Status

Een attractie met inhoud

Vandaag op excursie naar ’t Ravelijn, een reguliere middelbare school waar ze nu een aantal jaar werken met Online Leren. Een school die jaren van voorbereiding hebben omgezet in actie, omgezet in een online omgeving en waarbinnen leerkrachten hun eigen onderwijs vormgeven.

Voor de ICT-puristen: het platform waar ze mee werken heet Volution en won recentelijk een innovatieprijs.

Eén van de zogeheten ‘bewakers’ van de leerlijnen vertelt dat zij een jaar of acht geleden zijn gestart met het uitwerken van het idee. Persoonlijke leerlijnen en leerdoelen. Jaren later werd VO-lution als middel geïntroduceerd. Het draait nu een jaar of drie en na de eerste hobbels komt de school, waar ook alle ruimtes en klassen zijn vormgegeven op het concept, in ‘rustiger’ vaarwater.

Rustiger bewust tussen aanhalingstekens omdat het grote borgen het afgelopen jaar is ingezet. Jaren hebben leerkrachten hun lesstof ontwikkeld, met en enkelen zelfs los van de reguliere methoden. Kerndoelen en eindtermen als uitgangspunt. Iets met visie.

Wat ik doe is luisteren, soms een vraag en vooral glunderen. Ik geniet van de passie waarmee iedereen binnen de school vertelt over het gehele proces. Geniet van de weg naar dat wat het nu is. Met hun woorden, uitleg en enthousiasme laten ze puzzelstukjes op hun plek vallen. Ik denk terug aan onze visie een jaar eerder ingezet. Een korte recapitulatie van de visie van ’t Ravelijn:

Groepen van 60 leerlingen, verdeeld in drie groepen met drie leerkrachten en een legertje aan assistenten. Ook het gebouw is hier op ingericht: een aantal lokale en grote gemeenschappelijke ruimtes waar leerlingen kunnen samenwerken.

Lesblokken van 90 minuten waarin leerlingen werken aan hun (huis)werk. Blokken van 90 minuten zorgen voor rust, verdieping en ruimte om samen te werken. Overzichtelijk ook, een aantal vakken op een dag.

Na een korte off- en/of online instructie aan de slag met taakbrieven. Taakbrieven die een tijdspad van een week (soms langer) omvatten. Ze zijn terug te vinden op het online platform. En wanneer ze zijn afgerond worden de taken geëvalueerd en gereflecteerd.

Ik denk terug aan het projectmatig werken waar Florus en ik een jaar eerder mee gestart waren. Er werd ingezoomd en meer verdiepend gewerkt. Leren leren. Dat gaat makkelijker wanneer je in blokken werkt. Of de ‘streaming’ zoals als dit binnen onze school werd genoemd: werken met vakleerkrachten (of leerkrachten verantwoordelijk voor een vak in ons geval) om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen.

Verder zie ik op ’t Ravelijn twee didactische leerlijnbewakers die als proceseigenaren de visie van de school en de kwaliteit van de leerlijnen, -doelen en werktaken waarborgen. We hebben vorig jaar een aanzet gemaakt ons onderwijs richting deze vorm van werken te bouwen. Het is noodzakelijk om vanuit gedeelde visie het onderwijs vorm te geven samen met iedereen binnen school. Ik mis dit nu.

Ook is een platform waar alles samen komt van belang! Op deze school is gekozen voor Office365, een platform dat gratis wordt aangeboden. Een slimme zet van Microsoft. Tegelijkertijd is er de ruimte voor Volution om samen met de school de bouwen aan een werkbare vorm: voor de leerling, school, de leerkracht én ouders! Door zelf te gaan flippen borg ik mijn instructies alvast. Niets innovatiefs aan flippen, wel als mogelijke brug naar Gepersonaliseerd Leren.

En dan, niet onbelangrijk: een nieuw schoolpand, gebouwd vanuit de visie van de school. Ik denk aan Hellerup, uit Denemarken. Daar heb ik mogen ervaren hoe mooi leren kan zijn. Hoe motivatie, enthousiasme en de wil om te leren als een stroom door de school heen flowt.

