Niet weten wat je weet

Na een half jaar mezelf bezig te houden met onderwijsontwikkeling heeft het management een aantal weken een andere keuze gemaakt. Door een telfout rondom FTE’s (aanstellingen) was het nodig volgens hen om mij weer een mentorgroep te geven. Dat deed pijn. Zeker omdat ik bezig was met een stijgende lijn v.w.b. het leerniveau van leerlingen. Het gepersonaliseerd leren kreeg meer en meer vorm. Nu dus weer voor de klas.

Op zichzelf staand geen probleem zou je denken. En toch. Het voelt al weken als een worsteling. Dit omdat de klas waarin ik mijn visie op pedagogiek en onderwijs mag delen geen groep is. Het zijn individuen, allen met individuele behoeften. Zo ver uiteenlopend dat het waarborgen van een basisveiligheid mijn collega’s niet is gelukt. Ja. De leerlingen lijken zich veilig te voelen. Dit omdat bij een aantal de thuissituatie zo schrijnend is dat onze school de enige plek is waar zij zich in ieder geval nog een beetje veilig voelen.

Een uitdaging dus. Tegelijkertijd ook een uitdaging waartegen ik mij heb verzet. Dit omdat mijn stijl van lesgeven en pedagogisch statement lijnrecht tegenover die van mijn collega staat. Dit omdat deze taak mij in de schoenen geschoven is, zonder overleg. En ja, dat is het argument ‘stichtingsaanstelling’ te makkelijk!

Mijn uitdaging de afgelopen weken was het zichtbaar maken van wat na een half jaar nog steeds niet orde is. Een onwerkbare situatie waarbij de leerlingen enkel hangen aan de aanpak van mijn collega. Ogenschijnlijk niet erg, zeker niet als mijn collega fulltime werkt. Maar het feit dat ik twee dagen de opdracht ‘contact voor contract’ mag uitvoeren past mij niet!

Een zeikblog tot nu toe? Ja, zo kun je het lezen. Voor mij is het gedachten ordenen. Want, ik ben ergens achter gekomen. Vorig jaar werkte ik ook een half jaar naast deze collega. Het wat een zwaar jaar. Er waren veel pijnlijke en leermomenten. Twijfels over mijn stijl van lesgeven. Ik voelde me niet meer vrij. Niet meer veilig. Ik voelde me precies zoals ik me nu voel. Alleen er is één verschil: vorig jaar kon ik mijn vinger niet op de zere plek leggen. Nu doe ik dat.

Sterker: het is mij nu duidelijk dat onze kennis, ervaring en nogmaals pedagogisch statement mijlen ver uit elkaar liggen. Niet erg, zeker niet als leerlingen de verschillen en overeenkomsten begrijpen. Alleen is dit niet het geval. ‘Leerlingen geven aan voor mij te werken,’ is wat ik te horen kreeg. Een stagiaire vult aan: ‘ik zet ook wel eens een vuilniszak voor mijn moeder buiten. Niet iedereen heeft zin in wiskunde, dan is het toch mooi dat je het voor je leerkracht kan doen?’

Nee! Schrijnend zelfs.
Ja. Wanneer er een pedagogische visie achter zit. Dan leren leerlingen zich ook loyaal op te stellen naar andere leerkrachten. En precies dat gebeurt niet. Sterker, het maakt niet uit wie er voor de groep staat, behalve mijn collega, en het is heibel. Schrijnend dus.

Zelf ben ik iemand die leerlingen vanuit een natuurlijk gevoel van autonomie ruimte geef om succeservaringen te ontdekken, hun gevoel van competentie. En ja, dat doe ik vanuit de relatie! Alleen, als de relatie is opgebouwd uit verschillende individuele afspraken die compleet indruisen tegen de schoolregels en pedagogische visie onder deze regels en afspraken ben ik aan het zeilen op een woeste zee zonder hoofdzeil.

En of er verschillende gesprekken gevoerd zijn. Het blijft helaas hangen in een praktische vorm. Als voorbeeld: pas na een half jaar was de klassenmap met routines op orde. Nadat op mijn eerste dag NIETS klaar lag, was overgedragen en geen enkele vorm van communicatie had plaatsgevonden. Zwemmen werd het.

