Niet weten wat je weet

Na een half jaar mezelf bezig te houden met onderwijsontwikkeling heeft het management een aantal weken een andere keuze gemaakt. Door een telfout rondom FTE’s (aanstellingen) was het nodig volgens hen om mij weer een mentorgroep te geven. Dat deed pijn. Zeker omdat ik bezig was met een stijgende lijn v.w.b. het leerniveau van leerlingen. Het gepersonaliseerd leren kreeg meer en meer vorm. Nu dus weer voor de klas.

Op zichzelf staand geen probleem zou je denken. En toch. Het voelt al weken als een worsteling. Dit omdat de klas waarin ik mijn visie op pedagogiek en onderwijs mag delen geen groep is. Het zijn individuen, allen met individuele behoeften. Zo ver uiteenlopend dat het waarborgen van een basisveiligheid mijn collega’s niet is gelukt. Ja. De leerlingen lijken zich veilig te voelen. Dit omdat bij een aantal de thuissituatie zo schrijnend is dat onze school de enige plek is waar zij zich in ieder geval nog een beetje veilig voelen.

Een uitdaging dus. Tegelijkertijd ook een uitdaging waartegen ik mij heb verzet. Dit omdat mijn stijl van lesgeven en pedagogisch statement lijnrecht tegenover die van mijn collega staat. Dit omdat deze taak mij in de schoenen geschoven is, zonder overleg. En ja, dat is het argument ‘stichtingsaanstelling’ te makkelijk!

Mijn uitdaging de afgelopen weken was het zichtbaar maken van wat na een half jaar nog steeds niet orde is. Een onwerkbare situatie waarbij de leerlingen enkel hangen aan de aanpak van mijn collega. Ogenschijnlijk niet erg, zeker niet als mijn collega fulltime werkt. Maar het feit dat ik twee dagen de opdracht ‘contact voor contract’ mag uitvoeren past mij niet!

Een zeikblog tot nu toe? Ja, zo kun je het lezen. Voor mij is het gedachten ordenen. Want, ik ben ergens achter gekomen. Vorig jaar werkte ik ook een half jaar naast deze collega. Het wat een zwaar jaar. Er waren veel pijnlijke en leermomenten. Twijfels over mijn stijl van lesgeven. Ik voelde me niet meer vrij. Niet meer veilig. Ik voelde me precies zoals ik me nu voel. Alleen er is één verschil: vorig jaar kon ik mijn vinger niet op de zere plek leggen. Nu doe ik dat.

Sterker: het is mij nu duidelijk dat onze kennis, ervaring en nogmaals pedagogisch statement mijlen ver uit elkaar liggen. Niet erg, zeker niet als leerlingen de verschillen en overeenkomsten begrijpen. Alleen is dit niet het geval. ‘Leerlingen geven aan voor mij te werken,’ is wat ik te horen kreeg. Een stagiaire vult aan: ‘ik zet ook wel eens een vuilniszak voor mijn moeder buiten. Niet iedereen heeft zin in wiskunde, dan is het toch mooi dat je het voor je leerkracht kan doen?’

Nee! Schrijnend zelfs.
Ja. Wanneer er een pedagogische visie achter zit. Dan leren leerlingen zich ook loyaal op te stellen naar andere leerkrachten. En precies dat gebeurt niet. Sterker, het maakt niet uit wie er voor de groep staat, behalve mijn collega, en het is heibel. Schrijnend dus.

Zelf ben ik iemand die leerlingen vanuit een natuurlijk gevoel van autonomie ruimte geef om succeservaringen te ontdekken, hun gevoel van competentie. En ja, dat doe ik vanuit de relatie! Alleen, als de relatie is opgebouwd uit verschillende individuele afspraken die compleet indruisen tegen de schoolregels en pedagogische visie onder deze regels en afspraken ben ik aan het zeilen op een woeste zee zonder hoofdzeil.

En of er verschillende gesprekken gevoerd zijn. Het blijft helaas hangen in een praktische vorm. Als voorbeeld: pas na een half jaar was de klassenmap met routines op orde. Nadat op mijn eerste dag NIETS klaar lag, was overgedragen en geen enkele vorm van communicatie had plaatsgevonden. Zwemmen werd het.