Vandaag brengt mij weer een stuk dichter bij mijn droom: goed onderwijs waar iedere leerling gezien en gehoord wordt. Waar het vertrouwen op dat ieder kind wil ontwikkelen aan de wieg staat voor waarde(n)vol en gedragen onderwijs. Samen de school vormgeven, met leerlingen, ouders en leerkrachten. Leerkrachten die hun innerlijke passie weer laten ontvlammen. Leerkrachten die iedere dag vanuit een positieve balans werken en leerlingen weten te raken. Leerkrachten die onderwijs dragen, uitdragen en vanuit rolwisseling de leerling meenemen in hun eigen unieke (leer)proces.

Time for action, who’s in?

De wandeling

Als hij in de ochtend binnen komt en op zijn plek gaat zitten kijkt hij naar het bord. Iedere dag doet hij dit. Zijn eigen routine: binnen komen, zijn oortjes oprollen, jas uit, zitten en het rooster van de dag bekijken. Vandaag is hij het bekijken van het rooster voor.

“Ik heb geen zin in verzorging!”

Aan zijn toon hoor ik dat het totaal geen zin heeft om hier op in te gaan. Hij heeft zijn keuze al gemaakt. Met een glimlach en een knipoog ontvang ik zijn opmerking en gebaar hem even in stilte iets voor zichzelf te doen. Dit om niet zijn eigen onrust verder te doen laten groeien. Ook hij ontvangt.

Wanneer in de middag het blokuur verzorging is aangebroken en de vakdocent de leerlingen meeneemt blijft hij zitten. De docent had ik al ingelicht en zodoende vervolgt hij zijn les. Hij kijkt me wat vragend aan. Zijn blik verandert in verwondering als ik mijn jas pak en deze aan doe.

“Kom, doe je jas aan. We gaan even een stuk lopen.”

Hij staat op, pakt zijn jas en loopt achter mij aan. Een verandering als deze leek hij eerder niet te kunnen handelen. Vandaag is anders. Eerder zette hij de intentie om niet naar verzorging te gaan. Ik kan dan op mijn kop gaan staan, maar het niet in beweging krijgen van hem is zowel een talent als valkuil. Vastberaden is hij! Een kwaliteit, alleen in het onderwijs vaak onbegrepen.

Buiten lopen we van het schoolplein af en richting het park. Naast wat algemene en persoonlijke vragen snijd ik voorzichtig het vak verzorging aan. En belangrijker, zijn drijfveren om niet naar verzorging te willen. In eerste instantie lijkt het erop dat het om het vak gaat. Maar na doorvragen komt naar boven dat het de docent is wat hem weerhoudt.

Een week eerder is hij gefixeerd. Door een woede-uitbarsting onbeweeglijk vastgezet. En de vakdocent is het die met zijn handen van hem af had moeten blijven. Ik voel zijn woede opnieuw opkomen. Ik vraag door, maar dan naar de aanleiding. Zijn woede zakt en maakt plaats voor onbegrip

.“Ja, ik moest van de meneer naar huis, omdat ik niets wilde doen. En omdat ik druk was. Oké, dat is prima, dus ik ben gegaan. Komt de meneer achter mij aan en zegt hij dat ik terug moet komen. Daar begrijp ik dan niets van. Waarom stuurt hij me weg en haalt me dan weer terug? … Ik ga op mijn plek zitten, maar ik ben dan nog niet direct rustig. Hij gaf me gewoon geen kans. De eerste keer dat ik wat zei moest ik weer vertrekken. Dat deed ik niet. Eerst moest ik weg, dan weer terug en nu weer weg. En toen belde hij de ‘vakdocent’. Hij pakte mij vast en toen werd ik boos!”

Dus eigenlijk was het de onduidelijkheid die voor ruis heeft gezorgd. Het is niet de vakdocent maar het niet kunnen begrijpen van het weg-terug-weg-gepingpong. Hij beaamde dit en langzaam vielen er voor hem puzzelstukjes op zijn plek. Ik vertel hem dat we nog maar een aantal weken met hem werken, hij al een leven lang met zichzelf. Het kost ons tijd hem te leren kennen en hij ons.

