Niet weten wat je weet

Na een half jaar mezelf bezig te houden met onderwijsontwikkeling heeft het management een aantal weken een andere keuze gemaakt. Door een telfout rondom FTE’s (aanstellingen) was het nodig volgens hen om mij weer een mentorgroep te geven. Dat deed pijn. Zeker omdat ik bezig was met een stijgende lijn v.w.b. het leerniveau van leerlingen. Het gepersonaliseerd leren kreeg meer en meer vorm. Nu dus weer voor de klas.

Op zichzelf staand geen probleem zou je denken. En toch. Het voelt al weken als een worsteling. Dit omdat de klas waarin ik mijn visie op pedagogiek en onderwijs mag delen geen groep is. Het zijn individuen, allen met individuele behoeften. Zo ver uiteenlopend dat het waarborgen van een basisveiligheid mijn collega’s niet is gelukt. Ja. De leerlingen lijken zich veilig te voelen. Dit omdat bij een aantal de thuissituatie zo schrijnend is dat onze school de enige plek is waar zij zich in ieder geval nog een beetje veilig voelen.

Een uitdaging dus. Tegelijkertijd ook een uitdaging waartegen ik mij heb verzet. Dit omdat mijn stijl van lesgeven en pedagogisch statement lijnrecht tegenover die van mijn collega staat. Dit omdat deze taak mij in de schoenen geschoven is, zonder overleg. En ja, dat is het argument ‘stichtingsaanstelling’ te makkelijk!

Mijn uitdaging de afgelopen weken was het zichtbaar maken van wat na een half jaar nog steeds niet orde is. Een onwerkbare situatie waarbij de leerlingen enkel hangen aan de aanpak van mijn collega. Ogenschijnlijk niet erg, zeker niet als mijn collega fulltime werkt. Maar het feit dat ik twee dagen de opdracht ‘contact voor contract’ mag uitvoeren past mij niet!

Een zeikblog tot nu toe? Ja, zo kun je het lezen. Voor mij is het gedachten ordenen. Want, ik ben ergens achter gekomen. Vorig jaar werkte ik ook een half jaar naast deze collega. Het wat een zwaar jaar. Er waren veel pijnlijke en leermomenten. Twijfels over mijn stijl van lesgeven. Ik voelde me niet meer vrij. Niet meer veilig. Ik voelde me precies zoals ik me nu voel. Alleen er is één verschil: vorig jaar kon ik mijn vinger niet op de zere plek leggen. Nu doe ik dat.

Sterker: het is mij nu duidelijk dat onze kennis, ervaring en nogmaals pedagogisch statement mijlen ver uit elkaar liggen. Niet erg, zeker niet als leerlingen de verschillen en overeenkomsten begrijpen. Alleen is dit niet het geval. ‘Leerlingen geven aan voor mij te werken,’ is wat ik te horen kreeg. Een stagiaire vult aan: ‘ik zet ook wel eens een vuilniszak voor mijn moeder buiten. Niet iedereen heeft zin in wiskunde, dan is het toch mooi dat je het voor je leerkracht kan doen?’

Nee! Schrijnend zelfs.
Ja. Wanneer er een pedagogische visie achter zit. Dan leren leerlingen zich ook loyaal op te stellen naar andere leerkrachten. En precies dat gebeurt niet. Sterker, het maakt niet uit wie er voor de groep staat, behalve mijn collega, en het is heibel. Schrijnend dus.

Zelf ben ik iemand die leerlingen vanuit een natuurlijk gevoel van autonomie ruimte geef om succeservaringen te ontdekken, hun gevoel van competentie. En ja, dat doe ik vanuit de relatie! Alleen, als de relatie is opgebouwd uit verschillende individuele afspraken die compleet indruisen tegen de schoolregels en pedagogische visie onder deze regels en afspraken ben ik aan het zeilen op een woeste zee zonder hoofdzeil.

En of er verschillende gesprekken gevoerd zijn. Het blijft helaas hangen in een praktische vorm. Als voorbeeld: pas na een half jaar was de klassenmap met routines op orde. Nadat op mijn eerste dag NIETS klaar lag, was overgedragen en geen enkele vorm van communicatie had plaatsgevonden. Zwemmen werd het.