Gelukkig heb ik al mijn zwemdiploma’s en ben ik ontspannen de dagen doorgekomen. Laveren en het toelaten van mobiele telefoons als redding. Een pedagogisch, didactische visie over het gebruik van deze mobieltjes ontbreekt…
Een week later was het zwaarder halen. Verwachtingen zoals Vygotsky ze ooit eerder heeft weggezet stuitte op veel weerstand. Wat dit zijn en waren ze niet gewend. Begrijpelijk. Alleen: wat is mijn taak? Mijn rol? Zoekend ben ik. Weer. De twijfel van vorig jaar kwam weer terug. Alleen nu kon en kan ik onderbouwen waarom ik deze klas niet ‘plots klaps’ wil draaien: er is geen basis!

Waar ik heel blij mee ben zijn collega’s die samen met mij zichtbaar maken. Ik ben blij dat ik een aanzet heb kunnen maken. Tegelijkertijd weet ik nu dat het gebrek aan veiligheid in de groep een gebrek aan veiligheid in het team is. Uitspreken wat er werkelijk speelt en wat zaken werkelijk doen met mij bLIJKT lastig! Wat ik mis en nodig heb: een leidinggevende die de pedagogische visie die in de klas te zien zou moeten zijn voorleeft en uitzet binnen het team. Nu zwemmen we. Gelukkig weet ik nu wat ik eerder niet wist. En gelukkig heb ik mijn zwemdiploma’s.

Advertenties
Status

Een attractie met inhoud

Vandaag op excursie naar ’t Ravelijn, een reguliere middelbare school waar ze nu een aantal jaar werken met Online Leren. Een school die jaren van voorbereiding hebben omgezet in actie, omgezet in een online omgeving en waarbinnen leerkrachten hun eigen onderwijs vormgeven.

Voor de ICT-puristen: het platform waar ze mee werken heet Volution en won recentelijk een innovatieprijs.

Eén van de zogeheten ‘bewakers’ van de leerlijnen vertelt dat zij een jaar of acht geleden zijn gestart met het uitwerken van het idee. Persoonlijke leerlijnen en leerdoelen. Jaren later werd VO-lution als middel geïntroduceerd. Het draait nu een jaar of drie en na de eerste hobbels komt de school, waar ook alle ruimtes en klassen zijn vormgegeven op het concept, in ‘rustiger’ vaarwater.

Rustiger bewust tussen aanhalingstekens omdat het grote borgen het afgelopen jaar is ingezet. Jaren hebben leerkrachten hun lesstof ontwikkeld, met en enkelen zelfs los van de reguliere methoden. Kerndoelen en eindtermen als uitgangspunt. Iets met visie.

Wat ik doe is luisteren, soms een vraag en vooral glunderen. Ik geniet van de passie waarmee iedereen binnen de school vertelt over het gehele proces. Geniet van de weg naar dat wat het nu is. Met hun woorden, uitleg en enthousiasme laten ze puzzelstukjes op hun plek vallen. Ik denk terug aan onze visie een jaar eerder ingezet. Een korte recapitulatie van de visie van ’t Ravelijn:

Groepen van 60 leerlingen, verdeeld in drie groepen met drie leerkrachten en een legertje aan assistenten. Ook het gebouw is hier op ingericht: een aantal lokale en grote gemeenschappelijke ruimtes waar leerlingen kunnen samenwerken.

Lesblokken van 90 minuten waarin leerlingen werken aan hun (huis)werk. Blokken van 90 minuten zorgen voor rust, verdieping en ruimte om samen te werken. Overzichtelijk ook, een aantal vakken op een dag.

Na een korte off- en/of online instructie aan de slag met taakbrieven. Taakbrieven die een tijdspad van een week (soms langer) omvatten. Ze zijn terug te vinden op het online platform. En wanneer ze zijn afgerond worden de taken geëvalueerd en gereflecteerd.

Ik denk terug aan het projectmatig werken waar Florus en ik een jaar eerder mee gestart waren. Er werd ingezoomd en meer verdiepend gewerkt. Leren leren. Dat gaat makkelijker wanneer je in blokken werkt. Of de ‘streaming’ zoals als dit binnen onze school werd genoemd: werken met vakleerkrachten (of leerkrachten verantwoordelijk voor een vak in ons geval) om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen.

Verder zie ik op ’t Ravelijn twee didactische leerlijnbewakers die als proceseigenaren de visie van de school en de kwaliteit van de leerlijnen, -doelen en werktaken waarborgen. We hebben vorig jaar een aanzet gemaakt ons onderwijs richting deze vorm van werken te bouwen. Het is noodzakelijk om vanuit gedeelde visie het onderwijs vorm te geven samen met iedereen binnen school. Ik mis dit nu.