Terwijl we verder lopen vertelt hij over zijn verlangen. De zaak van zijn vader overnemen is duidelijk niet zijn wens, iets in de economie wel. Ook daarom vindt hij verzorging maar niets.

Een idee plopt op. Op onze terugweg lopen we naar de hoofdlocatie. Binnen zoeken we de docent economie en lopen zijn lokaal binnen. De les is daar net afgelopen en zodoende heeft de man ruimte om naar zijn verhaal te luisteren. We bedenken samen een opdracht: vanuit dat wat bij verzorging gemaakt wordt koppelen we een economie-opdracht. Een grote lach verschijnt op zijn gezicht. Perspectief.

Een wandeling. Een moment om samen elkaar te leren kennen en verlangens te horen. Een wandeling als inzet om onderwijs af te stemmen op behoeften van leerlingen. Een mooi pad tekent zich voor hem uit.

Aside

Ondernemend onderwijs

Op een maandagochtend buiten de deur. De gemeente Breda nodigde Jong Ondernemen en Stichting Buitenkans uit om leerkrachten en leidinggevende uit verschillende onderwijsorganisaties te inspireren. Om samen inzicht te vergaren waar ‘we’ als onderwijs staan, welke visie mijn stichting heeft op het gebied van ondernemen, waar de school staat en hoe ik me als leerkracht verhoud in dit geheel.

Het is een feit dat onze maatschappij een bijzondere transitie doormaakt. Zo bijzonder dat verschillende iconen roepen dat het onderwijs van nu belangrijke te leren vaardigheden lijkt te missen. Vaardigheden die onze kinderen nodig hebben om in de toekomst hun future jobs te kunnen uitvoeren. Ze worden 21th Century Skills genoemd, of ook wel Basic Skills. Vandaag gaat het over ondernemerschapskills binnen het onderwijs. Het wordt een dag vol vragen.

De eerste gaat over wat en hoe we de leerlingen leren en opleiden voor de toekomst. Over wat daar voor nodig is. Een tweede gaat over competenties. Want als ondernemerschapskills nodig zijn bij kinderen en jongeren, welke competenties vraagt dit dan van hun leermeesters en dus mij als leerkracht?

We zijn los en direct wordt mijn doel helder: inspiratie opdoen en weten waar ik ‘sta’ voor wat betreft ondernemen in het onderwijs.

Sinds het begin van dit jaar (en eigenlijk al een jaar eerder) ben ik samen met een groep onderwijzigers gestart met het vormgeven van een particuliere school: de Dutch Innovation School, kortweg de DIS. Een persoonlijk ontwikkelingstraject waarbinnen onze gezamenlijke visie samen komt bij het woord ‘interconnectiveness’. Door zo volledig mogelijk verbonden te zijn met jezelf en je omgeving als geheel kun je contact maken met dat wat je drijft.

Iets eerder dan de start van de DIS ging ik op avontuur met collega Florus. Samen schreven we een ‘nieuw’ concept om ons onderwijs vorm te geven. Ondernemen binnen een bestaand systeem, vanuit cross-over visies zoals Big Picture, Essential School, Montessori, Covey en TheoryU.

Ondernemendheid genoeg zou je denken.

Maar hoe ziet nu een ondernemende school eruit? Als groep zijn we het er over eens dat je hele leven voor één baas werken van 9u-17u voor velen niet meer van deze tijd is. Onderzoek blijkt zelfs uit te wijzen (bron niet paraat, sorry) dat velen in een leven 10 verschillende banen hebben. Hoe leidt een school op voor multipotentialite-skills?

Volgens mij start een ondernemende school bij een duidelijke visie en missie. Om vervolgens ruimte te bieden voor ondernemerschap van leerkrachten. Als docent ben je leermeester en voorleef je dus ‘the why‘ en hoe je kinderen de wereld in wil zetten. Je bent een inspiratiebron voor je leerlingen. En het is ook belangrijk dat het onderwijs inspeelt op ‘de branche’. En ergens klinkt dit laatste punt nog wat vaag. Want hoe kun je voorlopen op wat nog gaat komen? Hoe pas je een school aan op wat nodig is?

De school uit! Een verbinding creëren met het bedrijfsleven, waardoor talenten van leerlingen zichtbaar worden, worden ontdekt, versterkt en leerlingen leren in welke context zij het best kunnen werken. Interconnected dus!

