Niet weten wat je weet

Na een half jaar mezelf bezig te houden met onderwijsontwikkeling heeft het management een aantal weken een andere keuze gemaakt. Door een telfout rondom FTE’s (aanstellingen) was het nodig volgens hen om mij weer een mentorgroep te geven. Dat deed pijn. Zeker omdat ik bezig was met een stijgende lijn v.w.b. het leerniveau van leerlingen. Het gepersonaliseerd leren kreeg meer en meer vorm. Nu dus weer voor de klas.

Op zichzelf staand geen probleem zou je denken. En toch. Het voelt al weken als een worsteling. Dit omdat de klas waarin ik mijn visie op pedagogiek en onderwijs mag delen geen groep is. Het zijn individuen, allen met individuele behoeften. Zo ver uiteenlopend dat het waarborgen van een basisveiligheid mijn collega’s niet is gelukt. Ja. De leerlingen lijken zich veilig te voelen. Dit omdat bij een aantal de thuissituatie zo schrijnend is dat onze school de enige plek is waar zij zich in ieder geval nog een beetje veilig voelen.

Een uitdaging dus. Tegelijkertijd ook een uitdaging waartegen ik mij heb verzet. Dit omdat mijn stijl van lesgeven en pedagogisch statement lijnrecht tegenover die van mijn collega staat. Dit omdat deze taak mij in de schoenen geschoven is, zonder overleg. En ja, dat is het argument ‘stichtingsaanstelling’ te makkelijk!

Mijn uitdaging de afgelopen weken was het zichtbaar maken van wat na een half jaar nog steeds niet orde is. Een onwerkbare situatie waarbij de leerlingen enkel hangen aan de aanpak van mijn collega. Ogenschijnlijk niet erg, zeker niet als mijn collega fulltime werkt. Maar het feit dat ik twee dagen de opdracht ‘contact voor contract’ mag uitvoeren past mij niet!

Een zeikblog tot nu toe? Ja, zo kun je het lezen. Voor mij is het gedachten ordenen. Want, ik ben ergens achter gekomen. Vorig jaar werkte ik ook een half jaar naast deze collega. Het wat een zwaar jaar. Er waren veel pijnlijke en leermomenten. Twijfels over mijn stijl van lesgeven. Ik voelde me niet meer vrij. Niet meer veilig. Ik voelde me precies zoals ik me nu voel. Alleen er is één verschil: vorig jaar kon ik mijn vinger niet op de zere plek leggen. Nu doe ik dat.

Sterker: het is mij nu duidelijk dat onze kennis, ervaring en nogmaals pedagogisch statement mijlen ver uit elkaar liggen. Niet erg, zeker niet als leerlingen de verschillen en overeenkomsten begrijpen. Alleen is dit niet het geval. ‘Leerlingen geven aan voor mij te werken,’ is wat ik te horen kreeg. Een stagiaire vult aan: ‘ik zet ook wel eens een vuilniszak voor mijn moeder buiten. Niet iedereen heeft zin in wiskunde, dan is het toch mooi dat je het voor je leerkracht kan doen?’

Nee! Schrijnend zelfs.
Ja. Wanneer er een pedagogische visie achter zit. Dan leren leerlingen zich ook loyaal op te stellen naar andere leerkrachten. En precies dat gebeurt niet. Sterker, het maakt niet uit wie er voor de groep staat, behalve mijn collega, en het is heibel. Schrijnend dus.

Zelf ben ik iemand die leerlingen vanuit een natuurlijk gevoel van autonomie ruimte geef om succeservaringen te ontdekken, hun gevoel van competentie. En ja, dat doe ik vanuit de relatie! Alleen, als de relatie is opgebouwd uit verschillende individuele afspraken die compleet indruisen tegen de schoolregels en pedagogische visie onder deze regels en afspraken ben ik aan het zeilen op een woeste zee zonder hoofdzeil.

En of er verschillende gesprekken gevoerd zijn. Het blijft helaas hangen in een praktische vorm. Als voorbeeld: pas na een half jaar was de klassenmap met routines op orde. Nadat op mijn eerste dag NIETS klaar lag, was overgedragen en geen enkele vorm van communicatie had plaatsgevonden. Zwemmen werd het.