Gelukkig heb ik al mijn zwemdiploma’s en ben ik ontspannen de dagen doorgekomen. Laveren en het toelaten van mobiele telefoons als redding. Een pedagogisch, didactische visie over het gebruik van deze mobieltjes ontbreekt…
Een week later was het zwaarder halen. Verwachtingen zoals Vygotsky ze ooit eerder heeft weggezet stuitte op veel weerstand. Wat dit zijn en waren ze niet gewend. Begrijpelijk. Alleen: wat is mijn taak? Mijn rol? Zoekend ben ik. Weer. De twijfel van vorig jaar kwam weer terug. Alleen nu kon en kan ik onderbouwen waarom ik deze klas niet ‘plots klaps’ wil draaien: er is geen basis!

Waar ik heel blij mee ben zijn collega’s die samen met mij zichtbaar maken. Ik ben blij dat ik een aanzet heb kunnen maken. Tegelijkertijd weet ik nu dat het gebrek aan veiligheid in de groep een gebrek aan veiligheid in het team is. Uitspreken wat er werkelijk speelt en wat zaken werkelijk doen met mij bLIJKT lastig! Wat ik mis en nodig heb: een leidinggevende die de pedagogische visie die in de klas te zien zou moeten zijn voorleeft en uitzet binnen het team. Nu zwemmen we. Gelukkig weet ik nu wat ik eerder niet wist. En gelukkig heb ik mijn zwemdiploma’s.

Status

Een attractie met inhoud

Vandaag op excursie naar ’t Ravelijn, een reguliere middelbare school waar ze nu een aantal jaar werken met Online Leren. Een school die jaren van voorbereiding hebben omgezet in actie, omgezet in een online omgeving en waarbinnen leerkrachten hun eigen onderwijs vormgeven.

Voor de ICT-puristen: het platform waar ze mee werken heet Volution en won recentelijk een innovatieprijs.

Eén van de zogeheten ‘bewakers’ van de leerlijnen vertelt dat zij een jaar of acht geleden zijn gestart met het uitwerken van het idee. Persoonlijke leerlijnen en leerdoelen. Jaren later werd VO-lution als middel geïntroduceerd. Het draait nu een jaar of drie en na de eerste hobbels komt de school, waar ook alle ruimtes en klassen zijn vormgegeven op het concept, in ‘rustiger’ vaarwater.

Rustiger bewust tussen aanhalingstekens omdat het grote borgen het afgelopen jaar is ingezet. Jaren hebben leerkrachten hun lesstof ontwikkeld, met en enkelen zelfs los van de reguliere methoden. Kerndoelen en eindtermen als uitgangspunt. Iets met visie.

Wat ik doe is luisteren, soms een vraag en vooral glunderen. Ik geniet van de passie waarmee iedereen binnen de school vertelt over het gehele proces. Geniet van de weg naar dat wat het nu is. Met hun woorden, uitleg en enthousiasme laten ze puzzelstukjes op hun plek vallen. Ik denk terug aan onze visie een jaar eerder ingezet. Een korte recapitulatie van de visie van ’t Ravelijn:

Groepen van 60 leerlingen, verdeeld in drie groepen met drie leerkrachten en een legertje aan assistenten. Ook het gebouw is hier op ingericht: een aantal lokale en grote gemeenschappelijke ruimtes waar leerlingen kunnen samenwerken.

Lesblokken van 90 minuten waarin leerlingen werken aan hun (huis)werk. Blokken van 90 minuten zorgen voor rust, verdieping en ruimte om samen te werken. Overzichtelijk ook, een aantal vakken op een dag.

Na een korte off- en/of online instructie aan de slag met taakbrieven. Taakbrieven die een tijdspad van een week (soms langer) omvatten. Ze zijn terug te vinden op het online platform. En wanneer ze zijn afgerond worden de taken geëvalueerd en gereflecteerd.