Wat het vraagt van ondernemende leerkrachten? Buiten de kaders denken! Een beroep doen op je lef. De moed om los van teams het onontgonnen gebied buiten de status quo te ontdekken. Practice what you preach, zoals hierboven al kort is aangestipt. Zelf dus ondernemend zijn, de kracht van de twijfel aanspreken en flexibel handelen. Creativiteit aanspreken met een ‘alles is mogelijk’-mentaliteit. Fouten durven maken: trail and error, starten, op je bek gaan en doorontwikkelen. Van leerlingen en studenten actieve producenten ‘maken’, met duidelijke doelen. Buiten het ‘doe maar normaal’ durven denken, voorbij het omdenken. Andersomdenken! Werken met en in projecten. Samen met oud-leerlingen/-studenten die verbonden worden aan de opleiding binnen school.

Ik geloof in de ondernemende leerkracht die zijn eigen opleiding creëert. Leermeesters die over 5 jaar zelf worden gekozen door de leerling van dan. Mijn kinderen nu. En dan zomaar wat vragen die bij me opkomen:

Hoe ziet mijn student er over 5 jaar uit?
Wat verwacht hij/zij van mij als leerkracht?
Hoe dacht ik in 2010 hoe de leerling/student nu zou leren?
Hoe ziet mijn school eruit?Hoe ziet onderwijs er over vijf jaar uit?
Wat moet een docent over 5 jaar kunnen en kennen?

Een eerste brainstorm levert ogenschijnlijk holle begrippen op. Maar voor mij wordt het echter steeds duidelijker waar mijn innerlijk kompas mij naartoe leidt. Wanneer ondernemen, onderzoeken, presenteren en communiceren belangrijke pijlers is het belangrijk om als school:

  • perspectief te bieden vanuit een concrete context,
  • het vormen van en de vorming van de leerling als de essentie te zien en er naar te handelen, zowel voor wat betreft gedrag als ook samenwerking en sociale interactie,
  • iedereen contact te leren maken met hun eigen verantwoordelijkheid voor het leren binnen ieders individuele proces, de ontwikkelmotor van iedere lerende blijven voeden,
  • de multifunctionaliteit en potentieel van leerlingen te ontsluieren en hen leren hoe zij met hun potentieel van waarde kunnen zijn.

En ik? Mijn taak wordt het om vanuit een coachende rol leerlingen ervaringsgericht te laten leren en ontdekken. Het vraagt kwetsbaarheid en onvoorwaardelijk vertrouwen in het proces dat ik aanga met mezelf, de leerlingen en diens ouders. Leerlingen leren wat eigenaarschap is. En tegelijkertijd gebruik maken van de netwerksamenleving waarin we leven. Het leren van leraren waarvan je wil leren. Apprenticeship. Als leerkracht zichtbaar zijn en bewust zijn van waar mijn kracht en mogelijkheden liggen. En ‘weten’ wat ik nog te leren heb.

Als laatste krijgen we een tool mee: het Effectuation Canvas. Het doet me denken aan het Business Model Canvas You waar we gebruik van maken bij de DIS. Mijn verlangen is om deze vorm op te pakken en ook binnen ons team dit model te brengen. Wellicht een hele onderneming. We zullen zien…

F-Day, operatie flip

Vandaag moet het dan gaan gebeuren. Het opnemen van de instructievideo’s voor het eerste hoofdstuk. En alles bewerken en klaarzetten voor volgende week. De voorbereidingen zijn getroffen en NU is tijd voor actie. Het is aan mij om alles te gaan neerzetten. Ik voel een gezonde spanning. En ergens de twijfel, mijn angst voor de toekomst: wat anderen wel niet van mijn film gaan vinden. Tegelijkertijd voel ik vreugde en plezier, plezier om te gaan spelen. Plezier om dat wat ik creëer weg te zetten, te delen met leerlingen en ouders. Om feedback te krijgen. Feedback dat mij naar een nieuwe laag van mijn ontwikkeling gaat brengen. Ik heb er zin in!

Tegen de middag een afspraak met mijn bovenschoolse manager/-leidinggevende.

