochtend mee te vullen? Benieuwd naar de reactie zet ik mijn gedachten van angst van mij af.

Ik ben los! Mijn eerste twee instructievideo’s zijn een feit. Een aantal weken geleden heb ik van bovenschools onderwijskundig ICT-er een laptop in bruikleen gekregen. Een laptop waarop ik vrij kan en mag experimenteren. Mijn collega is enthousiast over Office Mix, dus dat wordt als eerste gedownload. En ik ben ook enthousiast. Natuurlijk is mijn verlangen een full-HD video’s te maken, maar een eerste stap is gezet.

En hoe deze video voor de studiedag tot stand is gekomen?

  • Download Office Mix, een extra applicatie in Microsoft PowerPoint.
  • Maak een presentatie, met al dan niet een animaties.
  • Wanneer de presentatie af is, open je in PowerPoint ‘MIX’. Het tabblad bevindt zich aan het einde van het menu (rechts).
  • Klik op Slide Recording.
  • In het nieuwe venster is het mogelijk om je instructies op te nemen. Per slide is het mogelijk om op te nemen én, wanneer je niet tevreden bent met de opname, de opname (ook per slide) te verwijderen. Je kan de presentatie opnemen met alleen een voiceover of met jezelf in beeld, volledig of rechtsboven in de hoek.
  • Wanneer de opnames klaar zijn, keer je terug naar het PowerPoint-venster om van alle losse slides één film te maken. Klik in het Office Mix-menu op ‘Export To Video‘.
  • De film kun je uploaden, daar waar je wilt: Youtube, Facebook, Vimeo.

Alle content, filmpjes en hand-outs van de studiedag, zijn hieronder te vinden.

De opdracht: maak een pitch van één, max. twee minuten en deel moeilijkheden, opbrengsten en mogelijkheden of zelfs al good practices. Neem de pitch op en deel deze met elkaar.

Downloads:
​De presentatie is hier te downloaden.
De hand-out van de opdracht is hier te downloaden.
De punten voor een (socratische) dialoog zijn hier te downloaden.​​
Achtergrondinformatie over een dialoog is hier te downloaden.

De opdracht: maak een nieuw protocol met je werk-/dialooggroep en verwerk het voorstel uit in een word-bestand.

De presentatie is hier te downloaden.
​De hand-out is hier te downloaden.
​Huidige protocollen zijn hier te downloaden.

Voor meer (achtergrond)informatie, kijk hier.

Status

Peerreview

Binnen het team hebben we een Whatsapp-groep. Wanneer ik deze van de week open zie ik een filmpje voorbijkomen, gemaakt van leerlingen. Ze zijn elkaar aan het onderwijzen. ‘Peerreview <3’ volgt onder de foto. Het is mogelijk. Wie twijfelt hier nog aan? En toch verbaasde ik mij over het filmpje. Want wat ik zag was een leerling die voor de groep zat. Een antwoordenboek voor zich en samen keken zij de les na.

Voor mij is peerreview zoveel meer.

Peerreview, dat onder leraren zelf ook wel intervisie, collegiale en interscolaire consultatie of visitatie genoemd wordt, gaat het voor mij op leerlingniveau over elkaar feedback en feedforward geven en met elkaar de stof, kennis en het leerproces formatief evalueren. Waar leerlingen (samen met leerkrachten) van en met elkaar leren. Het gaat over elkaar procesgericht voeden en bevragen. Eigen ervaringen zijn hierbij van groot belang, net als kwetsbaarheid, samenwerking en de wil om aan het einde van de dag voldaan naar huis te gaan. Als leerkracht is het voor mij essentieel om te weten waar de leerling zich op zijn ontwikkelingslijn bevindt. Dat ik samen met de leerlingen doelen en leerrichtingen vaststel. En, niet al te onbelangrijk, ik het proces er naartoe vaststel en de (baby)stapjes er naartoe helder heb en kan communiceren. En daarvoor is het belangrijk dat ik de leerling ken.