Ik denk terug aan het projectmatig werken waar Florus en ik een jaar eerder mee gestart waren. Er werd ingezoomd en meer verdiepend gewerkt. Leren leren. Dat gaat makkelijker wanneer je in blokken werkt. Of de ‘streaming’ zoals als dit binnen onze school werd genoemd: werken met vakleerkrachten (of leerkrachten verantwoordelijk voor een vak in ons geval) om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen.

Verder zie ik op ’t Ravelijn twee didactische leerlijnbewakers die als proceseigenaren de visie van de school en de kwaliteit van de leerlijnen, -doelen en werktaken waarborgen. We hebben vorig jaar een aanzet gemaakt ons onderwijs richting deze vorm van werken te bouwen. Het is noodzakelijk om vanuit gedeelde visie het onderwijs vorm te geven samen met iedereen binnen school. Ik mis dit nu.

Ook is een platform waar alles samen komt van belang! Op deze school is gekozen voor Office365, een platform dat gratis wordt aangeboden. Een slimme zet van Microsoft. Tegelijkertijd is er de ruimte voor Volution om samen met de school de bouwen aan een werkbare vorm: voor de leerling, school, de leerkracht én ouders! Door zelf te gaan flippen borg ik mijn instructies alvast. Niets innovatiefs aan flippen, wel als mogelijke brug naar Gepersonaliseerd Leren.

En dan, niet onbelangrijk: een nieuw schoolpand, gebouwd vanuit de visie van de school. Ik denk aan Hellerup, uit Denemarken. Daar heb ik mogen ervaren hoe mooi leren kan zijn. Hoe motivatie, enthousiasme en de wil om te leren als een stroom door de school heen flowt.

Vandaag brengt mij weer een stuk dichter bij mijn droom: goed onderwijs waar iedere leerling gezien en gehoord wordt. Waar het vertrouwen op dat ieder kind wil ontwikkelen aan de wieg staat voor waarde(n)vol en gedragen onderwijs. Samen de school vormgeven, met leerlingen, ouders en leerkrachten. Leerkrachten die hun innerlijke passie weer laten ontvlammen. Leerkrachten die iedere dag vanuit een positieve balans werken en leerlingen weten te raken. Leerkrachten die onderwijs dragen, uitdragen en vanuit rolwisseling de leerling meenemen in hun eigen unieke (leer)proces.

Time for action, who’s in?

Een nieuwe start

Wat een dag! Alsof de intentie van een dag eerder direct is ingezet. In de ochtend heerst er een zeer fijne en positieve sfeer in de groep. Iedereen werkt op zijn/haar eigen tempo aan verschillende taken. Gevoel van autonomie versterkt het gevoel van competentie zichtbaar. Mooi om te zien hoe leerlingen hun eigen verantwoordelijkheid pakken maar ook – of juist daardoor – ‘spontaan’ anderen gaan helpen.

Wanneer ik de angst over ‘verantwoordelijkheid aan leerlingen geven’ aanboor gaat deze zeer regelmatig over in een ‘ja maar wat als…’. Vandaag opnieuw de bevestiging: als ik zelf volledig beschikbaar ben in de groep zijn zij dat voor hun eigen proces en zelfs voor die van anderen.

Mijn gat in zelfvertrouwen lijkt gedicht. Het is voelbaar, zeker in vergelijking met eerder deze we(e)k(en). Er lijkt iets wezenlijk te zijn veranderd…

Niet iedereen heeft aan het einde van de dag alle geplande taken af. Werktempo en -houding zijn verschillend, juist in deze groep. Een groep met in potentie leerlingen die veel meer kunnen dan het niveau waarin ze zijn ingedeeld. Maar ook leerlingen die jarenlang gevaren hebben op gedrag en niet geleerd is wat hun talenten zijn, niet geleerd is hoe moeilijkheden te overwinnen, niet geleerd hun eigen toekomst te creëren. Ik mag dit proces ontsluieren. Ik maak bespreekbaar hoe hard er is gewerkt, wat ik zie gebeuren en geef het woord aan de leerlingen als ik hen vraag wat er nodig is om moeilijkheden te overwinnen. Er wordt hulp aangeboden, verschillende leerstijlen en -strategieën vliegen door het lokaal. Ik geniet. De veiligheid is terug!