Gelukkig heb ik al mijn zwemdiploma’s en ben ik ontspannen de dagen doorgekomen. Laveren en het toelaten van mobiele telefoons als redding. Een pedagogisch, didactische visie over het gebruik van deze mobieltjes ontbreekt…
Een week later was het zwaarder halen. Verwachtingen zoals Vygotsky ze ooit eerder heeft weggezet stuitte op veel weerstand. Wat dit zijn en waren ze niet gewend. Begrijpelijk. Alleen: wat is mijn taak? Mijn rol? Zoekend ben ik. Weer. De twijfel van vorig jaar kwam weer terug. Alleen nu kon en kan ik onderbouwen waarom ik deze klas niet ‘plots klaps’ wil draaien: er is geen basis!

Waar ik heel blij mee ben zijn collega’s die samen met mij zichtbaar maken. Ik ben blij dat ik een aanzet heb kunnen maken. Tegelijkertijd weet ik nu dat het gebrek aan veiligheid in de groep een gebrek aan veiligheid in het team is. Uitspreken wat er werkelijk speelt en wat zaken werkelijk doen met mij bLIJKT lastig! Wat ik mis en nodig heb: een leidinggevende die de pedagogische visie die in de klas te zien zou moeten zijn voorleeft en uitzet binnen het team. Nu zwemmen we. Gelukkig weet ik nu wat ik eerder niet wist. En gelukkig heb ik mijn zwemdiploma’s.

Aside

Ouder en het niet weten

Vandaag twee oudergesprekken. Naar school gekomen om hierbij aanwezig te zijn. Twee leerlingen die moeilijk te motiveren zijn: de een door problemen met zijn prikkelverwerking, de ander laat zich ogenschijnlijk met de richting van de wind meevoeren.

“Iedere dag is het overleven. Mijn kind is zelfbepalend, overziet het grotere geheel niet en laat zich door niemand de wet voorschrijven”.

Duidelijke taal! Ik merk dat ik de onzekerheid van deze ouder voel en deel. Ook ik weet niet goed wat te doen. En dat is nieuw voor mij. Ja, redenen genoeg te bedenken:

  • ik werk nog maar twee dagen,
  • mijn visie op onderwijs van/met deze doelgroep is op een aantal fundamentele punten verandert,
  • onderwijs afgestemd op de leerlingen vraagt het faciliteren van zaken,
  • aanvliegroutes en leerkrachtstijlen tussen mij en mijn duo-collega tekenen zich af,
  • de dagen in de week zijn essentieel: vrijdag is een wezenlijk andere dag dan dinsdag en misschien is het beter om maandag &dinsdag te werken,
  • en ouderbetrokkenheid/-participatie verandert van op ‘één lijn zitten’ naar ‘wij weten het ook niet meer’.

Wanneer het welbevinden van de een sterk wordt bepaald door sensorische waarnemingen is het lastig om gefocust te blijven. Als daarbij ook nog eens een mate van voorspelbaarheid gewenst is zijn er genoeg moeilijkheden te overwinnen. Een aantal weken terug had de zus van de een het eerste uur vrij. Ze was nog niet weg. Dit was onverwachts en hierdoor liep gehele dag liep ‘in de soep’.

‘Iedere dag is het overleven’ is wat mij bezig houdt. Ik luister, merk wat het met me doet en ik word me er opnieuw bewust welke coping strategieën worden ingezet. Dit is precies wat ik voel! De ander overleeft. Maar ook ik overleef: iedere lesdag ga ik naar school en ben ik bang voor de dag. Niet weten wat de dag mij en vooral de individuen in groep gaat brengen. De wispelturigheid van gedrag, gevoed door externe factoren, maakt mijn onderwijspraktijk rauw. En soms zijn er ook dagen waarop ik mijzelf afvraag hoe ik die dag overleef.

Mijn verwonderen is dan weg. Ik stap in strategieën die niet congruent zijn met mijn visie op onderwijs. Ik leg net als hen de focus op wat niet werkt. Niet werkt voor mij. En hierdoor word ik onzeker. Weet ik soms niet wat te doen. Hun gedrag en hulpvraag resoneert hun en mijn proces.

Het eerste oudergesprek zit erop. Verder dan het delen van moeilijkheden waar ouders en ik tegenaan lopen en vragen rondom wat te doen komt het niet. Een aantal schouders de lucht in volgt. Hoe graag ik ook wil, wanneer het kind niet wil is het aan mij de taak deze ‘wil’ te ontsluieren. Mij lukt het niet. Ook mijn collega ziet meerdere momenten waarop het deze leerling niet lukt. Niets anders dan het omhelzen van de feiten moet en vertrouwen en perspectief doen groeien.