Gelukkig heb ik al mijn zwemdiploma’s en ben ik ontspannen de dagen doorgekomen. Laveren en het toelaten van mobiele telefoons als redding. Een pedagogisch, didactische visie over het gebruik van deze mobieltjes ontbreekt…
Een week later was het zwaarder halen. Verwachtingen zoals Vygotsky ze ooit eerder heeft weggezet stuitte op veel weerstand. Wat dit zijn en waren ze niet gewend. Begrijpelijk. Alleen: wat is mijn taak? Mijn rol? Zoekend ben ik. Weer. De twijfel van vorig jaar kwam weer terug. Alleen nu kon en kan ik onderbouwen waarom ik deze klas niet ‘plots klaps’ wil draaien: er is geen basis!

Waar ik heel blij mee ben zijn collega’s die samen met mij zichtbaar maken. Ik ben blij dat ik een aanzet heb kunnen maken. Tegelijkertijd weet ik nu dat het gebrek aan veiligheid in de groep een gebrek aan veiligheid in het team is. Uitspreken wat er werkelijk speelt en wat zaken werkelijk doen met mij bLIJKT lastig! Wat ik mis en nodig heb: een leidinggevende die de pedagogische visie die in de klas te zien zou moeten zijn voorleeft en uitzet binnen het team. Nu zwemmen we. Gelukkig weet ik nu wat ik eerder niet wist. En gelukkig heb ik mijn zwemdiploma’s.

Advertenties

Onhandig

De gehele dag is het onrustig in de school. Al vanaf het eerste lesuur zie je leerlingen in de gang. Lopen, schreeuwen, elkaar uitdagen, op weg naar een escapeklas*, tussendoor een leerling naar de wc. De leerlingen in de groep hebben er zichtbaar last van. Ze proberen zich afzijdig te houden. Oordopjes in, muziek hard aan en maar proberen zich te concentreren op hun lestaak.

De eerste drie lesuren voorbij zijn en ik ben trots op hen. Een enkeling kwam niet of moeilijk tot werken, het overgrote deel heeft hun werk zo goed als af. Hard en ‘ontspannen’ gewerkt.

Nu het vierde lesuur en in alles voel je hem onrustig worden. De ochtend lijkt haar tol te eisen. Logisch ergens: wanneer je sensorisch geen spiegel hebt om alles buiten je te filteren of zelfs af te sluiten, is het heel lastig om alle ‘prikkels’ buiten te houden. Zelf heeft hij geen idee wat te doen. Vaak pas een dag later komt er bewustwording, bewust dat grenzen zijn overgegaan. Na een zelf gekozen bezoek aan de escapeklas komt hij drukker terug dan hij verwachtte. Een signaal.

Hij stapt op, loopt een paar keer naar buiten en belandt uiteindelijk in de achtervang. Hij weet dat zijn acties niet handig zijn, geen mogelijkheid anders te doen. De achtervang, dat lijkt de plek voor hem. Voor nu dan, om rustig het gesprek aan te gaan. Tot de pauze blijft hij daar zitten, omdat naar eigen zeggen een terugkeer naar de klas niet lukt. Het is de onrust die hem overneemt. Na de pauze heeft hij de intentie om het volgende vak weer mee doen. Zo belooft hij. Aansluiten en een nieuwe kans inzetten.

Een week eerder heb ik de ruimte genomen om met hem een lange wandeling te maken. Om dieper in te gaan op waar hij op stuk loopt. Naast oude pijn, angst en recente situaties is het vertrouwen in de ander geslonken tot onder nul. Ik weet hem ergens te ontdooien. Zeker als we op de terugweg naar de hoofdlocatie lopen en een opdracht meenemen.

Zijn belofte maakt hij waar. Tijdens de les treft hij de eerste voorbereidingen voor de uiteindelijke opdracht van een week eerder. Hij gaat tijdens de les verzorging aan de slag.Na de les verzorging heeft niet alleen hij een escape nodig maar alle leerlingen. Onmogelijk, dus ik kies praktisch aan de slag te gaan in plaats van de boeken in. Ik besluit de praktische opdracht te introduceren om individuele talenten te ‘scouten’: het voorbereiden van een pitch a.d.h.v. een zelfontworpen reclameposter. We gaan de school uit! Inspiratie opdoen in de stad. In gesprek met ondernemers.