Ook is een platform waar alles samen komt van belang! Op deze school is gekozen voor Office365, een platform dat gratis wordt aangeboden. Een slimme zet van Microsoft. Tegelijkertijd is er de ruimte voor Volution om samen met de school de bouwen aan een werkbare vorm: voor de leerling, school, de leerkracht én ouders! Door zelf te gaan flippen borg ik mijn instructies alvast. Niets innovatiefs aan flippen, wel als mogelijke brug naar Gepersonaliseerd Leren.

En dan, niet onbelangrijk: een nieuw schoolpand, gebouwd vanuit de visie van de school. Ik denk aan Hellerup, uit Denemarken. Daar heb ik mogen ervaren hoe mooi leren kan zijn. Hoe motivatie, enthousiasme en de wil om te leren als een stroom door de school heen flowt.

Vandaag brengt mij weer een stuk dichter bij mijn droom: goed onderwijs waar iedere leerling gezien en gehoord wordt. Waar het vertrouwen op dat ieder kind wil ontwikkelen aan de wieg staat voor waarde(n)vol en gedragen onderwijs. Samen de school vormgeven, met leerlingen, ouders en leerkrachten. Leerkrachten die hun innerlijke passie weer laten ontvlammen. Leerkrachten die iedere dag vanuit een positieve balans werken en leerlingen weten te raken. Leerkrachten die onderwijs dragen, uitdragen en vanuit rolwisseling de leerling meenemen in hun eigen unieke (leer)proces.

Time for action, who’s in?

Aside

Ouder en het niet weten

Vandaag twee oudergesprekken. Naar school gekomen om hierbij aanwezig te zijn. Twee leerlingen die moeilijk te motiveren zijn: de een door problemen met zijn prikkelverwerking, de ander laat zich ogenschijnlijk met de richting van de wind meevoeren.

“Iedere dag is het overleven. Mijn kind is zelfbepalend, overziet het grotere geheel niet en laat zich door niemand de wet voorschrijven”.

Duidelijke taal! Ik merk dat ik de onzekerheid van deze ouder voel en deel. Ook ik weet niet goed wat te doen. En dat is nieuw voor mij. Ja, redenen genoeg te bedenken:

  • ik werk nog maar twee dagen,
  • mijn visie op onderwijs van/met deze doelgroep is op een aantal fundamentele punten verandert,
  • onderwijs afgestemd op de leerlingen vraagt het faciliteren van zaken,
  • aanvliegroutes en leerkrachtstijlen tussen mij en mijn duo-collega tekenen zich af,
  • de dagen in de week zijn essentieel: vrijdag is een wezenlijk andere dag dan dinsdag en misschien is het beter om maandag &dinsdag te werken,
  • en ouderbetrokkenheid/-participatie verandert van op ‘één lijn zitten’ naar ‘wij weten het ook niet meer’.

Wanneer het welbevinden van de een sterk wordt bepaald door sensorische waarnemingen is het lastig om gefocust te blijven. Als daarbij ook nog eens een mate van voorspelbaarheid gewenst is zijn er genoeg moeilijkheden te overwinnen. Een aantal weken terug had de zus van de een het eerste uur vrij. Ze was nog niet weg. Dit was onverwachts en hierdoor liep gehele dag liep ‘in de soep’.

‘Iedere dag is het overleven’ is wat mij bezig houdt. Ik luister, merk wat het met me doet en ik word me er opnieuw bewust welke coping strategieën worden ingezet. Dit is precies wat ik voel! De ander overleeft. Maar ook ik overleef: iedere lesdag ga ik naar school en ben ik bang voor de dag. Niet weten wat de dag mij en vooral de individuen in groep gaat brengen. De wispelturigheid van gedrag, gevoed door externe factoren, maakt mijn onderwijspraktijk rauw. En soms zijn er ook dagen waarop ik mijzelf afvraag hoe ik die dag overleef.

Mijn verwonderen is dan weg. Ik stap in strategieën die niet congruent zijn met mijn visie op onderwijs. Ik leg net als hen de focus op wat niet werkt. Niet werkt voor mij. En hierdoor word ik onzeker. Weet ik soms niet wat te doen. Hun gedrag en hulpvraag resoneert hun en mijn proces.

Het eerste oudergesprek zit erop. Verder dan het delen van moeilijkheden waar ouders en ik tegenaan lopen en vragen rondom wat te doen komt het niet. Een aantal schouders de lucht in volgt. Hoe graag ik ook wil, wanneer het kind niet wil is het aan mij de taak deze ‘wil’ te ontsluieren. Mij lukt het niet. Ook mijn collega ziet meerdere momenten waarop het deze leerling niet lukt. Niets anders dan het omhelzen van de feiten moet en vertrouwen en perspectief doen groeien.