En in deze veilige setting wordt geleerd dat ‘werk af’ een proces is, dat niet iedereen hetzelfde proces doorloopt en vooral ‘dat het volwassen is’ om hulp mag vragen. Sterker, dat door te vragen het proces en gevoel van competentie wordt versterkt!

De werkflow wordt in de middag voortgezet. Gevolgd door een leuke CKV les waar de leerlingen aan een nieuwe opdracht starten. En zelfs zij die mij bezig houdt laat vol trots haar tekening zien. Ik denk terug aan de tweede tekenles waarbij alles van tafel ging en een ‘ik kan niet tekenen’ er achteraan gegooid werd. Gegroeid is ook zij. Ze vertelt vandaag haar doel: “ik wil zo snel mogelijk naar het regulier onderwijs. Ik vind het hier maar niets. Oh, en als ik achttien ben wil ik naar LA! Dan ga ik daar wonen.”

Dromen. Groot dromen. Ik luister, bevraag haar en geniet van haar verlangen. Ik geniet nog meer van de rust en veiligheid waarin zij zichzelf ontwikkelt. Een weer maakt het me bewust dat ontwikkeling alle tijd en ruimte nodig heeft om zichtbaar te worden. En dat mij enkel ‘beschikbaar zijn’ te doen staat. Ik kan mijn best doen, aan leerlingen trekken om hun werk af te maken en ze waarderen met alleen een cijfer maar wanneer lesstof niet gemaakt wordt kunnen dat signalen zijn. Signalen waarin ik de lesstof anders aan te bieden heb, hen producent leren maken van hun eigen leerproces. Of waarop ik lesstof afstem op het proces waar zij zichzelf bevinden.

Deze week zouden presentaties gehouden worden. Niemand is zeker genoeg of klaar om hun presentatie voor de klas te houden. Tja, in gesprek en samen een nieuwe afspraak maken.

En, omdat er ruimte ontstaat: het laatste uur ‘the Yellow River‘. Een praktische oefening waarin duidelijk en zichtbaar wordt hoe moeilijk samenwerken eigenlijk is. Een prachtige oefening voor mij om leerlingen te observeren, als individu en als groep.

Een frisse neus.
Een nieuwe start.

Aside

Ouder en het niet weten

Vandaag twee oudergesprekken. Naar school gekomen om hierbij aanwezig te zijn. Twee leerlingen die moeilijk te motiveren zijn: de een door problemen met zijn prikkelverwerking, de ander laat zich ogenschijnlijk met de richting van de wind meevoeren.

“Iedere dag is het overleven. Mijn kind is zelfbepalend, overziet het grotere geheel niet en laat zich door niemand de wet voorschrijven”.

Duidelijke taal! Ik merk dat ik de onzekerheid van deze ouder voel en deel. Ook ik weet niet goed wat te doen. En dat is nieuw voor mij. Ja, redenen genoeg te bedenken:

  • ik werk nog maar twee dagen,
  • mijn visie op onderwijs van/met deze doelgroep is op een aantal fundamentele punten verandert,
  • onderwijs afgestemd op de leerlingen vraagt het faciliteren van zaken,
  • aanvliegroutes en leerkrachtstijlen tussen mij en mijn duo-collega tekenen zich af,
  • de dagen in de week zijn essentieel: vrijdag is een wezenlijk andere dag dan dinsdag en misschien is het beter om maandag &dinsdag te werken,
  • en ouderbetrokkenheid/-participatie verandert van op ‘één lijn zitten’ naar ‘wij weten het ook niet meer’.

Wanneer het welbevinden van de een sterk wordt bepaald door sensorische waarnemingen is het lastig om gefocust te blijven. Als daarbij ook nog eens een mate van voorspelbaarheid gewenst is zijn er genoeg moeilijkheden te overwinnen. Een aantal weken terug had de zus van de een het eerste uur vrij. Ze was nog niet weg. Dit was onverwachts en hierdoor liep gehele dag liep ‘in de soep’.