Uiteindelijk wordt er niets concreet afgesproken. Ja, dat we de tijd dat de leerling niets doet noteren. Voor de leerplicht!? Alsof een leerplicht hier iets mee doet? Alsof het de leerling gaat motiveren wel iets te doen?

Op mijn weg terug naar huis reflecteer ik de ochtend. De gesprekken, maar vooral dat waar ik tegenaan loop. Twee dagen in de groep. Het lijkt in deze tak van sport haast onmogelijk. Althans mij en op dit moment. Misschien moet ik groeien in mijn rol? Is dit waar iedere parttimer tegenaan loopt? Ik leg me niet neer bij de rol van ‘invaller’! Ik ben een volwaardig docent, ken mijn kwaliteiten, mijn talenten en wil van waarde zijn. En in die twee dagen moet het mogelijk zijn een ‘de wil’ te ontsluieren. Ik schuur aan de grenzen van mijn kunnen en denk terug aan mijn pedagogisch statement: iedereen is welkom, wordt gehoord, wordt gezien en iedereen ontwikkelt.

Er is door mijn twee werkdagen wellicht (en blijkbaar) meer tijd en ruimte nodig om ‘de wil’ bij een aantal leerlingen te ontdekken. De relatie als vehicle. Vorming van ‘wie ben ik’ en ‘hoe verhoud ik me tot anderen’ heeft nu voorrang. En die ruimte kan ik ze geven, maar ik heb alleen niet het gevoel dat deze ruimte schoolbreed wordt gedragen. En precies daar zit mijn weerstand. Weerstand omdat ik niet weet dat het enkel míjn wens en verlangen is. Of moet ik dit maar loslaten? Accepteren als weten dat ik het soms ook niet weet. Voelen dat in het niet weten mijn weten schuilt.

Wat ik nodig heb? Backup. Althans, ik noem het backup: ruimte om te bouwen met leerlingen. Te bouwen aan de relatie met en tussen leerlingen. Ruimte om in de klas van mijn collega mee te kijken. Want als ik niet de ruimte pak kan ontkoppeling een valkuil zijn. Raak ik mijn kwetsbaarheid kwijt. Mijn verwonderen. En juist nu, in deze situatie is het mezelf kwetsbaar opstellen wat mij doet reflecteren op wat ik doe. Mijn aanpak evalueren of ik congruent vanuit mijn onderwijs-pedagogische visie handel.li

Tijd om dit open te gooien en te delen! Van overleven naar LEFen. Zo verschillend zijn mijn leerlingen en ik nog niet…

Aside

De spiegel en kwetsbaarheid

In de ochtend een gesprek met een collega. Openhartig. Ik hoor dat mijn visie, mijn groei en ingezette acties een onzekerheid voedt. Ik heb het vaker gehoord. Ik deel mijn idee dat deze onzekerheid enkel projectie is. Dat ik een veilige spiegel mag zijn om te zien waar deze collega nu zelf doorheen gaat. Het overwinnen van onzekerheden en staan voor diens eigen visie. Een verlangen.

Ergens maakt het delen van deze onzekerheid mij weer onzeker. Het schuurt aan oude pijn. Ik voel mezelf ergens wegglijden, de pijn die mijn onzekerheid zo lang heeft gevoed. Doe ik iets niet goed dan? Dat. Tegelijkertijd ben ik me in het moment er bewust van dat ik mezelf voel wegglijden. Dat beseffende kan ik dus ook een andere keus maken. Nu.

Ik twijfel en besluit even stil te zijn. Om te voelen of dat wat gezegd wil worden ook daadwerkelijk gezegd ‘moet’ worden. Ik overdenk mijn gedachten en alles wat ik zou willen zeggen. Alles dat gezegd wil worden voelt als een ladder om uit de kuil te kruipen. Ik kies ervoor om even niets te zeggen. De woorden dragen uiteindelijk niet bij aan de openhartigheid van dat waar mijn collega mee worstelt. Ik neem perspectief, herken het gevoel en hoef er niet in mee te gaan. Bevrijdend. En het is deze vrijheid waarin ik haar kan ontmoeten.