Uiteindelijk wordt er niets concreet afgesproken. Ja, dat we de tijd dat de leerling niets doet noteren. Voor de leerplicht!? Alsof een leerplicht hier iets mee doet? Alsof het de leerling gaat motiveren wel iets te doen?

Op mijn weg terug naar huis reflecteer ik de ochtend. De gesprekken, maar vooral dat waar ik tegenaan loop. Twee dagen in de groep. Het lijkt in deze tak van sport haast onmogelijk. Althans mij en op dit moment. Misschien moet ik groeien in mijn rol? Is dit waar iedere parttimer tegenaan loopt? Ik leg me niet neer bij de rol van ‘invaller’! Ik ben een volwaardig docent, ken mijn kwaliteiten, mijn talenten en wil van waarde zijn. En in die twee dagen moet het mogelijk zijn een ‘de wil’ te ontsluieren. Ik schuur aan de grenzen van mijn kunnen en denk terug aan mijn pedagogisch statement: iedereen is welkom, wordt gehoord, wordt gezien en iedereen ontwikkelt.

Er is door mijn twee werkdagen wellicht (en blijkbaar) meer tijd en ruimte nodig om ‘de wil’ bij een aantal leerlingen te ontdekken. De relatie als vehicle. Vorming van ‘wie ben ik’ en ‘hoe verhoud ik me tot anderen’ heeft nu voorrang. En die ruimte kan ik ze geven, maar ik heb alleen niet het gevoel dat deze ruimte schoolbreed wordt gedragen. En precies daar zit mijn weerstand. Weerstand omdat ik niet weet dat het enkel míjn wens en verlangen is. Of moet ik dit maar loslaten? Accepteren als weten dat ik het soms ook niet weet. Voelen dat in het niet weten mijn weten schuilt.

Wat ik nodig heb? Backup. Althans, ik noem het backup: ruimte om te bouwen met leerlingen. Te bouwen aan de relatie met en tussen leerlingen. Ruimte om in de klas van mijn collega mee te kijken. Want als ik niet de ruimte pak kan ontkoppeling een valkuil zijn. Raak ik mijn kwetsbaarheid kwijt. Mijn verwonderen. En juist nu, in deze situatie is het mezelf kwetsbaar opstellen wat mij doet reflecteren op wat ik doe. Mijn aanpak evalueren of ik congruent vanuit mijn onderwijs-pedagogische visie handel.li

Tijd om dit open te gooien en te delen! Van overleven naar LEFen. Zo verschillend zijn mijn leerlingen en ik nog niet…

Regel zelf je niveau

Vorig schooljaar stapte hij als eerstejaars leerling de school binnen. Een opmerkelijke verschijning. Omdat hij is zoals hij is. Eigen. Een jongen die niets anders dan zichzelf kan zijn. En toch ergens anders dan de rest. Tegelijkertijd precies hetzelfde: een onuitputtelijke drive om te willen leren, met een eigen wijsheid en een eigen blik op de wereld.

Jaren eerder, zo vertelt moeder, wordt bij het medisch kinderdagverblijf gezegd dat zij als ouders maar niet een te hoge verwachting moeten hebben van haar zoon. Als een heipaal stevig in de grond, zo niet in het beton gegoten.

Het pad naar het speciaal onderwijs dus. Een uitstroomperspectief van  in eerste instantie praktijkonderwijs. Een school waar je wordt toegelaten als je een IQ lager dan 70 hebt. Hij werd getoetst, meerdere malen. Een twijfel: zijn voorkomen en betere resultaten. Hij mocht daarom op onze school en startte een jaar eerder op BBL/KBL-niveau.

Voor ons werd al snel duidelijk dat deze jongen meer in zijn mars had. Véél meer. Met een werkhouding als die van een ‘reguliere’ leerling werkte hij hard aan zijn eigen leerproces. Met een focus een duidelijk doel: eruit halen wat erin zit. Hij leek er geen enkele moeite mee te hebben. Hij was en is zichzelf. De authentieke wil om te leren ontsluiert.

Dit jaar zit hij opnieuw bij mij in de klas. Het maakt mij blij. Dit omdat ik het voorrecht heb om zijn ontwikkeling te mogen volgen. Om samen met twee sterke ouders onderdeel te zijn in zijn groei. Sterke ouders omdat zij hem zien, volgen en voeden. Hem over drempels helpen, grenzen verleggen en dat alles met liefdevolle aandacht.