Wanneer leerlingen elkaar feedback geven en om leren gaan met feedback, gebeurt dat op een hele andere manier dan dat alleen ik als leerkracht feedback geef. Leerlingen accepteren en doen iets met feedback op basis van de relatie met mij als leerkracht. Gezag kan, zeker binnen het speciaal onderwijs, juist contraproductief werken. Dus het inzetten van leerlingen (onder elkaar) die al een bepaalde relatie hebben kan het functioneren in de groep, zeker in de (puber)tijd waarin zij zich aan het ontwikkelen zijn, een enorme motivatie geven. Leren stimuleren door gebruik te maken van elkaar.

Het geven van feedback dwingt mij tot kritisch nadenken over wat ik een leerling wil meegeven in zijn/haar ontwikkeling. De gestelde doelen neem ik daar in mee. Peerreview dwingt ook leerlingen zelf kritisch en positief opgebouwde feedback/-forward te geven. Tijdens mijn werk binnen het SO noemde ik het ‘tips en tops’, een versimpelde uitvoering leerlingen te leren zichzelf te verduidelijken, te leren kennis en argumenten te delen en te leren elkaars proces te begrijpen. Bij deze manier van werken merkte ik al snel dat de groepsdynamiek een belangrijke rol speelt en dat het leerlingen activeert eigenaarschap te nemen over hun eigen leerproces. Zo werd een stille en introverte leerling meer gewaardeerd en gezien mede door de goede en duidelijke feedback die zij gaf en werd een andere leerling ‘teruggefloten’ door de groep doordat hij zelf te snel uit de bocht vloog. Niets is mooier dan de lach van een leerling die zich competent voelt en een ander de inhoud van wat het geleerd heeft uitlegt.

Als leerkracht genoot en geniet ik van deze processen. Zeker ook omdat leerlingen steeds kritischer worden op elkaar maar bovenal juist over hun eigen leerproces. Mijn rol veranderde ‘automatisch’ van kennisoverdrager naar die van een facilitator van een effectieve onderwijsomgeving. Een ontwerper van nieuwe, ervaringsgerichte werkvormen, discussies, dialogen en taken/opdrachten. Leerlingen inzicht geven in leerlijnen en -doelen, waardoor zij ook inzicht krijgen in wat en hoe zij en anderen leren. De Habits of Mind and Heart zijn daarin voor mij een grote inspiratie geweest.

Dus peerreview gaat echt een stap verder, inclusief theoretische onderbouwing, dan enkel de antwoorden met elkaar delen en een compliment geven bij een goed antwoord. Sterker, alleen complimenten voedt zelfs het gevoel van niet willen falen.

Feedback vraagt om een evaluatief oordeel, ruimte voor verbetering, suggesties én onderbouwing van het oordeel. Ook de koppeling met de inhoud (verklaringen aan de hand van het geleerde) is een belangrijk onderdeel. Tegelijkertijd is leren een onvoorspelbaar proces, waardoor dat, wat ik als leerkracht ontwerp en bedenk niet altijd direct tot een betere ontwikkeling leidt. En precies dit creatieve proces van samen leren, vormgeven en ontwikkelen maakt onderwijs voor mij tot een prachtig vak!

Aan concrete vormen zou je kunnen denken aan: de inzet van Post-Its, het ontwerpen van tip&top-formulieren of scoringsformulieren, verschillende discussie-, dialoog- of debatteervormen, groepsopdrachten, talent-/kwaliteits-/competentieverwachtingen of reflectiesessies. Enkele leestips om peerreview gedegen weg te zetten binnen school zijn:

  • Cijfers geven werkt niet – Dylan William
  • Measuring Up – Daniel Koretz
  • The Essential Schools, Scholen die je leren wie je bent – Rikie van Blijswijk
  • Leren zichtbaar maken – John Hattie