Mijn valkuil in het nemen van perspectief is het vereenzelvigen. Afstemmen heeft voor mij het gevaar in zich mee te gaan in de energie van de ander. Ik neem dan over, ga dan ‘zorgen voor’ in plaats van ‘ondersteunen’. Natuurlijk is het goed dat ik ook een bepaalde zorg voel, dat ik resoneer op de energie van de ander en/of kan invoelen. Mijn grootste uitdaging is vanuit stilte mijn intentie weg te zetten en het vertrouwen haar werk te laten doen. En vooral: niet te snel willen gaan!

Deze collega worstelt, worstelt met zichzelf en worstelt met het ‘verhouden van zichzelf tot de ander’. Hoe ik me verhoud tot mijn collega start bij hoe dicht ik bij mezelf kan blijven. Ik luister, volg de worsteling en vanuit een veilige kwetsbaarheid ontstaan de antwoorden voor mijn collega als vanzelf. De spiegel doet ons samen groeien, verder brengen en er ontstaat een nieuwe werkelijkheid: we delen beiden waar we mee bezig zijn en wat ons verlangen is. Vanuit een gedeelde visie zetten we nieuwe intenties de wereld in.

Eén van die intenties is het verder brengen van de waarden binnen Flipping The Classroom. Sinds ik het leren rondom wiskunde heb omgedraaid is er een openheid in de groep ontstaan. Kan mijn focus naast de stof worden gericht op de relatie met de leerling. Is er bij de leerlingen het besef dat er ruimte is voor vragen. Draagt individuele aandacht bij aan het versterken van de basisveiligheid. En precies dat willen mijn collega en ik verder brengen, binnen school en binnen de stichting.

Wordt vervolgd.
Vast.
Ooit.

Medicatie en een kans

Nog maar net een boterham in mijn mond of ik hoor vanuit de achtervang (time-out) een hels kabaal. Met de eerste hap nog in mijn mond snel ik naar de ruimte waar het lijkt alsof er geen tafel meer staat. Nou ja, als ik binnen kom staat de helft nog overeind. Een jongen, niet breder dan de stoel zit ziedend in elkaar gedoken.

Ik ken hem nog van een jaar eerder. Hij is blijven zitten. Toen in mindere mate schoolrijp. Zijn emotionele ontwikkeling stond voorop en samen met wat heftige situaties thuis hebben we in samenspraak met de ouders besloten dat hij het eerste jaar zou gaan overdoen. Het gaat nu eigenlijk zó goed dat ik me verbaas dat juist hij nu in de achtervang zit.

Wanneer ik mijn hand op zijn schouder laat rusten voel ik dat hij kookt. In de vrieskou zou de damp van hem afstomen. Mijn hand is welkom. Hij kent de drill, veiligheid als doel.

Het achtervangformulier is wat ik als eerste pak. Zoekend naar een pen rek ik wat tijd. Tijd voor hem om afscheid te nemen van zijn grootste woede. Aarden. Ik pak een kruk en ga naast hem zitten. Het formulier leg ik op één van de tafels die nog overeind staan. Nog geen vraag gesteld en toch steekt hij van wal.

“Ik was druk.”

Met het oordeel dat dit natuurlijk niet alleen de reden kan zijn om hem naar een achtervang te sturen of waarom hij hier zit, vraag ik door.

“Ik voelde me druk. En ik luisterde niet naar de juf.”

Ah, het niet luisteren, altijd interessant. Want, waar heeft hij naar te luisteren en waar komt dat waar hij naar dient te luisteren uit voort? En wat als je weet dat wanneer hij druk is moeilijker kan luisteren, wat verwacht je dan van hem? Om de gehele situatie helder te krijgen en het te verkleinen tot een aanleiding blijf ik vragen, scherp samenvatten om hem te laten inleven.

“Ik werd boos.
Ik moest naar de gymzaal.
Nou ja, ik werd terug gestuurd!
Ik ben de hele dag al druk en dan ben ik storend.
De klas heeft er wel last van. Ik zag dat ze er last van hadden. Vooral G. & K.
Als ik druk ben laat ik me makkelijk mee gaan en doe ik mee.
Ik had de juf niet gehoord maar het kan dat ze me gewaarschuwd heeft.
Ik denk dat ik vanochtend geen medicatie op heb!?”

Zelf komt hij tot inzicht. Hij weet hoe het komt dat hij druk is en weet ook dat anderen er last van hebben. Het toffe aan dit soort gesprekken is dat je al soort van automatische piloot een kind weer on track helpt. Het ondersteunen in het ordenen van gedachten. Als je een kind door en door kent vergemakkelijkt dit het proces. Ik geniet van zijn eigen inzichten. Van woede is geen sprake meer, eerder schaamte. Hij ’weet’, voelt zijn geweten en denkt na over herstel.