‘Iedere dag is het overleven’ is wat mij bezig houdt. Ik luister, merk wat het met me doet en ik word me er opnieuw bewust welke coping strategieën worden ingezet. Dit is precies wat ik voel! De ander overleeft. Maar ook ik overleef: iedere lesdag ga ik naar school en ben ik bang voor de dag. Niet weten wat de dag mij en vooral de individuen in groep gaat brengen. De wispelturigheid van gedrag, gevoed door externe factoren, maakt mijn onderwijspraktijk rauw. En soms zijn er ook dagen waarop ik mijzelf afvraag hoe ik die dag overleef.

Mijn verwonderen is dan weg. Ik stap in strategieën die niet congruent zijn met mijn visie op onderwijs. Ik leg net als hen de focus op wat niet werkt. Niet werkt voor mij. En hierdoor word ik onzeker. Weet ik soms niet wat te doen. Hun gedrag en hulpvraag resoneert hun en mijn proces.

Het eerste oudergesprek zit erop. Verder dan het delen van moeilijkheden waar ouders en ik tegenaan lopen en vragen rondom wat te doen komt het niet. Een aantal schouders de lucht in volgt. Hoe graag ik ook wil, wanneer het kind niet wil is het aan mij de taak deze ‘wil’ te ontsluieren. Mij lukt het niet. Ook mijn collega ziet meerdere momenten waarop het deze leerling niet lukt. Niets anders dan het omhelzen van de feiten moet en vertrouwen en perspectief doen groeien.

Uiteindelijk wordt er niets concreet afgesproken. Ja, dat we de tijd dat de leerling niets doet noteren. Voor de leerplicht!? Alsof een leerplicht hier iets mee doet? Alsof het de leerling gaat motiveren wel iets te doen?

Op mijn weg terug naar huis reflecteer ik de ochtend. De gesprekken, maar vooral dat waar ik tegenaan loop. Twee dagen in de groep. Het lijkt in deze tak van sport haast onmogelijk. Althans mij en op dit moment. Misschien moet ik groeien in mijn rol? Is dit waar iedere parttimer tegenaan loopt? Ik leg me niet neer bij de rol van ‘invaller’! Ik ben een volwaardig docent, ken mijn kwaliteiten, mijn talenten en wil van waarde zijn. En in die twee dagen moet het mogelijk zijn een ‘de wil’ te ontsluieren. Ik schuur aan de grenzen van mijn kunnen en denk terug aan mijn pedagogisch statement: iedereen is welkom, wordt gehoord, wordt gezien en iedereen ontwikkelt.

Er is door mijn twee werkdagen wellicht (en blijkbaar) meer tijd en ruimte nodig om ‘de wil’ bij een aantal leerlingen te ontdekken. De relatie als vehicle. Vorming van ‘wie ben ik’ en ‘hoe verhoud ik me tot anderen’ heeft nu voorrang. En die ruimte kan ik ze geven, maar ik heb alleen niet het gevoel dat deze ruimte schoolbreed wordt gedragen. En precies daar zit mijn weerstand. Weerstand omdat ik niet weet dat het enkel míjn wens en verlangen is. Of moet ik dit maar loslaten? Accepteren als weten dat ik het soms ook niet weet. Voelen dat in het niet weten mijn weten schuilt.

Wat ik nodig heb? Backup. Althans, ik noem het backup: ruimte om te bouwen met leerlingen. Te bouwen aan de relatie met en tussen leerlingen. Ruimte om in de klas van mijn collega mee te kijken. Want als ik niet de ruimte pak kan ontkoppeling een valkuil zijn. Raak ik mijn kwetsbaarheid kwijt. Mijn verwonderen. En juist nu, in deze situatie is het mezelf kwetsbaar opstellen wat mij doet reflecteren op wat ik doe. Mijn aanpak evalueren of ik congruent vanuit mijn onderwijs-pedagogische visie handel.li

Tijd om dit open te gooien en te delen! Van overleven naar LEFen. Zo verschillend zijn mijn leerlingen en ik nog niet…

Onhandig

De gehele dag is het onrustig in de school. Al vanaf het eerste lesuur zie je leerlingen in de gang. Lopen, schreeuwen, elkaar uitdagen, op weg naar een escapeklas*, tussendoor een leerling naar de wc. De leerlingen in de groep hebben er zichtbaar last van. Ze proberen zich afzijdig te houden. Oordopjes in, muziek hard aan en maar proberen zich te concentreren op hun lestaak.