In het verleden hebben we regelmatig met elkaar gespard, over de visie van ons en het onderwijs. Toentertijd zag ik hem regelmatig in de functie van regiedirecteur. Het is voor mij belangrijk om als onderdeel van een organisatie naast mijn leerlingen, ouders en collega’s ook de (soms helaas nog steeds hiërarchische) lagen boven mij te verkennen en ontdekken. Dat ik ook perspectief kan nemen en ‘weet’ vanuit welke visie geacteerd wordt.

Vandaag ‘kruipt hij in de huid van’. Zijn thema en vorm, mijn huid. Ik deel met hem wat ik doe en waar ik mee bezig ben. Deel welke doelen en opbrengsten we als projectgroep hebben gesteld. Welke doelen ik aan het einde schooljaar en in de toekomst behaald zou willen hebben. Een open dialoog is wat het wordt. Hij geeft zijn reactie, feedback, maar bovenal stelt hij veel vragen. Scherpe vragen ook, waardoor ik hem mee kan nemen in proces. We verkennen en delen missies en visie. We evalueren samen het proces, mijn werkzaamheden beschouwen en deze in een groter perspectief plaatsen. Die van de schoolontwikkeling.

Ondanks dat we beide sneller zouden willen, weten we ook dat de werkelijkheid trager gaat. Dat processen binnen school, inclusief mindset, niet in tijd te pakken zijn. Over vijf jaar moet het Online en Gepersonaliseerd Leren staan. Een vehicle om aan te kunnen sluiten op de ontwikkeling van onze leerlingen, ontwikkelings- en ervaringsgericht.

Niet iedere leerling is namelijk gebaat bij alleen een klassikale instructie. Juist onze vorm van onderwijs daagt ons uit om meer op de persoon, diens cognitieve stijl en leerstijl aan te sluiten. Gepersonaliseerd leren vraagt een andere, hernieuwde kijk op leren. Het vraagt een meer geïndividualiseerde vorm van leren waarbinnen leerlingen leren verantwoordelijk te worden en te zijn over hun eigen leerproces. De rol van de leraar verschuift daarmee van alleen kennisgever naar een meer coachende en ontwerpende rol: het samen construeren en bouwen van kennis en eigen wijsheden.

Het vraagt ook een effectieve voedingsbodem. En een middel om mijn onderwijspraktijk effectiever vorm te geven is dus ‘Flipping the Classroom’. Een vorm waarbij de instructie van de leraar het huiswerk is en het (huis)werk in de klas gemaakt wordt. Niet dat het zo innovatief is, edoch vernieuwend in onze praktijk. Wil ik een leerling ook didactisch leren kennen, begrijpen, hiaten kunnen duiden en hen verder brengen naar bijvoorbeeld een examen, vraagt dit van mij mijn onderwijsomgeving opnieuw vorm te geven.

Eén van de vragen is welke moeilijkheden ik ben tegengekomen. Het doet mij doen beseffen dat mijn eigen perfectionisme wellicht de grootste is. Het denken dat een barricade opwerpt om uiteindelijk te gaan beginnen en ‘gewoon’ doen. Dat overwinnen maakt dat ik voel dat ik (werk)flow kan ervaren. Doen is bewegingen, denken doet mij stilstaan.

Een volgende vraag is hoe ik anderen meeneem in het proces van Online Leren. Deze vraag is eigenlijk heel gemakkelijk te beantwoorden: de eerder vormgegeven studiedag is daar een voorbeeld van. Een voorbeeld van practice what you preach. Zonder zelf aanwezig te zijn heb ik, samen met input van collega’s, het ochtendprogramma vormgegeven tijdens de studiedag: flipinstructies via Office Mix gemaakt en werkbladen met doelen, vragen en vorm gefaciliteerd.

Ook het delen van good practices met elkaar is een vorm om collega’s mee te nemen in elkaars proces. Zo hebben we een statische ict@hetbredero-website en een ‘gepersonaliseerd leren’-Facebookgroep. En als laatste breng ik mijn ‘Online Maandag’ door op verschillende plekken binnen de scholen. Dat levert altijd gesprekken op waarin ik voel dat ik collega’s weet te motiveren, aan te zetten tot nieuwe inzichten of enkel deel waar ik mee bezig ben, waardoor er onbewust zaadjes worden geplant. Mindset of mindshift als het centrale thema. Inspiratie als sleutel.