In ClassDojo krijg ik een bericht van zijn moeder om het gesprek van vanmiddag te bevestigen. Eerder deze week is hij al naar mij toegekomen met de boodschap: “jij moet een gesprek plannen!?” Ik moest er van binnen hard om lachen. Natuurlijk wilde hij een vraag stellen. Maar soms is een vraag stellen moeilijker dan een ander in beweging te brengen. Ik legde de verantwoordelijkheid terug bij hem.

“Wat maakt dat ik een gesprek zou ‘moeten plannen’?”
“Nou, ik wil naar TL en jij moet een gesprek plannen met mijn ouders.”
“Ah, wat een mooi verlangen. Wat nu als ik jou de opdracht geef om dit gesprek te organiseren? Het gaat tenslotte over jou. Toch?”

Zijn vragende blik ontvang ik. Op zijn non-verbale ‘nee’ op mijn hoe-vraag vervolg ik met een stappenplan. Kort, simpel en duidelijk te nemen stappen. Hij zet ze en vandaag hebben we na school een afspraak met elkaar: zijn ouders, mijn duo en hijzelf.

Voor me zitten trotse ouders die meer dan blij zijn met het initiatief, zijn initiatief. Maar ook blij met zijn ontwikkeling en groei. Vol trots luisteren ze naar hun zoon die het gesprek voert. Hij deelt zijn verlangens en onderbouwt zijn wens met eerder behaalde resultaten en reflectie. Zijn wens weigeren wordt onmogelijk gemaakt.

Hij leert zijn eigen toekomst creëren.

Aan ons, mij als leerkracht en net als zijn ouders, hem te volgen. Het is aan mij om hem te blijven uitdagen, op zoek naar de grens van zijn kunnen die zich steeds lijkt te verplaatsen. De grens die zich vanuit veiligheid, tijd en ruimte laat oprekken. Een brede horizon met opkomende zon verlicht het onontgonnen gebied. Het beton van ooit maakt plaats voor een voedzame bodem.

Aside

Ondernemend onderwijs

Op een maandagochtend buiten de deur. De gemeente Breda nodigde Jong Ondernemen en Stichting Buitenkans uit om leerkrachten en leidinggevende uit verschillende onderwijsorganisaties te inspireren. Om samen inzicht te vergaren waar ‘we’ als onderwijs staan, welke visie mijn stichting heeft op het gebied van ondernemen, waar de school staat en hoe ik me als leerkracht verhoud in dit geheel.

Het is een feit dat onze maatschappij een bijzondere transitie doormaakt. Zo bijzonder dat verschillende iconen roepen dat het onderwijs van nu belangrijke te leren vaardigheden lijkt te missen. Vaardigheden die onze kinderen nodig hebben om in de toekomst hun future jobs te kunnen uitvoeren. Ze worden 21th Century Skills genoemd, of ook wel Basic Skills. Vandaag gaat het over ondernemerschapskills binnen het onderwijs. Het wordt een dag vol vragen.

De eerste gaat over wat en hoe we de leerlingen leren en opleiden voor de toekomst. Over wat daar voor nodig is. Een tweede gaat over competenties. Want als ondernemerschapskills nodig zijn bij kinderen en jongeren, welke competenties vraagt dit dan van hun leermeesters en dus mij als leerkracht?

We zijn los en direct wordt mijn doel helder: inspiratie opdoen en weten waar ik ‘sta’ voor wat betreft ondernemen in het onderwijs.

Sinds het begin van dit jaar (en eigenlijk al een jaar eerder) ben ik samen met een groep onderwijzigers gestart met het vormgeven van een particuliere school: de Dutch Innovation School, kortweg de DIS. Een persoonlijk ontwikkelingstraject waarbinnen onze gezamenlijke visie samen komt bij het woord ‘interconnectiveness’. Door zo volledig mogelijk verbonden te zijn met jezelf en je omgeving als geheel kun je contact maken met dat wat je drijft.

Iets eerder dan de start van de DIS ging ik op avontuur met collega Florus. Samen schreven we een ‘nieuw’ concept om ons onderwijs vorm te geven. Ondernemen binnen een bestaand systeem, vanuit cross-over visies zoals Big Picture, Essential School, Montessori, Covey en TheoryU.

Ondernemendheid genoeg zou je denken.

Maar hoe ziet nu een ondernemende school eruit? Als groep zijn we het er over eens dat je hele leven voor één baas werken van 9u-17u voor velen niet meer van deze tijd is. Onderzoek blijkt zelfs uit te wijzen (bron niet paraat, sorry) dat velen in een leven 10 verschillende banen hebben. Hoe leidt een school op voor multipotentialite-skills?