Als we het park inlopen loopt hij samen met een medeleerling terug naar school. Daar waar hij de gehele dag aangaf niet op school te willen zijn, wil hij nu terug. Hij heeft het doel gemist. Onduidelijkheid. Door een gebrek aan gevoel van veiligheid niet de mogelijkheid om een vraag te stellen. Ontkoppeld met zichzelf en daarmee met de groep. Hij maakt een keus, neemt regie maar vergeet de verantwoordelijkheid.

Terug op school vergroot hij samen met zijn klasgenoot de onrust. Het dak op, schreeuwend door de gang en scheldend naar collega’s. Ik word gebeld en de twijfel slaat toe!? De spagaat compleet. Aan de ene kant de onrust, aan de andere kant leerlingen die zichzelf en hun angst ontstijgen.

Op school in de middag en de leerlingen naar huis volgt er een groot overleg. De onrust als centraal thema. Hij is onderdeel van dat thema. Er valt een oordeel, gevolgd door een externe time-out. Het wringt, zeker omdat het een uiting van onmacht is. Niet weten wat te doen, ‘kiezen’ voor wat niet handig is. Oefenen om bij zichzelf te blijven.

Ergens weet ik dat hij morgen toch niet op school zal zijn geweest. Een dag als deze kost hem een dag om alle indrukken te verwerken. Nu mag hij ‘geoorloofd’ een dag thuis zijn. Alles een plek geven en tegelijkertijd in alle rust werken aan wat morgen op het programma staat. In zijn eigen tempo, op zijn eigen manier. Zo wordt onhandig handig.

 

*Een escapeklas is de klas van een collega waar een leerling wanneer het ‘even niet lukt’ in diens eigen klas, zelf gekozen of op advies van de leerkracht naar toe kan. Daar kan de leerling zijn werk afmaken of op eigen wijze tot ‘rust’ komen.

Waar ik tegenaanloop is dat deze escapeklas te veel het doel heeft om het kind te normaliseren: daar waar ingegaan wordt op wat er nu mis gaat, gaat het er eigenlijk om hoe de prikkelverwerking anders verloopt en wat het kind nodig heeft zich prettig te voelen. Mijn inziens wordt aan deze essentie voorbij gegaan. De waan van de dag of de ruimte die je als leerkracht voelt als belangrijkste variabelen. Ruimte voor het gesprek om deze essentie te achterhalen.

Status

De studiedag, een protocol en vragen

Zelf niet aanwezig, maar in de middag druppelen de eerste reacties binnen. De dag is geslaagd en het ochtendprogramma goed ontvangen. De mooiste reactie misschien wel: ‘je was erbij zonder dat je er was!’ Mission accomplished. Naast een compilatiefilm van de pitches (zie de opdrachten) heeft de dag een aanzet tot een nieuw protocol ‘gebruik telefoon, tablet & laptop’ opgeleverd. Super gaaf! Een aanzet:

Protocol en richtlijnen voor het gebruik van een telefoon, een tablet en/of laptop.

  • Gebruik van de telefoon gaat op aanwijzing van de leerkracht: maatwerk.
  • Het geluid van je device staat op school en onder schooltijd uit.
  • Met toestemming van je leerkracht mag je tijdens de les educatieve informatie opzoeken.
  • Alleen tijdens de pauzes, voor en na schooltijd mag je gebruik maken van sociale media.
  • Bij hoge uitzondering en met toestemming van de leerkracht mag gebeld worden op/in school en je hebt toestemming van de leerkracht nodig om opnames (foto/film/geluid) te mogen maken. Dit in verband met de schending privacyrechten (zie ook het Wetboek). Op sociale media gedraag je jezelf netjes en respectvol en plaats je niets over of zonder toestemming van de ander.
  • Wanneer je off-/online situaties tegenkomt die bij jou, bij een medeleerlingen of bij medewerkers van de school een gevoel van onveiligheid kunnen geven, bespreek je dit met je ouders, je mentor of de vertrouwenspersoon op school. Openheid draagt bij aan veiligheid van mezelf en anderen.
  • Muziek luisteren mag met toestemming van, en volgens afspraak met de leerkracht. Gebruik oortjes of een koptelefoon.
  • Bij actieve deelname aan praktijklessen/gym mag je niet in bezit zijn van een telefoon.