“De volgende keer ga ik proberen gewoon te luisteren.
Misschien dat ik bij juf J. in de klas kan gaan zitten. Een escape nemen.
Ik wil proberen in de klas aan te sluiten en als het niet lukt ga ik naar meneer M.
Meneer M. omdat ik daar naartoe moet. Ik mocht niet naar de achtervang.”

Ik reken het goed, zijn biecht maar bovenal heldere reflectie. Het is fantastisch om zijn zelf herstellend vermogen in zo’n korte tijd te zien en te mogen ervaren. Wat is hij gegroeid. In mentaal opzicht dan, want qua lichaamsbouw lijkt het bijna alsof hij ergens door wordt kleingehouden.

We staan op. Op mijn voorstel om herstel in te zetten ging hij akkoord. We gaan naar de juf waar hij gaat luisteren of zijn vraag tot het weer aan mogen sluiten positief wordt beantwoord. Hij staat op en zonder dat ik iets hoef te zeggen worden tafels en stoelen recht gezet. De details verklappen dat hij weer geland is.

Als we de bocht om willen gaan loopt hij niets vermoedend tegen zijn eigen moeder aan. Met een mix van schrik en blijde verwondering kijkt hij zijn moeder aan die, een split second later, in haar zakken graait en een tussen haar vingers samengeknepen pil omhoog houdt.

“Jahaah jongen, die was je vergeten hè, vanmorgen.”

Ze legt uit dat toen ze terug kwam van haar werk zij de pil zag liggen. Direct is ze op haar fiets gesprongen en naar school gefietst. Haar ervaringen van eerder nog in gedachten.

pilVerrast neem hij de pil aan en ik heb een kort gesprek met moeder. Ook ik ben blij haar weer te zien en leg ons gesprek van net uit. Om de hoek komt ook de juf wat gehaast aangelopen. Met een korte, samengevatte versie vertel ik wat ik aantrof, het gesprek en geef ik het woord voor herstel aan hem. Met gebogen hoofd vertelt hij rustig over zijn drukte, het vergeten innemen van de medicatie en zijn wens om te herstellen.

De juf reageert resoluut. Eerder ingezette maatregelen waren niet voor niets, de gehele dag was het al een drama met hem en hij dient zijn consequentie maar te aanvaarden. Ik zie het hoofd iets verder naar beneden gaan. Het is natuurlijk zo dat de juf het gehele proces en het gesprek niet heeft meegekregen. Tegelijkertijd uit zij haar zorg: de gehele dag al onrust. Wat heeft zij nodig om te herstellen? Om weer het vertrouwen te hebben en kunnen geven? Welke schakel is hij in het geheel?

Als een professional aanvaardt hij zijn consequentie. Alleen dat al is een teken dat hij in staat zou zijn geweest om te herstellen. Want hij weet dat hij fout zat. Zijn kans op herstel wordt nu even uitgesteld. Hij weet dat hij nog genoeg kansen heeft en heeft gekregen. De kans dat hij zijn medicatie nog eens vergeet is aanwezig. Hopelijk heeft deze situatie hem bewust gemaakt dat hij ook uit zichzelf kan herstellen!

Aside

De grenzen van veiligheid

Nog nooit eerder in een groep meegemaakt, maar onveilig is wat ik me vandaag voel. De meeste leerlingen zijn gestart met hun werk als hij wat om zich heen kijkt, mij bewust lijkt aan te kijken, opstaat en naar een medeleerling loopt. Ik zie hem wat fluisteren en ik denk dat het over zijn werk gaat. Als ik hem tussendoor, net iets te hard, hoor mompelen weet ik dat mijn denken het verkeerd had. “Weet je wat mijn moeder van meneer Ronald vindt?” Zijn antwoord laat ik van me afglijden en vraag hem zijn collega met rust te laten. Ik voeg er aan toe zelf terug te keren naar zijn eigen plek.