Volgens mij start een ondernemende school bij een duidelijke visie en missie. Om vervolgens ruimte te bieden voor ondernemerschap van leerkrachten. Als docent ben je leermeester en voorleef je dus ‘the why‘ en hoe je kinderen de wereld in wil zetten. Je bent een inspiratiebron voor je leerlingen. En het is ook belangrijk dat het onderwijs inspeelt op ‘de branche’. En ergens klinkt dit laatste punt nog wat vaag. Want hoe kun je voorlopen op wat nog gaat komen? Hoe pas je een school aan op wat nodig is?

De school uit! Een verbinding creëren met het bedrijfsleven, waardoor talenten van leerlingen zichtbaar worden, worden ontdekt, versterkt en leerlingen leren in welke context zij het best kunnen werken. Interconnected dus!

Wat het vraagt van ondernemende leerkrachten? Buiten de kaders denken! Een beroep doen op je lef. De moed om los van teams het onontgonnen gebied buiten de status quo te ontdekken. Practice what you preach, zoals hierboven al kort is aangestipt. Zelf dus ondernemend zijn, de kracht van de twijfel aanspreken en flexibel handelen. Creativiteit aanspreken met een ‘alles is mogelijk’-mentaliteit. Fouten durven maken: trail and error, starten, op je bek gaan en doorontwikkelen. Van leerlingen en studenten actieve producenten ‘maken’, met duidelijke doelen. Buiten het ‘doe maar normaal’ durven denken, voorbij het omdenken. Andersomdenken! Werken met en in projecten. Samen met oud-leerlingen/-studenten die verbonden worden aan de opleiding binnen school.

Ik geloof in de ondernemende leerkracht die zijn eigen opleiding creëert. Leermeesters die over 5 jaar zelf worden gekozen door de leerling van dan. Mijn kinderen nu. En dan zomaar wat vragen die bij me opkomen:

Hoe ziet mijn student er over 5 jaar uit?
Wat verwacht hij/zij van mij als leerkracht?
Hoe dacht ik in 2010 hoe de leerling/student nu zou leren?
Hoe ziet mijn school eruit?Hoe ziet onderwijs er over vijf jaar uit?
Wat moet een docent over 5 jaar kunnen en kennen?

Een eerste brainstorm levert ogenschijnlijk holle begrippen op. Maar voor mij wordt het echter steeds duidelijker waar mijn innerlijk kompas mij naartoe leidt. Wanneer ondernemen, onderzoeken, presenteren en communiceren belangrijke pijlers is het belangrijk om als school:

  • perspectief te bieden vanuit een concrete context,
  • het vormen van en de vorming van de leerling als de essentie te zien en er naar te handelen, zowel voor wat betreft gedrag als ook samenwerking en sociale interactie,
  • iedereen contact te leren maken met hun eigen verantwoordelijkheid voor het leren binnen ieders individuele proces, de ontwikkelmotor van iedere lerende blijven voeden,
  • de multifunctionaliteit en potentieel van leerlingen te ontsluieren en hen leren hoe zij met hun potentieel van waarde kunnen zijn.

En ik? Mijn taak wordt het om vanuit een coachende rol leerlingen ervaringsgericht te laten leren en ontdekken. Het vraagt kwetsbaarheid en onvoorwaardelijk vertrouwen in het proces dat ik aanga met mezelf, de leerlingen en diens ouders. Leerlingen leren wat eigenaarschap is. En tegelijkertijd gebruik maken van de netwerksamenleving waarin we leven. Het leren van leraren waarvan je wil leren. Apprenticeship. Als leerkracht zichtbaar zijn en bewust zijn van waar mijn kracht en mogelijkheden liggen. En ‘weten’ wat ik nog te leren heb.

Als laatste krijgen we een tool mee: het Effectuation Canvas. Het doet me denken aan het Business Model Canvas You waar we gebruik van maken bij de DIS. Mijn verlangen is om deze vorm op te pakken en ook binnen ons team dit model te brengen. Wellicht een hele onderneming. We zullen zien…

F-Day, operatie flip

Vandaag moet het dan gaan gebeuren. Het opnemen van de instructievideo’s voor het eerste hoofdstuk. En alles bewerken en klaarzetten voor volgende week. De voorbereidingen zijn getroffen en NU is tijd voor actie. Het is aan mij om alles te gaan neerzetten. Ik voel een gezonde spanning. En ergens de twijfel, mijn angst voor de toekomst: wat anderen wel niet van mijn film gaan vinden. Tegelijkertijd voel ik vreugde en plezier, plezier om te gaan spelen. Plezier om dat wat ik creëer weg te zetten, te delen met leerlingen en ouders. Om feedback te krijgen. Feedback dat mij naar een nieuwe laag van mijn ontwikkeling gaat brengen. Ik heb er zin in!