Als blijkt dat het moeilijk is om te gaan met de bovenstaande afspraken, bijvoorbeeld omdat je snel bent afgeleid of je telefoon oneigenlijk hebt gebruikt, dan zal in overleg met je mentor, je ouders en schoolleiding andere afspraken gemaakt worden. Ook jij hebt recht op inspraak, afstemming en maatwerk.

Een mooi eerste kader waarop voortgeborduurd kan worden. Natuurlijk zijn er ook zaken die tijdens de verschillende dialogen ter sprake kwamen. Een aantal te overdenken vragen:

  • Wat is de onderliggende visie voor wat betreft het gebruik en inzet van telefoons?
  • Hoe verhoudt deze visie zich tot de onderwijskundige en pedagogische visie van de school?
  • Is het bovenstaande ‘als blijkt dat…’ afdoende, of dienen er consequenties toegevoegd te worden
  • Wat zijn tekenen van verslavingsgevoeligheid? Wat is dan ‘lang’ telefoongebruik?
  • Kan het zijn dat een leerling sensorisch zoveel prikkels opdoet dat het nodig is zich af te sluiten? Is een device dan ‘het beste’ middel? Welke mogelijkheden zijn er nog meer binnen school?
Status

ClassDojo

Samen met het team hebben we een gesloten Facebook-groep. Dit om inspiratie te delen rondom online en gepersonaliseerd leren. Verschillende artikelen, films, games en applicaties komen voorbij. Vandaag ClassDojo. Het online programma heb ik een aantal jaren geleden al eens getest. Het werd toen door de groep positief ontvangen!

class dojoClassDojo is een online tool dat leerlingen inzicht geeft in en hen bewust maakt over hun gedrag en leerproces. Het is een mogelijkheid om eigen gedrag en werkhouding on action of achteraf te evalueren en reflecteren. Het programma maakt gebruik van plus- en minpunten, te vergelijken met tips en tops. Alle punten kunnen persoonlijk worden aangepast, waardoor ook groepsafspraken, schoolregels of huiswerkafspraken toegevoegd kunnen worden.

Een ander belangrijk aspect van ClassDojo, en wellicht één van de meest onderbelichte topics binnen het speciaal onderwijs, is de communicatie met ouders! ClassDojo geeft ouders de mogelijkheid om het (leer)proces van hun kind te volgen. Gedurende de dag is te volgen hoe een kind het op school doet. Tussendoor of aan het einde van de dag is er de mogelijkheid om individuele ouders een bericht te sturen, over de voortgang of over belangrijke afspraken. Door de chatfunctie blijven berichten ook bewaard, mochten deze later nog eens van pas komen.

Ook is er een mogelijkheid tot het schrijven van een groepsverslag, een algemeen verslag dat naar alle ouders tegelijk wordt verstuurd. Als je, net als ik, als leerkracht van bloggen en/of schrijven houdt is dit een prettige functie. Naast dat ouders op de hoogte zijn kunnen de teksten op een klassen- of persoonlijke blog geplaatst worden. Linkadressen kunnen clickable  worden toegevoegd.

Voor de belangrijkste partij, de leerling, is deze prettig vormgegeven tool ook als applicatie op de telefoon beschikbaar. Binnen de applicatie kan het profielfiguur aangepast worden naar ieders persoonlijke voorkeur. Ook leerlingen kunnen hun eigen proces volgen.

De eerste ervaringen zijn positief. Wordt vervolgd…
Voor tutorials, kijk even op Youtube.

Het achtervangformulier

Wat het precies is weet ik niet, maar iedere dinsdag is een zeer onrustige dag. Niet alleen in mijn groep maar door de gehele school is het onrustig. Zo ook vandaag. Met moeite worstelen we ons door de dag heen. De leerlingen, zij die willen maar ook zij die zeer moeilijk bij zichzelf kunnen blijven. En ook ik. Hoe meer moeite ik doe, hoe lastiger sommige leerlingen het lijken vinden om zich te gedragen.

Op school hebben we een zogenaamde ‘achtervang’. Dat is een kleine ruimte waar leerlingen, wanneer het in de klas ‘niet lukt’ en ook in de preventieve escapeklas niet, naartoe gebracht worden om daar hun gedrag te overdenken en te reflecteren. Als doel van deze escapemogelijkheden, zo staat beschreven in het protocol, wordt gesteld een leerling weer terug in de klas te krijgen. Concreet betekent dit dat er een gesprek plaatsvindt met de klassenassistent en leerlingen vullen een achtervangformulier in.