Hij kijkt me wat listig aan, alsof hij wat van plan is. Dat blijkt ook als hij zijn telefoon uit zijn broek graait en hem aan zijn medeleerling geeft. Hij probeert hem aan te zetten om mij te filmen. De medeleerling lijkt in eerste instantie mee te werken en lacht wat, maar op het moment dat hij doorheeft dat het bevel gemeend wordt haakt hij af. En precies dit moment is wat mijn onveiligheid ontsluierde! Mijn roze bril voor wat betreft in- en uitsluiten wordt afgeslagen. Ik voel me gekwetst. Mijn onvoorwaardelijk vertrouwen in ieder mens lijkt een deuk op te lopen.

Niet dat ik iets te verbergen heb. Sterker nog, mijn instructie of uitleg filmen voor zichzelf zou ik zelfs toejuichen. De onveiligheid openbaarde zich in het feit dat de jongen mijn openheid en vertrouwen gebruikte om zijn eigen grenzen te verruimen. Hij koos er bewust voor mijn gezag te ondermijnen. Om mij wellicht onderuit te halen. Het vond al weken plaats. Ik negeerde zijn vaak negatieve inslag, ging in op zijn positieve handelingen of zijn gedrag. Maar nu, vandaag, in deze situatie, voelde ik mijn onmacht en onveiligheid zo duidelijk.

Maar lag het wel aan dit kind?
Wat wil de situatie mij duidelijk maken?
Twijfels.
En veel vragen.

Een jaar eerder had hij al bij mij, ons: Florus en mij, in de klas gezeten. En omdat er nog een aantal leerlingen van vorig jaar nu in de groep zitten, deel ik tijdens de pauze mijn gevoel van onmacht en twijfel met een klasgenoot. Deze haalt met één antwoord alle ruis en enige twijfel bij me weg.

“Meneer, de anderen zullen echt niet zeggen dat ze het oneens zijn met hem, want dan worden zij zelf gepest!”
Maar hoe weet jij dat zo zeker?
“Omdat ik dat zie. En voel, meneer!”

Het besef dat het dus niet alleen mijn onveiligheid is, groeit met rasse schreden. Dit gevoel en inzicht, dat wat zijn klasgenoot ook aangeeft te voelen, is wat ik probeerde uit te sluiten. Het raakt me en maakt me klein. Ik wilde er blind voor zijn, dus ergens kon ik het zien aankomen. En misschien ‘wist’ ik het ergens al. Want als ik alle feiten en gebeurtenissen op een rij zet, weet ik dat ik niet de juiste persoon ben deze jongen verder te helpen.

En dit wetende is precies wat voor mij uitsluiten is. Althans, dat is wat ik denk.

Er is en er gebeurt nog steeds te veel in zijn thuissituatie wat niet mijn verantwoordelijkheid is. Ja, als leerkracht ondersteun ik daar waar mogelijk en help ik in het vergaren van inzichten. Bij hem en zijn moeder deed dat proces pijn. En dat ik op momenten in mijn valkuil -zorgen voor- schoot is een feit. Dat heeft er in geresulteerd dat ik het halve thuisfront niet mee heb. Een wetenschap dat een understatement is.

En nog voordat we het schooljaar aanvingen heb ik met mijn collega gedeeld dat de relatie tussen mij en zijn moeder, en daardoor ook met hem als leerling, een grote uitdaging zou gaan worden. Dat zijn helemaal te begrijpen loyaliteit in combinatie met de ervaringen een schooljaar eerder, zouden kunnen leiden tot de climax die het nu is.

Mijn wil en vastberadenheid iedereen in te willen sluiten is ten koste gegaan van mijzelf, van hem en niet onbelangrijk, de groep. Voor het eerst in mijn carrière ervaar ik dat er grenzen zitten aan insluiten en iemand niet willen buitensluiten.

Onveiligheid, een nieuwe dimensie. Er zit een grens aan. De groep is ziek en dit inzicht maakt mij duidelijk waarom ik al twee weken aan kwakkelen ben met mijn gezondheid. Ingeluid met een lage weerstand, een hoop snot en uiteindelijk een migraineaanval. Als de bladeren van de bomen vallen kan ik deze signalen ook niet meer negeren.

Zij en zo voelbaar

Een ‘fijn weekeinde’ wilde ik haar wensen. Einde als een nieuw begin voor een week. De week en alle ervaringen een plek geven, loslaten en met frisse moed weer verder.