Wanneer het gesprek wordt afgerond ga ik direct en geïnspireerd door na het gesprek te beginnen aan de opnames. ‘Het feest’ kan beginnen. Vanaf volgende week starten met flip MY classroom!

Quote

Gegrepen door niets en veel dingen doen

Een nieuwe week, de laatste voor de vakantie. Na de vakantie ga ik starten met Online Leren, het flippen van wiskunde-instructies. In principe staat alles klaar. In Office Mix zijn de films gemaakt, getransfereerd naar Youtube, een online platform staat klaar: Edmodo, en een aantal online (game)apps zijn getest. Niets om mij zorgen over te maken dus.

Vandaag het doel om de puntjes op de i te zetten. Maar net als met zoveel persoonlijke doelen, ik heb niet alles doelen gehaald! Sterker, er bekruipt mij eerder een gevoel van ‘niets gedaan’ als ik in de trein op weg naar zit.

De gehele dag ben ik aan het werk geweest. Ik heb veel kunnen bijwerken want na de organisatie van een studiedag is juist die nazorg zo belangrijk! Dat zaken blijven leven. En, wanneer opbrengsten niet geborgd worden en/of een plek krijgen kan de open mindset die deze studiedag absoluut aanwezig was vervliegen. Wellicht een angst, tegelijkertijd is het een gegeven als de waan van de dag gevolgd wordt. De vele positieve verhalen zijn terug te lezen in de verslaglegging en pitches van de verschillende groepen.

Tussen de bedrijven door krijg ik van een collega een link doorgestuurd. Een TED-talk van Emilie Wapnick, Why some of us don’t have one true calling. Wat een confronterende talk! Wat een herkenning: “Where you learned the assign the meaning of wrong or abnormal to doing many things?” De cultuur, vervolgt Emilie. Als school hebben we een cultuur waarin we leerlingen laten leren op één niveau. Er wordt gevraagd aan leerlingen wat ze later willen worden en is dat ‘te hoog gegrepen’ (redenerend vanuit niveaugroepen) dan wordt vriendelijk verzocht binnen het pallet van de kleuren op school een mogelijkheid te kiezen.

Binnen onze school zijn er vier richtingen: landbouw (dat een enkeling kiest), economie (waarbij de insteek journalistiek en handel is), techniek (veredelde handvaardigheid) en zorg en welzijn (vooral consumptief). Maar binnen deze sectoren zijn keuzemogelijkheden zeer beperkt. Ben ik te negatief en chargeer ik? Ja! Bewust, om een brug te bouwen tussen de situatie nu en de gewenste situatie. WANT: wat wordt er nu daadwerkelijk gedaan met de wensen en antwoorden op de vraag wat een leerling wil worden? Durven we ieder jaar onze school opnieuw uit te vinden? En wat betekent dat voor mij  als leerkracht, maar ook voor het beleid, de visie van de school en bovenal voor het leerproces en de stem van de leerling?

Ik word gegrepen door haar talk. Emilie vervolgt dat de ‘wat wil je worden’-vraag kinderen inspireert om te dromen over wat ze zouden kunnen worden, het inspireert ze niet wat ze allemaal kunnen worden. Mensen kijken je inderdaad raar aan als je 20 verschillende, soms uiteenlopende dingen zou willen doen. Je moet kiezen!? “But what if you’re someone who is not wired this way? … You might feel you don’t have a purpose. And you might feel that there is something wrong with you.” En wat doen we met kinderen waar mee wat wrong is? Precies, welkom @hetVSO.

Ik word gegrepen door herkenning en de voorbeelden die zij in haar talk geeft. Ik word gegrepen doordat mijn ‘niets gedaan’-gevoel voortkomt uit veel willen doen. Vandaag tekent het ‘multi’ zich af. Ik ben met van alles en nog wat bezig. Verschillende talenten worden gebundeld en ik voel de lijnen bij elkaar komen: vandaag ben ik leraar, inspirator, online marketeer, verbinder en ICT-er.