De eerste drie lesuren voorbij zijn en ik ben trots op hen. Een enkeling kwam niet of moeilijk tot werken, het overgrote deel heeft hun werk zo goed als af. Hard en ‘ontspannen’ gewerkt.

Nu het vierde lesuur en in alles voel je hem onrustig worden. De ochtend lijkt haar tol te eisen. Logisch ergens: wanneer je sensorisch geen spiegel hebt om alles buiten je te filteren of zelfs af te sluiten, is het heel lastig om alle ‘prikkels’ buiten te houden. Zelf heeft hij geen idee wat te doen. Vaak pas een dag later komt er bewustwording, bewust dat grenzen zijn overgegaan. Na een zelf gekozen bezoek aan de escapeklas komt hij drukker terug dan hij verwachtte. Een signaal.

Hij stapt op, loopt een paar keer naar buiten en belandt uiteindelijk in de achtervang. Hij weet dat zijn acties niet handig zijn, geen mogelijkheid anders te doen. De achtervang, dat lijkt de plek voor hem. Voor nu dan, om rustig het gesprek aan te gaan. Tot de pauze blijft hij daar zitten, omdat naar eigen zeggen een terugkeer naar de klas niet lukt. Het is de onrust die hem overneemt. Na de pauze heeft hij de intentie om het volgende vak weer mee doen. Zo belooft hij. Aansluiten en een nieuwe kans inzetten.

Een week eerder heb ik de ruimte genomen om met hem een lange wandeling te maken. Om dieper in te gaan op waar hij op stuk loopt. Naast oude pijn, angst en recente situaties is het vertrouwen in de ander geslonken tot onder nul. Ik weet hem ergens te ontdooien. Zeker als we op de terugweg naar de hoofdlocatie lopen en een opdracht meenemen.

Zijn belofte maakt hij waar. Tijdens de les treft hij de eerste voorbereidingen voor de uiteindelijke opdracht van een week eerder. Hij gaat tijdens de les verzorging aan de slag.Na de les verzorging heeft niet alleen hij een escape nodig maar alle leerlingen. Onmogelijk, dus ik kies praktisch aan de slag te gaan in plaats van de boeken in. Ik besluit de praktische opdracht te introduceren om individuele talenten te ‘scouten’: het voorbereiden van een pitch a.d.h.v. een zelfontworpen reclameposter. We gaan de school uit! Inspiratie opdoen in de stad. In gesprek met ondernemers.

Als we het park inlopen loopt hij samen met een medeleerling terug naar school. Daar waar hij de gehele dag aangaf niet op school te willen zijn, wil hij nu terug. Hij heeft het doel gemist. Onduidelijkheid. Door een gebrek aan gevoel van veiligheid niet de mogelijkheid om een vraag te stellen. Ontkoppeld met zichzelf en daarmee met de groep. Hij maakt een keus, neemt regie maar vergeet de verantwoordelijkheid.

Terug op school vergroot hij samen met zijn klasgenoot de onrust. Het dak op, schreeuwend door de gang en scheldend naar collega’s. Ik word gebeld en de twijfel slaat toe!? De spagaat compleet. Aan de ene kant de onrust, aan de andere kant leerlingen die zichzelf en hun angst ontstijgen.

Op school in de middag en de leerlingen naar huis volgt er een groot overleg. De onrust als centraal thema. Hij is onderdeel van dat thema. Er valt een oordeel, gevolgd door een externe time-out. Het wringt, zeker omdat het een uiting van onmacht is. Niet weten wat te doen, ‘kiezen’ voor wat niet handig is. Oefenen om bij zichzelf te blijven.