Tegen de middag een afspraak met mijn bovenschoolse manager/-leidinggevende.

In het verleden hebben we regelmatig met elkaar gespard, over de visie van ons en het onderwijs. Toentertijd zag ik hem regelmatig in de functie van regiedirecteur. Het is voor mij belangrijk om als onderdeel van een organisatie naast mijn leerlingen, ouders en collega’s ook de (soms helaas nog steeds hiërarchische) lagen boven mij te verkennen en ontdekken. Dat ik ook perspectief kan nemen en ‘weet’ vanuit welke visie geacteerd wordt.

Vandaag ‘kruipt hij in de huid van’. Zijn thema en vorm, mijn huid. Ik deel met hem wat ik doe en waar ik mee bezig ben. Deel welke doelen en opbrengsten we als projectgroep hebben gesteld. Welke doelen ik aan het einde schooljaar en in de toekomst behaald zou willen hebben. Een open dialoog is wat het wordt. Hij geeft zijn reactie, feedback, maar bovenal stelt hij veel vragen. Scherpe vragen ook, waardoor ik hem mee kan nemen in proces. We verkennen en delen missies en visie. We evalueren samen het proces, mijn werkzaamheden beschouwen en deze in een groter perspectief plaatsen. Die van de schoolontwikkeling.

Ondanks dat we beide sneller zouden willen, weten we ook dat de werkelijkheid trager gaat. Dat processen binnen school, inclusief mindset, niet in tijd te pakken zijn. Over vijf jaar moet het Online en Gepersonaliseerd Leren staan. Een vehicle om aan te kunnen sluiten op de ontwikkeling van onze leerlingen, ontwikkelings- en ervaringsgericht.

Niet iedere leerling is namelijk gebaat bij alleen een klassikale instructie. Juist onze vorm van onderwijs daagt ons uit om meer op de persoon, diens cognitieve stijl en leerstijl aan te sluiten. Gepersonaliseerd leren vraagt een andere, hernieuwde kijk op leren. Het vraagt een meer geïndividualiseerde vorm van leren waarbinnen leerlingen leren verantwoordelijk te worden en te zijn over hun eigen leerproces. De rol van de leraar verschuift daarmee van alleen kennisgever naar een meer coachende en ontwerpende rol: het samen construeren en bouwen van kennis en eigen wijsheden.

Het vraagt ook een effectieve voedingsbodem. En een middel om mijn onderwijspraktijk effectiever vorm te geven is dus ‘Flipping the Classroom’. Een vorm waarbij de instructie van de leraar het huiswerk is en het (huis)werk in de klas gemaakt wordt. Niet dat het zo innovatief is, edoch vernieuwend in onze praktijk. Wil ik een leerling ook didactisch leren kennen, begrijpen, hiaten kunnen duiden en hen verder brengen naar bijvoorbeeld een examen, vraagt dit van mij mijn onderwijsomgeving opnieuw vorm te geven.

Eén van de vragen is welke moeilijkheden ik ben tegengekomen. Het doet mij doen beseffen dat mijn eigen perfectionisme wellicht de grootste is. Het denken dat een barricade opwerpt om uiteindelijk te gaan beginnen en ‘gewoon’ doen. Dat overwinnen maakt dat ik voel dat ik (werk)flow kan ervaren. Doen is bewegingen, denken doet mij stilstaan.

Een volgende vraag is hoe ik anderen meeneem in het proces van Online Leren. Deze vraag is eigenlijk heel gemakkelijk te beantwoorden: de eerder vormgegeven studiedag is daar een voorbeeld van. Een voorbeeld van practice what you preach. Zonder zelf aanwezig te zijn heb ik, samen met input van collega’s, het ochtendprogramma vormgegeven tijdens de studiedag: flipinstructies via Office Mix gemaakt en werkbladen met doelen, vragen en vorm gefaciliteerd.

Ook het delen van good practices met elkaar is een vorm om collega’s mee te nemen in elkaars proces. Zo hebben we een statische ict@hetbredero-website en een ‘gepersonaliseerd leren’-Facebookgroep. En als laatste breng ik mijn ‘Online Maandag’ door op verschillende plekken binnen de scholen. Dat levert altijd gesprekken op waarin ik voel dat ik collega’s weet te motiveren, aan te zetten tot nieuwe inzichten of enkel deel waar ik mee bezig ben, waardoor er onbewust zaadjes worden geplant. Mindset of mindshift als het centrale thema. Inspiratie als sleutel.