Als theoretische onderbouwing is gebruik gemaakt van het boek ‘Tel dan eerst even tot tien’ van J. Jeninga (2010). Het achtervangformulier is mede vormgegeven vanuit het gedachtengoed van Stephen Covey en Harrie Velderman. De laatstgenoemde heeft een zeer praktisch boek geschreven dat ik iedereen aanraad om eens te lezen: Time-out en switch (mail me als je het boek nergens kan vinden).

Velderman beschrijft een ecologische visie rondom een time-out of switch-moment. Het duurzame aspect zit ‘m in het doel van de switch, dat mijn inziens ook het doel van de escapemogelijkheden zou moeten zijn: een mogelijkheid (of kans) voor de leerling om zijn problemen op te lossen, te reflecteren en controle terug te vinden. Er staat verder dat deze mogelijkheid maar spaarzaam gebruikt mag worden in verband met de negatieve effecten van verwijdering uit een situatie.

Een leerling mag oefenen. Door rood heen rijden. Door na het switch-moment, samen met het ingevulde formulier, in gesprek te gaan met de leerkracht zorgt dit voor een duurzaam karakter. Door een beschouwing op dat wat is voorgevallen (nadat emoties een plek hebben) kan ieder zijn/haar eigen rol evalueren. Ook ik als leraar. Want ik ben de volwassene die de leerling leert oefenen bewust te worden van zijn eigen proces.

Nadenken over eigen reacties en reactie van de ander zijn daarbij van essentieel belang. Door bewust te worden van eigen motivaties én verwachtingen van de ander, wordt bewustzijn gecreëerd op de effecten van eigen gedragingen, prikkeleffecten en ego-belangen. Maar ook inzicht in situaties, hoe ze ontstaan en beweegredenen van de ander waardoor empathisch vermogen wordt gestimuleerd, zijn belangrijke aspecten. Pas dan kan worden nagedacht over oplossingen en alternatieven situaties te voorkomen.

Deze visie is het overwegen waard om schoolbreed uit te stralen. Een visie waarin er geen kader wordt afgetekend maar waarbinnen de lijn van een demarcatie geschetst is. Waar gummen en verplaatsen van de grenslijn nog mogelijk is. Waar iedere situatie opnieuw bekeken wordt. Waar ruimte en lucht blijft ontstaan.

Vandaag ervaar ik hoe basaal gedrag in deze fase van het jaar nog is. Hoe grenzen op een kinderlijke wijze worden afgetast. En tegelijkertijd lees ik dat het formulier wel degelijk aanzet tot reflectie. Een aantal voorbeelden van vandaag:

Ik zat de hele tijd te praten, niet mee na te kijken, de les te hinderen en door de meneer heen te praten. Ik ben eigenaar van het probleem. De oplossing is stoppen wanneer de meneer het vraagt en luisteren naar de docent. Ik heb geen verwachting van de ander want het probleem lag aan mij.”

09 SEP-15 Het achtervangformulierIk ben niet te stoppen met mijn storende gedrag. Ik voelde me onrustig, maar ook blij. Andere leerlingen deden mee. Ik ben eigenaar van het probleem. Ik verwacht van de ander dat hij me soms eventjes laat gaan.” Op de vraag in de chat op papier vraag ik wat ik hem dan kan laten doen, zonder dat hij storend is voor zichzelf, de leerlingen de wel door willen met de les en mij als leraar. Een ‘weet ik niet’ volgt.

Wat ik zie is dat leerlingen het zeer moeilijk vinden en zelfs niet eens benoemen welke ondersteuning zij nodig hebben van mij, hun ouders en/of medeleerlingen. Ze lijken allemaal zelf eerst in hun sop te willen gaarkoken. Of wellicht dat ze geen voorbeelden hebben, of ooit de kans gehad deze voorbeelden uit te testen!?

Ook zicht op, laat staan de inzet, eigen vaardigheden worden niet benoemd. Is het dan niet in de eerste plaats van belang dat ik hun leer en laat inzien waar zij goed in zijn? Over welke vaardigheden zij beschikken?