Feitelijk weet ik dat het gevoel van ‘niets gedaan’ nergens op gebaseerd is. Ja, op een verwachting waarvan ik denk dat een ander die voor of over mij heeft. Maar ook het gevoel van moeten voldoen aan een plaatje: wat is dat dan? Zeker als iedereen een andere perceptie en waarheidsbeleving heeft. Ik mag mijn eigen koers varen, krijg de vrijheid, ruimte, materieel én het vertrouwen om te experimenteren en bouwen aan Online Leren. Verschillende interesses en creatieve bezigheden vallen samen.

“Embrace your inner wiring, whatever that may be.”

En wat is er voor nodig om onze leerlingen hun inner wiring te laten omhelzen?

Verdedig je eigen vak

De vraag kwam vanuit mijn leidinggevende. Of ik als verantwoordelijke van de projectgroep Online Leren een eerste artikel/beschouwing zou willen schrijven. Voor de nieuwsbrief. Ja hoor.

Tijdens de start van het schooljaar presenteerde één van mijn leidinggevenden haar visie over onderwijs in het stuk ‘Eigenaarschap en samenkracht, ruimte en vertrouwen’. Voor het zo genaamde Online en Gepersonaliseerd Leren is daarin een belangrijke plek gereserveerd. Daarom is er dit jaar gekozen om ons als school voor te bereiden op een andere manier van leren. Er is veel bekend over hoe leerlingen leren en vele studies en wetenschappelijke onderzoeken bevestigen dit. Verschillende onderwijsvormen proberen meer en meer aan te sluiten bij de beleving en het ervarend en praktisch leren van leerlingen.

De Rotterdamse filosoof Henk Oosterling verwoordt deze voor mij ‘andere’ vorm van leren subliem: ‘leer leerlingen actieve producenten te zijn in plaats van passieve consumenten’. En dat betekent dat de leraar zijn eigen vak dient te verdedigen, zijn vak opnieuw zal leren vormgeven en meer afgestemd op de leerlingen in zijn/haar groep.

Niet iedere leerling, zo is mijn ervaring na tien jaar speciaal onderwijs, is alleen gebaat bij een klassikale instructie. Juist deze vorm van onderwijs daagt mij uit om meer op de persoon, diens cognitieve stijl en leerstijl aan te sluiten. Gepersonaliseerd leren vraagt een andere, hernieuwde kijk op leren. Het vraagt een meer geïndividualiseerde vorm van leren, waarbinnen leerlingen leren verantwoordelijk te zijn over hun eigen leerproces. De rol van de leraar verschuift daarmee van alleen kennisoverdrager naar een meer coachende en ontwerpende rol: het samen construeren en bouwen van kennis.

De mogelijkheden van ICT, zowel als materiaal als ook voor wat betreft onderwijskundige of -ondersteunende programmatuur, is in onze huidige maatschappij niet meer weg te denken. We kunnen een andere kant op kijken, vasthouden aan een papieren vorm van onderwijzen of leren omgaan met en zelf ontwikkelen van nieuwe vormen van leren.

Zo is de werkgroep Online Leren sinds dit jaar actief om nieuwe vormen van onderwijs te verkennen en deze te testen in de praktijk. Doen, ervaren, weten wat werkt en vooral weten waarom het wel of niet werkt zijn de eerste stappen te zetten stappen. Samen oefenen, vrij om te zoeken en nieuwe processen aan te gaan rondom de fouten die ongetwijfeld gemaakt gaan worden. Het maakt het speelveld compleet.

De eerste good practices zijn tijdens de afgelopen studiedagen met het team gedeeld en zichtbaar geworden. Op een speciale site voor het team en interactieve Facebookpagina worden voorbeelden uit de praktijk met elkaar gedeeld en is inspiratie te vinden. Dit alles doen we om elkaar mee te nemen in elkaars proces, te inspireren en samen te groeien en te ontwikkelen!

Wordt vervolgd.