Wanneer het gesprek wordt afgerond ga ik direct en geïnspireerd door na het gesprek te beginnen aan de opnames. ‘Het feest’ kan beginnen. Vanaf volgende week starten met flip MY classroom!

Zielloos

“Kankuhleier!”

Moeder ziet met lede ogen toe hoe haar zoon ziedend de klas uit stormt. De deur, die al bijna niet meer in zijn voegen hangt, wordt met brute kracht dichtgesmeten. Hij ijsbeert wat op de gang om vervolgens terug te keren in de klas. Achterin en geflankeerd door twee schotten gaat hij op de tafel die daar staat zitten. Hij lijkt uitgeput. Als moeder wat tegen hem wil zeggen volgt een schreeuwend: “praat niet tegen mij of ik sla met die bezem je kankuhhoofd door midden!”

Al twee uur is hij niet meer aanwezig in de groep. Hij heeft zelf de keus gemaakt om uit de klas te lopen en buiten wat te voetballen en te kletsen met een medeleerling. Ruimte is wat hij nodig heeft, zover is duidelijk. Frisse lucht.

Net voordat hij twee uur geleden de klas uitliep heeft hij een klein half uur rondjes gelopen door de groep. Elke vraag beantwoordde hij met dat hij zich druk voelde. Doorvragen had totaal geen zin. Hij blokkeerde zichtbaar, leek geen taal te hebben voor wat hij ervoer. Het bereiken van hem bereiken was een grotere uitdaging dan het beklimmen van de hoogste berg. In zijn ogen zag ik hem niet meer. Zielloos keek hij me wat aan. Zijn grens gaf hij duidelijk aan.

“Houd je bek mongool!”

Stil, waarnemen en beschikbaar zijn was wat mij te doen stond. Gelijktijdig speelt de gehele dag zich in mijn hoofd af. Hij kwam wat onrustig binnen. De aanvang van de dag is vervolgens rustig maar als de les begint volgt een ‘doordeinstructieheenroepenenvragen’-actie. Is het een roep om duidelijkheid? Is er thuis of voor school iets gebeurd dat zijn mindset heeft doen vastzetten?

Dat hij aandacht wil is duidelijk, ik geef het hem en kan de instructie redelijk vervolgen. Na de instructie besluit en vraagt hij om samen te werken. Een positieve werksfeer volgt waarbij ze elkaar en ook mij vragen stellen. Richting de afronding van de les voel ik hem wat onrustiger worden. Hij lijkt het einde aan te voelen, niet te weten wat er komt en eigenlijk te willen weten wat te doen. Smartrekenen is de laatste opdracht.

“Maar dat ga ik niet doen!”

Weerstand.

De vraag of hij het vak überhaupt wel eens gedaan heeft deel ik met hem. Nee. Dat biedt mogelijkheden! Met een kom op-beweging leid ik hem en naast mij ploft hij neer. In plaats van de kruk die ik voor hem klaar zette, pakt hij zijn eigen stoel. Het zijn de details die het hardst communiceren. Hij wil regie blijven houden.

Ik pak de laptop en open samen met hem het onlineprogramma. Na een basisuitleg gaat hij aan de slag. Door steeds minder fouten te maken deelt hij zijn ontwikkeling trots met mij. Zichtbaar groeit hij. Een brede glimlach prijkt op zijn gezicht. Hij kan de les positief afsluiten. Winst.

Na de pauze begint het ijsberen in de klas. De onrust is ontketend. Ook buiten het lokaal is er geen gesprek meer met hem mogelijk. Wat is er in de pauze, of zelfs voor school, gebeurd? Ik besluit zijn moeder te bellen. Ze herkent zijn gedrag, houding en zielloze blik. Samen besluiten we dat hij wordt opgehaald. Hoe graag hij ook op school wil blijven, rijp lijkt hij vandaag niet. Aan de telefoon legt moeder uit dat haar zoon zich had verheugd op de eerste twee uur. Hij dacht verzorging te hebben maar moeder legde hem op weg naar school uit dat hij dat pas in de middag zouden hebben. Daar, vóór school in de auto, blokkeerde hij. Het kan een mogelijke verklaring voor zijn onrust zijn.

Een klein half uur later loopt zijn moeder de klas binnen. Voor hem ogenschijnlijk onverwachts. Maar hij wil blijven, weet alleen niet hoe. De onrust groeit. Hij kijkt verschrikt op, kijkt mij woedend aan en snelt de klas uit.

“Kankuhleier!”