Een onrustige dag. En toch sluit ik ‘m positief af. Om het inzicht. Om het reflecterend vermogen van leerlingen. En om de vaardigheden die de andere leerlingen inzetten zonder dat zij zich hier bewust van zijn. Zij zijn een voorbeeld. Blijven dicht bij zichzelf en sterker, staan open om de ander te helpen!

De eerste lesdag, spanning, hypotheses en onderzoek

…en ergens dat gevoel van ‘mega spannend’. Goed voorbereid loop ik het lokaal binnen. Spanning komt deze keer niet vanuit controledwang, maar omdat ik mag spelen met online leren. Leerlingen spelenderwijs meenemen in de plannen die ik heb. Nieuwe dingen uitproberen. Voorbij experimenteren, uitvoeren, testen en hen laten evalueren en reflecteren.

Wanneer ik voel komt de spanning voort uit een combinatie van ‘hoe de dag zich zal ontvouwen’ en ‘worden de nieuwe werkvormen omarmt?’. Ontvouwen, zo’n facet van het leven waar ik totaal geen invloed op heb. Wie wel? Tegelijkertijd heb ik alle invloed, althans… Mijn state of mind – het woord mindset past ook – maakt dat ik wel degelijk invloed heb op wat zich ontvouwt. De keuzes die ik in het moment maak kunnen bepalend zijn voor het gevolg. Ik kies vandaag voor de relatie. Een nieuwe klas, drie bekende leerlingen, de rest onbekend.

We starten de dag met een moment van rust. Aankomen, landen en aarden. Even iets voor jezelf en de groep ervaren.

Sinds dit jaar is de regel ‘telefoons inleveren’ weer ingevoerd. Zelf moet ik erg wennen aan deze controlemaatregel. Ja, ik snap dat het gebruik van de mobiele telefoon kan afleiden. Ja, ik begrijp ook de angst van het opnemen en maken van foto’s. Edoch: hoe leren we kinderen zich verhouden tot een mobiele telefoon en welke verantwoordelijkheid hebben ouders? Als zij zien dat hun zoon/dochter tijdens lestijd WhatsAppt of op Facebook zit, neem ik aan… Maar ja, ik weet dat ik wellicht een te hoge verwachting heb. Een tussenoplossing zou zijn om samen afspraken te maken. Iets met waarden en een stukje ethiek. Dé oplossing is en blijft natuurlijk de les die ik geef.

Mijn wiskundeles start ik met een Kahoot, een online game. Voorkennis activeren en ophalen waar we voor de zomervakantie mee gestopt zijn. Getallen. Het uitrekenen van sommen met negatieve getallen. De klas leg ik uit dat basisvaardigheden bij wiskunde van groot belang zijn. Als het fundament van een huis, anders heeft het bouwen ervan weinig zin. Cijferen, de waarde van een getal en de volgorde van het uitrekenen van sommen passeren de revue. Negatieve reacties blijven uit. Winst!

NASKNAtuur&ScheiKunde. Na de pauze. Een nieuw boek, nieuwe onderwerpen en een niveau hoger dan een jaar eerder voor sommige. Dit jaar meer focus. Maar ook een straf tempo, met bijbehorende verwachtingen. Iets met hoge doelen stellen.

Als we de les gestart zijn met een woordweb rondom het thema ‘onderzoeken’, ontvlammen direct leuke hypotheses bij de eerste proef. Onderzoek naar het doen van onderzoek betekent spelen. Concreet hun eigen stappenplan maken. Vooronderzoek. Hypotheses rondom het opblazen van een ballon met een petfles. Kan het en zo ja hoe? Of de proef met vuur en een ballon.

“Maar dan is alles een hypothese!?”

Deze leerling doet een belangrijke ontdekking. Ja, veel wel! Uiteindelijk samen experimenteren.

Onderzoek als thema van de dag:  onderzoeken wie de ander is. Onderzoeken hoe je jezelf tot die ander verhoudt. Onderzoeken waar de grenzen liggen. Onderzoeken wat consequenties zijn. En dan vooral veel hypotheses stellen. Leuk. Ik mag waarnemen, ervaren en zien waar deze jongeren zich in hun proces bevinden.

Tweedejaars en vol in ontwikkeling, ook al willen sommige hun eigen leerproces nog niet onder ogen zien. Het is ook spannend. Dat vind ik ook.