Ergens weet ik dat hij morgen toch niet op school zal zijn geweest. Een dag als deze kost hem een dag om alle indrukken te verwerken. Nu mag hij ‘geoorloofd’ een dag thuis zijn. Alles een plek geven en tegelijkertijd in alle rust werken aan wat morgen op het programma staat. In zijn eigen tempo, op zijn eigen manier. Zo wordt onhandig handig.

 

*Een escapeklas is de klas van een collega waar een leerling wanneer het ‘even niet lukt’ in diens eigen klas, zelf gekozen of op advies van de leerkracht naar toe kan. Daar kan de leerling zijn werk afmaken of op eigen wijze tot ‘rust’ komen.

Waar ik tegenaanloop is dat deze escapeklas te veel het doel heeft om het kind te normaliseren: daar waar ingegaan wordt op wat er nu mis gaat, gaat het er eigenlijk om hoe de prikkelverwerking anders verloopt en wat het kind nodig heeft zich prettig te voelen. Mijn inziens wordt aan deze essentie voorbij gegaan. De waan van de dag of de ruimte die je als leerkracht voelt als belangrijkste variabelen. Ruimte voor het gesprek om deze essentie te achterhalen.

Aside

De spiegel en kwetsbaarheid

In de ochtend een gesprek met een collega. Openhartig. Ik hoor dat mijn visie, mijn groei en ingezette acties een onzekerheid voedt. Ik heb het vaker gehoord. Ik deel mijn idee dat deze onzekerheid enkel projectie is. Dat ik een veilige spiegel mag zijn om te zien waar deze collega nu zelf doorheen gaat. Het overwinnen van onzekerheden en staan voor diens eigen visie. Een verlangen.

Ergens maakt het delen van deze onzekerheid mij weer onzeker. Het schuurt aan oude pijn. Ik voel mezelf ergens wegglijden, de pijn die mijn onzekerheid zo lang heeft gevoed. Doe ik iets niet goed dan? Dat. Tegelijkertijd ben ik me in het moment er bewust van dat ik mezelf voel wegglijden. Dat beseffende kan ik dus ook een andere keus maken. Nu.

Ik twijfel en besluit even stil te zijn. Om te voelen of dat wat gezegd wil worden ook daadwerkelijk gezegd ‘moet’ worden. Ik overdenk mijn gedachten en alles wat ik zou willen zeggen. Alles dat gezegd wil worden voelt als een ladder om uit de kuil te kruipen. Ik kies ervoor om even niets te zeggen. De woorden dragen uiteindelijk niet bij aan de openhartigheid van dat waar mijn collega mee worstelt. Ik neem perspectief, herken het gevoel en hoef er niet in mee te gaan. Bevrijdend. En het is deze vrijheid waarin ik haar kan ontmoeten.

Mijn valkuil in het nemen van perspectief is het vereenzelvigen. Afstemmen heeft voor mij het gevaar in zich mee te gaan in de energie van de ander. Ik neem dan over, ga dan ‘zorgen voor’ in plaats van ‘ondersteunen’. Natuurlijk is het goed dat ik ook een bepaalde zorg voel, dat ik resoneer op de energie van de ander en/of kan invoelen. Mijn grootste uitdaging is vanuit stilte mijn intentie weg te zetten en het vertrouwen haar werk te laten doen. En vooral: niet te snel willen gaan!

Deze collega worstelt, worstelt met zichzelf en worstelt met het ‘verhouden van zichzelf tot de ander’. Hoe ik me verhoud tot mijn collega start bij hoe dicht ik bij mezelf kan blijven. Ik luister, volg de worsteling en vanuit een veilige kwetsbaarheid ontstaan de antwoorden voor mijn collega als vanzelf. De spiegel doet ons samen groeien, verder brengen en er ontstaat een nieuwe werkelijkheid: we delen beiden waar we mee bezig zijn en wat ons verlangen is. Vanuit een gedeelde visie zetten we nieuwe intenties de wereld in.

Eén van die intenties is het verder brengen van de waarden binnen Flipping The Classroom. Sinds ik het leren rondom wiskunde heb omgedraaid is er een openheid in de groep ontstaan. Kan mijn focus naast de stof worden gericht op de relatie met de leerling. Is er bij de leerlingen het besef dat er ruimte is voor vragen. Draagt individuele aandacht bij aan het versterken van de basisveiligheid. En precies dat willen mijn collega en ik verder brengen, binnen school en binnen de stichting.