Als ik haar lokaal binnenloop voel ik dat ‘fijn’ op dit moment niet het juiste is om haar te wensen. Althans, zij snakt naar iets dat haar een fijn en prettig gevoel kan geven. Ze heeft het zwaar. Een ervaren leerkracht. Maar doodgegaan binnen haar laatste baan in het onderwijs. Een aantal jaren genomen om opnieuw tot leven te komen. Ze is een sensitief persoon. Teveel prikkels waar zij zich wellicht (nog) niet bewust van is. En dan dit. Voortgezet Speciaal Onderwijs. Leerlingen die voelen wanneer je twijfelt. Wanneer je niet volledig staat. Zoekend bent. Perfectionisme spiegelen.

Het is zo herkenbaar. Voor het eerst in bijna tien jaar heb ik geen eigen groep, maar draai ik samen een groep. Nieuw voor mij. Ook ik ben zoekende. Naar een juiste balans. Mijn verhouding tot de groep. Zij met mij. Wij als groep. Een bijzonder proces. Tegelijkertijd heb ik wel de ervaring in het VSO. Met de leerlingen. Zij is onervaren in deze tak van sport die misschien wel het meest rauw en ruw is.

Nieuw is ze. Ze heeft opnieuw de stap gezet. Herboren het leven van het onderwijs ingestapt. Het startschot heeft geklonken, het schooljaar een aantal weken aan de gang. Maar ze is eigenlijk nog in voorbereiding. Haar hardloopschoenen nog niet aan. Alles racet voorbij en wanneer ze opkijkt lijkt ze beduusd. De weg kwijt. Het gevoel dat het goed zit is er niet. De intern begeleider probeert met veel woorden haar aan te moedigen. Ik houd mijn mond. Ik voel dat ieder woord nu te veel is. De kruk die naast haar bureau staat pak ik en ik ga onder het digibord tegen de muur zitten. Ik flankeer haar en luister samen met haar naar de woordenstroom.

Haar drang naar veiligheid wordt haar eerste stap. Een stap op een stevige bodem waarbij ze het gevoel heeft dat ze ondersteund wordt. Het verplaatsen van lucht en de vele klanken vallen als regendruppels van haar af. De eerste weken heeft ze bergen werk verzet. Voor haar gevoel zonder resultaat. Ze is opnieuw aan het doodgaan.

Onderwijs vraagt net als topsport voor een constante reinvent van jezelf. Het jezelf door en door kennen. Weten waar je grenzen liggen. Weten wat je nodig hebt om je veilig te voelen. Weten wat en wanneer je communiceert, zeker wanneer je voelt dat je dreigt dood te gaan. Dat je tegen jezelf aanloopt. Dat je constant in de valkuil van je eigen perfectionisme stapt. Weten waar je talent ligt, want dát heeft perfectionisme ook!? Fouten zien als mogen oefenen en leermomenten. Als groeimoment  waarbinnen de kracht van de twijfel het innerlijk kompas voedt. Note to self. Naast haar zittend dank ik haar in stilte voor deze spiegel.

De regendruppels worden tranen. Niet van verdriet maar van de weerstand. De weerstand niet gehoord te worden. De weerstand enkel te moeten luisteren. Zij weet waar ze staat. Maar niet de juiste taal vinden om haar gevoel van veiligheid te verwoorden. Eén vraag die ik uit mijn mond voel rollen doorbreekt haar weerstand en ondersteun haar in het vinden van de taal. De woordenstorm gaat liggen. Zij bevestigt. Het is haar angst om weer terug te vallen, weer opnieuw dood te gaan in het onderwijs. Haar wil om deze baan te laten slagen is groter dan de zorg voor zichzelf. Haar perfectionisme als partner in crime. Haar proces wordt zuiver zichtbaar en bevestigt wat ik eerder al voelde.

voetbalzaterdag-quote-klZe is los, laat haar emotie de vrije loop. Wat bijzonder dat ik haar zo mag ont-moeten. In stilte luister ik in naar de woorden tussen dat wat ze zegt. Ze is zo sterk in haar kwetsbaarheid. Zo krachtig maar ogenschijnlijk nog niet zichtbaar voor haarzelf. Haar eigen kind, zo vertelt ze, spiegelt haar proces op dit moment, even pijnlijk als ‘goed’. Die in de klas zie ik niet anders doen. Tegelijkertijd resoneren mijn vragen ook mijn eigen proces.

Samen zoekend. Samen op pad, ieder onze eigen weg. Wat ik nog uitspreek is mijn hoop elkaar te blijven ont-moeten. Ondersteunen waar nodig. De zon verschijnt achter de wolken als ik de school uit loop. Op weg naar het begin van het weekeinde.