Aside

Hooi op een vork

Nog iets minder dan een week te gaan: de voorbereidingen voor de studiedag. Ik kan er zelf niet bij zijn omdat ik iedere woensdag en donderdag andere afspraken heb. Maar de voorbereidingen en vooral het creatieve proces wil ik me niet laten ontnemen. Althans, dat denk ik nu. Want vandaag ontving ik een bericht van mijn partner in crime binnen de werkgroep Online en Gepersonaliseerd Leren:

09 SEP-30 Hooi op een vorkHee Ronald, om ff terug te komen op jouw vraag van maandag (presentatie studiedag): ik zie daar liever toch vanaf. Niet zozeer omdat ik het niet zou willen, maar ik heb momenteel erg veel hooi op mijn vorkske.’

Op het moment dat ik thuis weg wil fietsen en twijfel of dat ik de stop- of sneltrein zou moeten nemen naar mijn volgende bestemming, wordt er voor mij gekozen. De stoptrein gaat het worden. Ik lees de woorden van mijn collega en ben blij met de heldere boodschap. Niets moeilijker voor mij om grenzen te stellen. Mijn collega doet dit nu ‘gewoon’. Inhoudelijk baal ik en voel weer een vertwijfeling. Nu over de studiedag.

Want, wanneer je anderhalve week van te voren gevraagd wordt een studiedag vorm te geven en mijn collega stopt met de voorbereidingen, moet ik het dan wel doen? Als ik stop met fietsen en even stilsta, terugdenk aan het moment dat mijn leidinggevende de vraag stelde en mijn eerste split-second antwoord invoel, voel ik een volmondige JA! Externe omstandigheden, tijdsdruk als excuses en schaamte voeden mijn onzekerheid: ‘gaat het mij wel lukken’ en ‘wat zouden anderen er van vinden’. Ze willen mij onderuit halen.

En toch ga ik het dOEN! Benieuwd wat het gaat worden. Twijfel betekent de stap nemen. In actie komen want, en dat leg ik ook mijn leerlingen uit, actie betekent in beweging zijn. Doen en accepteren waar het wel of niet loopt en waar het niet loopt: een nieuwe keuze maken.

In de trein reageer ik op het bericht van mijn collega. Uit zorg, want het lijkt me een belangrijk signaal: teveel hooi op een vork is nooit fijn. Zeker niet zo vroeg ik het jaar. De innerlijke slavendrijver kan veel stress en werkdruk veroorzaken. Herkenbaar. Ik vraag of mijn collega inzichtelijk heeft in de hoeveelheid hooi, welke verantwoordelijkheden waar horen en misschien wel het belangrijkste: wat wel en vooral wat geen energie oplevert. Een zaag scherp te houden, goed voor jezelf zorgen als thema!

Wanneer ik me realiseer dat ik volledig gekozen heb voor het vormgeven van de studiedag begint het ook direct weer te stromen. Verschillend ideeën passeren de revue. Omdenken is het bovenliggende thema. Het gebruik van de mobiele telefoon als eerste insteek. Als metafoor om welk onderwerp of mogelijk probleem bespreekbaar te maken. Het functionele waarom te achterhalen: waarom doen we de dingen die we doen?

Tegelijk wil ik voor deze studie dag een vorm kiezen die dicht bij mijn opdracht dit jaar ligt: flippen. Ik besluit een instructievideo te gaan maken, daar ik zelf niet aanwezig kan zijn. Spannend, want het gaat mijn eerste instructievideo online worden.

En mijn collega, die gaat tijdens de studiedag zijn verhaal en good practice met het team delen: een WhatsApp-groep met de leerlingen. Gaaf! In de eerste plaats omdat dit volgens mijn collega geen hooi op een vork is, er is namelijk geen voorbereiding nodig. Maar zeker ook omdat ik zelf tijdens zijn verhaal ergens zelf weerstand voelde. Van alle sociale media vind ik WhatsApp echt een uitdaging. Het is een meer ongecontroleerde omgeving. En juist daarom, met het omdenken in mijn achterhoofd, is het mooi dat mijn collega juist het enthousiasme weet over te brengen. Waarin leerlingen worden meegenomen in het on action leren mediawijs te worden en gemonitord.

Mijn collega is een speld in een hooiberg en doet fantastische dingen met zijn leerlingen. De vork wordt ingeruild voor een mes. Ik weet zeker dat het aan meerdere kanten snijdt.