Wordt vervolgd.
Vast.
Ooit.

Regel zelf je niveau

Vorig schooljaar stapte hij als eerstejaars leerling de school binnen. Een opmerkelijke verschijning. Omdat hij is zoals hij is. Eigen. Een jongen die niets anders dan zichzelf kan zijn. En toch ergens anders dan de rest. Tegelijkertijd precies hetzelfde: een onuitputtelijke drive om te willen leren, met een eigen wijsheid en een eigen blik op de wereld.

Jaren eerder, zo vertelt moeder, wordt bij het medisch kinderdagverblijf gezegd dat zij als ouders maar niet een te hoge verwachting moeten hebben van haar zoon. Als een heipaal stevig in de grond, zo niet in het beton gegoten.

Het pad naar het speciaal onderwijs dus. Een uitstroomperspectief van  in eerste instantie praktijkonderwijs. Een school waar je wordt toegelaten als je een IQ lager dan 70 hebt. Hij werd getoetst, meerdere malen. Een twijfel: zijn voorkomen en betere resultaten. Hij mocht daarom op onze school en startte een jaar eerder op BBL/KBL-niveau.

Voor ons werd al snel duidelijk dat deze jongen meer in zijn mars had. Véél meer. Met een werkhouding als die van een ‘reguliere’ leerling werkte hij hard aan zijn eigen leerproces. Met een focus een duidelijk doel: eruit halen wat erin zit. Hij leek er geen enkele moeite mee te hebben. Hij was en is zichzelf. De authentieke wil om te leren ontsluiert.

Dit jaar zit hij opnieuw bij mij in de klas. Het maakt mij blij. Dit omdat ik het voorrecht heb om zijn ontwikkeling te mogen volgen. Om samen met twee sterke ouders onderdeel te zijn in zijn groei. Sterke ouders omdat zij hem zien, volgen en voeden. Hem over drempels helpen, grenzen verleggen en dat alles met liefdevolle aandacht.

In ClassDojo krijg ik een bericht van zijn moeder om het gesprek van vanmiddag te bevestigen. Eerder deze week is hij al naar mij toegekomen met de boodschap: “jij moet een gesprek plannen!?” Ik moest er van binnen hard om lachen. Natuurlijk wilde hij een vraag stellen. Maar soms is een vraag stellen moeilijker dan een ander in beweging te brengen. Ik legde de verantwoordelijkheid terug bij hem.

“Wat maakt dat ik een gesprek zou ‘moeten plannen’?”
“Nou, ik wil naar TL en jij moet een gesprek plannen met mijn ouders.”
“Ah, wat een mooi verlangen. Wat nu als ik jou de opdracht geef om dit gesprek te organiseren? Het gaat tenslotte over jou. Toch?”

Zijn vragende blik ontvang ik. Op zijn non-verbale ‘nee’ op mijn hoe-vraag vervolg ik met een stappenplan. Kort, simpel en duidelijk te nemen stappen. Hij zet ze en vandaag hebben we na school een afspraak met elkaar: zijn ouders, mijn duo en hijzelf.

Voor me zitten trotse ouders die meer dan blij zijn met het initiatief, zijn initiatief. Maar ook blij met zijn ontwikkeling en groei. Vol trots luisteren ze naar hun zoon die het gesprek voert. Hij deelt zijn verlangens en onderbouwt zijn wens met eerder behaalde resultaten en reflectie. Zijn wens weigeren wordt onmogelijk gemaakt.

Hij leert zijn eigen toekomst creëren.

Aan ons, mij als leerkracht en net als zijn ouders, hem te volgen. Het is aan mij om hem te blijven uitdagen, op zoek naar de grens van zijn kunnen die zich steeds lijkt te verplaatsen. De grens die zich vanuit veiligheid, tijd en ruimte laat oprekken. Een brede horizon met opkomende zon verlicht het onontgonnen gebied. Het beton van ooit maakt plaats voor een voedzame bodem.